igorblogt

igorblogt

Hier staan veelal persoonlijke verhalen.

Ik ben ook behoorlijk actief op Twitter: kijk maar.
En heb zelfs een website: www.igorwijnker.nl

De rots van de Oosterstraat (Onder Veranen, slot)

MuziekverhalenGeplaatst door Igor Wijnker za, augustus 31, 2019 09:08:54

Vandaag viert VERA haar 120-jarige bestaan. Deze week zal ik daarom enkele passages delen uit de geschreven documentaire Onder Veranen die het hart vormt van m'n laatste boek Rock City.

Nadat de oudste van de drie zoons zijn dienstplicht had vervuld als sportinstructeur streek Peter Weening (Linschoten, 1955) neer in Groningen, als rechtenstudent. De studie kwam al snel op het tweede plan toen hij kennismaakte met Vera. In 1978 begon hij, zoals de meeste Veranen, als barman. Maar al snel werkte Weening zich op tot vaste dj op de zaterdag en trad hij in 1980 als lid van de muziekcommissie toe tot het bestuur van Vera. Hij zou ook de muziekprogrammering doen, voor de periode van een jaar.

Dat lag Weening wel. Dit onwaarschijnlijke rijtje bands speelde in zijn eerste jaar op dat kleine podium aan de Oosterstraat: Joy Division, U2, Simple Minds en Human League.

Met programmeren is hij nooit meer gestopt, afgezien van de korte periode begin 1986 toen hij na een heftig conflict door het noodbestuur uit het Vera-lidmaatschap was ontzet.

Weening keerde glorieus terug en drukte z’n stempel op de club zoals geen programmeur dat ooit heeft gedaan. Als we Jan Smeets, de tot mascotte weggepromoveerde directeur van Pinkpop, voor het gemak even niet meetellen is er nergens in Nederland een programmeur die het al zo lang volhoudt, laat staan zoveel concerten heeft geboekt (ca. 7000) én meegemaakt (“ik heb hooguit één promille gemist”).

Er is ook geen Veraan die zich decennialang zo hartstochtelijk voor Vera heeft ingezet. Tachtig uur per week is nog een conservatieve schatting. Tot 1994 deed Weening dat zelfs nog als vrijwilliger. Hij is zo onlosmakelijk met de club verbonden dat in de Randstad het idee heerst: Peter Weening=Vera. Hij is natuurlijk ook het uit duizenden herkenbare gezicht van Vera: getooid met een zwart petje (jarenlang van de Amerikaanse band Prong, vandaar z’n bijnaam PePr, Petje Prong), strenge bril met hoornen montuur en een donker jack met in de borstzak een puutje sjek.

Weening is een man uit één stuk. Een soort oerkracht die in deze ongezonde bedrijfstak, met alle verleidingen waarvoor hij ook zeker niet immuun is, toch al decennia probleemloos overeind blijft. Ziek meldt hij zich nooit. Met blowen is Weening weliswaar gestopt, maar de asbak op z’n bureau moet regelmatig worden geleegd, in bier spuugt hij nog steeds niet en ook ’s nachts zie je hem nog regelmatig helpen bij de productie of staat hij plaatjes te draaien.

Hij is ook van de soberheid en de eenvoud. Weening woont bescheiden en verplaatst zich per fiets. Een auto heeft hij nooit gehad. Naar Lowlands gaat Pepr altijd op de fiets met aanhanger (dit jaar met veel regen en tegenwind) en slaapt dan op een landgoedcamping in Elburg.

Zijn zaterdag staat al jaren in het teken van zijn voetbalclub DIO waar hij na een lange spelersloopbaan nu als scheidsrechter actief is.

En tegenwoordig trekt hij zich van het voorjaar tot het najaar vaak terug op zijn lapje grond op volkstuincomplex Het Noorden. Om een beetje afstand te nemen van zijn club, en van die rare muziekwereld, waarin het volgens hem is vergeven van de mannetjes. “Daar heb ik het nooit zo op gehad,” zei Weening in 2015, bij zijn 35-jarige jubileum, in het Dagblad van het Noorden. “Ik ben geen mannetje, ik ben niet van de klikhakjes, puntlaarsjes en kapsels. Ik ben een harde werker met een grote bek.”

Die nog steeds als een ruwe rots fier overeind staat in de woelige branding van de aan modes onderhevige muziekwereld die om de paar jaar van richting verandert.

Alweer ruim 39 jaar staat Weening met zijn poten in de modder. En als je hem ziet staan bij die boxentoren met wakkere blik of wanneer je hem met een fluitje in zijn mond over het voetbalveld zien draven, dan denk je al snel dat hij nog makkelijk twintig jaar door kan.

Toch kun je niet om de onvermijdelijke vraag heen: is er eigenlijk wel eens gesproken over een opvolger? Weening kijkt verstoord op. “Wat een impertinente vraag.” Daarna zwijgt hij een tijdje en zegt dan: “Mijn werk wordt veel te belangrijk gemaakt.”

Nog geen twee uur later wacht de legendarische Steve Albini tijdens een concert met zijn band Shellac op het juiste moment om de goed gevulde zaal toe te kunnen spreken. De zanger/gitarist die vooral bekend werd als de producer die Nirvana’s laatste studioplaat In Utero heeft opgenomen, maar daarnaast meer dan duizend andere bands heeft vastgelegd. Als Albini de man met het petje in het publiek ontwaart, begint hij zijn speech: begeleid door een trage staccato basriff en langzaam pratend zodat elk woord aankomt: “The smiling man with the heavy metal ballcap…Happy birthday, Peter!... Peter…means Rock! You are the Rock that Vera is built on… You are the Rock in the Rock ‘n Roll. Peter…Happy birthday. Peter means… rock.”

Zijn belang voor Vera en zelfs voor de stad Groningen kan niet snel overschat worden. Hoe vaak overkomt het je dat een lied aan jou wordt opgedragen? Binnen enkele maanden droegen zowel The Afghan Whigs als Buffalo Tom een lied op aan Weening, in Paradiso. Weening lacht breeduit als hij eraan wordt herinnerd. “We staan er goed op hè, met Vera.”

Weening heeft Groningen op de wereldkaart gezet. En daar heeft hij letterlijk voor gevochten.

In Vera Vuur schetst Maaike Borst een levendig beeld van de turbulente periode na 1974, toen de gereformeerde studentenvereniging V.E.R.A. veranderde in een open jongerencentrum. Vera was toen vooral heel veel tegelijk: een vormingscentrum met ontelbare werkgroepjes en comités, zoals een ‘flikkergroep’, kraakcomité ‘de vrolijke os’ en een actiegroep voor indianen. Van 17.00 tot 19.30 uur was de zaal een mensa en de Kemenade fungeerde jarenlang als coffeeshop voor de hele stad. Een winstgevende industrie, onder leiding van een huisdealer, waar op goede dagen voor 10.000 gulden aan wiet en hasj werd verkocht.

En oh ja, er moesten ook nog concerten worden georganiseerd. Maar dat was vaak een crime omdat het wegen en versnijden van de drugs door vrijwilligers werd gedaan. Ze kregen als beloning een tientje stuf en consumeerden dat meestal, terwijl ze nog aan het werk moesten. De redactie van de Verakrant klaagde over tappers die stoned achter de bar stonden: “Een onhartelijk getapt pilsje in de stuffmist.” Weening: “Het was echt een vreselijke bende daar.”

Toch had hij de smaak van het programmeren te pakken en zette hij spraakmakende bands op dat kleine podium, zoals The Birthday Party, Echo & The Bunnymen en Killing Joke.

Maar soms kon hij ook een band niet boeken omdat de Oriëntatiegroep drie weken lang het programma mocht verzorgen. Tot Weenings grote woede ging daardoor een optreden van The Cramps aan Vera voorbij. “Vrijblijvend gesukkel noemde,” noemde hij in het Nieuwsblad van het Noorden “het achterhaalde doe-groepjes en vormingsidee uit 1974, terwijl wij Vera zien als actief centrum dat midden in deze tijd moet staan.”

De meningsverschillen liepen eind 1985 zo hoog op dat verdere samenwerking onmogelijk was. Het was voornamelijk een botsing tussen de oorspronkelijke jongerencentrumgedachte uit de jaren zeventig en de meer praktische en professionele instelling uit de jaren tachtig. Weening wilde concerten centraal stellen en meer publieksgericht gaan werken.

Zijn tegenstanders noemden Weening een eigenwijze, autoritaire en solistische man. Vrijwilligers die hem tegenwerkten bekte hij af. Sociaal-cultureel werker Jan Jansen zei 20 à 30 uur per week nodig te hebben om vrijwilligers te ontlasten van de druk die Peter Weening op hen legde.

“Ik was natuurlijk ook een klootzak,” zegt Weening in Vera Vuur. “Je hebt toch ook een grote bek en een klein hartje. Als het over de dingen gaat die je doet word je ook ontstellend vasthoudend. Dan word je mentaal heel erg sterk. Ik vond de zaak nog altijd belangrijker dan de manier waarop.”

Die tegengestelde belangen mondde uit in scheld- en knokpartijen. Weening werd zelfs aangeklaagd voor poging tot doodslag. Tegenstanders braken in bij hem thuis en gooiden zijn apparatuur in de sloot. “Ik heb alleen maar zelfverdediging gedaan. Ik heb nooit iemand fysiek aangevallen. Met de mond is wat anders.” Weening vindt het typisch Vera. “De gereformeerde achtergrond, de grote mate van vasthoudendheid in principes en standpunten. En keihard knokken daarvoor. Kan wezen. Mooi romantische visie op de zaak. Maar dat het bij ons harder gaat dan ergens anders, dat is volgens mij wel zo.”

De muzikanten dragen Weening op handen. “Peter is een van de meest gastvrije en slimme mensen die ik in de muziek ben tegengekomen,” zegt Willy Vlautin van Richmond Fontaine en The Delines.

Rock City is tijdelijk verkrijgbaar met fikse korting. Bestel het boek hier en ik signeer 't ook nog (als je wilt).







  • Reacties(0)

Fill in only if you are not real





De volgende XHTML tags zijn toegestaan: <b>, <br/>, <em>, <i>, <strong>, <u>. CSS styles en Javascript zijn niet toegestaan.