igorblogt

igorblogt

Hier staan veelal persoonlijke verhalen.

Ik ben ook behoorlijk actief op Twitter: kijk maar.
En heb zelfs een website: www.igorwijnker.nl

Onder Veranen (deel 3)

MuziekverhalenGeplaatst door Igor Wijnker do, augustus 29, 2019 14:36:12

Zaterdag viert VERA haar 120-jarige bestaan. Deze week zal ik daarom enkele passages delen uit de geschreven documentaire Onder Veranen die het hart vormt van m'n laatste boek Rock City.

Voor de bezoeker is het een eigenwijze club, voor muzikanten is het thuiskomen. Maar Vera is ook een gemeenschap. Het is het beste dat de tapcoördinator ooit is overkomen, met 6.000 naaldenprikken vereeuwigd op de rechtarm van de kelderbarman en de reden voor de illustrator om naar Groningen te verhuizen. Van de kelderbar tot de zeefdrukzolder, van het bordes langs de stinkende wc’s via de zaal kruip-door-sluip-door-naar kantoor: een portret van binnenuit van een volstrekt unieke club, geschreven door een Veraan (sinds 2011).

Dat Vera voor veel muzikanten als thuis voelt, is niet zo vreemd, met dat vertrouwde uitzicht: achter de geluidstafel staat waarschijnlijk Jochem Schouten (sinds 1994), Koos Borg (sinds 1994) of Edwin Heath (Veraan sinds 1981 en door door Vlautin betiteld als “geniale geluidsman, waardoor je altijd beter klinkt dan normaal.”

Links staat Teus Druyff die - leunend tegen de muur- het hele optreden uit de hand filmt. Sinds 2004 heeft hij zo het gros van de concerten vastgelegd. Aanvankelijk voor z’n privéverzameling, maar inmiddels worden al Teus’ opnamen bewaard door Poparchief Groningen.

Zoveel bekende gezichten. ‘Maakte die lange meid vijf jaar geleden niet ook foto’s?’ En die kale gozer met die bril die net plaatjes draaide en nu links vooraan staat te headbangen, dat is Evert ‘Grunnen Rocks’ Nijkamp. Als je een goede show geeft is er niemand die harder met de bierflessen op het podium roffelt dan Evert. En is hij ècht lyrisch dan vliegen de splinters van het plankier in het rond – de diepe putten in het hout getuigen daar van.

Op zeker moment verschijnt ook steevast Peter Weening, of Peter Vera zoals hij in de meeste adresboekjes en telefoons staat vermeld. Altijd op dezelfde plek: met zijn linkeroor nog net niet in de baskast van de metershoge geluidstoren. Tapbiertje in de hand, petje op, oordopjes uit. “Nog nooit gebruikt!” roept Weening, die zijn geheim wel wil verklappen. “Als ik bij harde muziek sta, dan houd ik mijn mond altijd een beetje open!” Werkt perfect. “Ik heb nog nooit last van piepende oren gehad!” Terwijl Weening toch minstens achtduizend optredens moet hebben bijgewoond en daar zit heel weinig fluistermuziek bij.

Geluidsman Edwin Heath vindt het ook vreemd en hij raadt de rest van de mensheid niet aan om Weenings methode na te volgen. “Peter is immuun voor gehoorschade, tot nog toe. Heel merkwaardig.”

Naast de geluidstafel staat kelderbarman EJ ook blij te wezen. “Er is nu niemand beneden, dus mijn collega kan wel even alleen staan. Dat wisselen we af.”

Kid Congo & The Pink Monkey Birds heeft niet de intensiteit van Nick Cave of Jeffrey Lee Pierce van The Gun Club, of de gekte van The Cramps, maar is vrolijk en licht ontregelend. De band staat met goede zin op het podium en krijgt dat terug van het publiek. Ook na afloop. Lang napraten met jonge mensen en oude bekenden die er in de jaren tachtig ook al bij waren. “Vera has it own life,” zegt Congo.

Als na middernacht de laatste plakkers uit de zaal zijn gewerkt, komt de kelderbar tot leven. Het is niet zozeer het afvoerputje van Vera, maar je treft er wel een mooie melange: van gewone bezoekers, mensen van het geluid en licht, tappers uit de grote zaal, het kassa- en garderobepersoneel die hun consumptiebonnen proberen op te maken en de muzikanten. Ook muzikanten van elders.

Je kunt zomaar een balende Tim Knol tegenkomen die eerder op de avond in een uitverkochte grote zaal van De Oosterpoort speelde en zich daarna zo snel mogelijk naar Vera spoedde omdat hij nog het staartje van een concert wilde meepakken. Mislukt. Als extra scheut zout in de wond mag ook nog gemeld worden dat hij –naar later bleek- het concert van het jaar had gemist. Knol trekt al snel weer bij als hij aan de lippen mag hangen van Jan Kooi van platenzaak Elpee. Naast hen probeert iemand een bierdop in het prullenbakje achter de bar te gooien (beloning=een gratis bier) en de barman zet de naald in een andere lp.

De kelderbar bevestigt de woorden van bioloog Midas Dekkers. “De mens is eigenlijk een holbewoner. Mij verbaast het daarom ook niks dat mensen zo ongelukkig zijn. Mensen voelen zich het lekkerst als ze met z’n allen in een gezellig hol zitten, met getemperd licht.”

De kelderbar is rauw, simpel, knus, laag, donker, bedompt en de favoriete plek van bedrijfsleider Sigo Koning. “Ik sta er eigenlijk veel te weinig bij stil dat we een fakking mooie kelderbar hebben.”

Hier onder de grond, wordt de kern van Vera het meest tastbaar. De kelderbar is ook een dikke middelvinger naar deze vluchtige tijd, naar trends, naar de economie die altijd maar moet groeien en naar elke overbodige update van je smartphone. Je ziet ze hier overigens weinig; waarom zou je je ook onledig houden met een telefoon als je een gesprek kunt hebben met iemand van vlees en bloed of kunt tafelvoetballen?

Met of zonder naborrel (alleen voor Veranen): de kelderbar is dé plek in Vera waar het gemeenschapsgevoel het fanatiekste wordt gepraktiseerd.

(morgen deel 4)

Rock City is tijdelijk verkrijgbaar met fikse korting. Bestel het boek hier en ik signeer 't ook nog (als je wilt).

  • Reacties(0)//deblogger.igorwijnker.nl/#post353