igorblogt

igorblogt

Hier staan veelal persoonlijke verhalen.

Ik ben ook behoorlijk actief op Twitter: kijk maar.
En heb zelfs een website: www.igorwijnker.nl

De wiebelteentjes van Shalita Dietrich

MuziekverhalenGeplaatst door Igor Wijnker vr, juli 12, 2019 14:26:59

Ik sta op de veerboot die mij over het IJ van Centraal Station naar de eerste editie van het festival Loose Ends brengt, op het voormalige NDSM-terrein. De overtocht duurt zeker een kwartier. In een geur van diesel, zonnebrandcrème en zweet. De boot staat propvolmet festivalgangers, vooral dertigers en veertigers. Het moet nog middag worden, maar het is al warm. De eerste biertjes zijn opengetrokken.

Rechts van mij staat –gescheiden door een wand met een groot raam- de man die van alle platen die ik vorig en dit jaar hoorde mij het diepste raakte met zijn teksten. Hij staat met een fiets aan zijn hand. John Cees Smit komt ook niet om op te treden met Scram C Baby, maar om naar zijn zoon Willem te kijken. John Cees ziet mij niet, ik sta schuin achter hem en het is te druk om me bij hem te voegen. Hij staat half in de al gloeiend hete zon, de wind blaast door zijn korte haren en hij tuurt over het IJ met melancholische blik. Ik kan er minutenlang naar kijken. Ik ben geen homo.

We lopen samen naar het festival en stuiten op een lange rij. Als ik vanuit de grote tent de band Korfbal hoor, neemt het instinct het over (“ik móet als de wiedeweerga naar binnen!”) verlies mijn decorum en zeg dat ik ga kijken of er misschien een persingang is.

Ik spoed mij naar de tent -oh nee, eerst een bier…oh nee eerst munten - en word op mijn wenken bediend. Door het bandje dat ik als een soort Henk Spaan van de popmuziek heb geadopteerd als mijn ontdekking (sla het boek Rock City er maar op na, nog steeds bij de schrijver zelf te koop voor een lachwekkend lage prijs).

Maar Korfbal heeft van niemand een opkontje nodig. Hun liedjes verspreiden zich als de haartjes van een processierups en de jeuk is hoogst aangenaam. Geen betere band om het festival mee te beginnen dan Korfbal.

Ik dartel met mijn volgende halve liter naar het volgende podium waar ik John Cees Smit weer tref. Hij is totaal flabbergasted van Korfbal. “Dat is toch niet normaal. Hoe goed die band is.” Ik kan het -als de Henk Spaan van de popmuziek- alleen maar beamen.

Plots verschijnt een glimlach op zijn gezicht. Ik herken die blik. Die heb ik namelijk ook als ik naar mijn dochter zie optreden (zoals afgelopen dinsdagavond nog in het R.K. Kerkje in Zuidhorn, waar ze een minuut op de blokfluit mocht spelen).

Ik kijk nu naar het kleine podium op de zandbult waar Willem Smit (voorman van Canshaker Pi) en zijn vrienden en vriendinnen van Personal Trainer zich hebben verzameld. Bij Personal Trainer krijgt u misschien associaties met breedgeschouderde, kortgeschoren, zichzelf erg serieus nemende mannen die je met Amerikaanse oneliners door een geestdodende oefening heen praten. “No pain no gain!” “You reap what you saw!” (die laatste heb ik trouwens van Lou Reed).

Het collectief Personal Trainer –ongeveer tien man/vrouw groot- kan daar niet verder vanaf staan en zorgt voor het vrolijkste optreden van de dag met de gekte van Pavement en elk denkbaar instrument waar ze aan konden komen. Bandleden klimmen op boxen om ruimte te maken voor nog meer muzikanten, eentje lazert er weer af, maar kan er zelf om lachen.

Zo’n lied als The Lazer (“Thinking out loud looking at you!) had van mij gerust een uur mogen duren. John Cees kan dat –als godfather van de indie academy- alleen maar beamen.

Maar de tijd is een schoft, en zeker op festivals. Hop, naar de volgende band.

En op dit festival begint de zon zich gaandeweg ook als een schoft te ontpoppen, vooral als hij opereert met zijn partner in crime Ger Stenat.

Gelukkig rijgen de geweldige optredens zich aaneen. Het voert te ver om ze hier alle twintig te noemen; waar ik naartoe wil is mijn Loose Ends-moment.

Het is rond een uur of zeven ’s avonds. Al heb ik dat later moeten nakijken, want ik heb op dat moment geen benul meer van de tijd. De zon, de hitte, alcohol, de gesprekken met al die sympathieke mensen en het urenlang staand kijken naar al die bands hebben al het nodige sloopwerk verricht. Misschien had ik wat meer moeten eten of water moeten drinken, maar het gekrijs van de frontvrouw van Sunflower Bean op de mainstage wordt me even te machtig. Ze eist dat we dichter bij het podium komen staan en vind eigenlijk dat we maar een sloom publiek zijn.

Ik kan dat beamen, dus slenter ik naar het kleine podium op de bult. Daar staat Lewsberg al een tijdje te spelen. [met snobistisch connaisseurstemmetje] "Die heb ik al vaker gezien, dus laat ik iets nieuws proeven," dacht ik vooraf. Maar ook een snobistische connaisseur met de nodige festivalkilometers op de teller kan zich vergissen.

Lewsberg is precies wat ik nodig heb. Onderkoeld en warm bad ineen.

Zonder al te veel moeite slalom ik langs lome mensen met meeknikkende hoofden en positioneer mij in de kuil voor het podium. Plots sta ik op nog geen meter afstand van de ultracoole frontman Arie van Vliet. Hij draagt een zonnebril en een gestreken pantalon en overhemd.

Het zijn niet Arie’s smetteloze witte schoenen die mijn aandacht trekken, al brengen die mij wel op het goede spoor. Mijn blik glijdt van zijn bescheiden pedaalassortiment over het plankier naar de voeten van de bassiste, een donkere beauty in een rode jurk die –ook dat heb ik even moeten opzoeken- Shalita Dietrich heet.

Laat die naam even rustig op je inwerken.

Shalita heeft een brede leest. Dat neemt me meteen voor haar in. Terwijl de lome muziek van Lewsberg en de monotone praatzang van Arie bezit van mij nemen, ben ik gebiologeerd door Shalita’s voeten. Het lijkt nu bijna alsof ik een fetisj voor voeten heb, maar dat is niet het geval. Misschien word ik er vooral door aangetrokken, omdat ik aangeschoten ben en omdat de voeten van muzikanten tijdens een concert zelden zijn te zien. En als dat wel het geval is dan zijn ze meestal van exhibitionistische artiesten die grotendeels of geheel naakt zijn en zo beweeglijk dat het rustig kijken naar een lichaamsdeel nauwelijks mogelijk is.

Nee, dan de voeten van Shalita Dietrich. Die laten zich gewillig bekijken. Die hoeven ook nergens naartoe. Ze zijn hier volkomen op hun plek. Soms doen ze een paar stappen naar links of naar rechts, soms synchroon, dan weer bij elkaar vandaan - én weer terug. Ze teppen, met de hielen of met de ballen. En dan gebeurt het – ik weet niet meer tijdens welk liedje, er zijn helaas geen beelden van… Shalita….begint te wiebelen met haar tenen. Alsof ze er piano mee speelt. Seconden lang.

Ik geloof niet dat ik eerder iets op een podium heb gezien dat mij zo vrolijk stemde als de wiebeltenen van Shalita Dietrich op deze lome avond.

Is dit nou dat ultieme festivalgevoel? Die magische samenloop van omstandigheden en gevoelens waardoor ik precies in de groef beland die Lewsberg hier creëert?

Ik trek ook mijn schoenen uit en plant mijn brede vermoeide voeten in het verkwikkende zand.



  • Reacties(0)//deblogger.igorwijnker.nl/#post350