igorblogt

igorblogt

Hier staan veelal persoonlijke verhalen.

Ik ben ook behoorlijk actief op Twitter: kijk maar.
En heb zelfs een website: www.igorwijnker.nl

Dag van de materiaalman

Dagelijks levenGeplaatst door Igor Wijnker do, september 24, 2015 14:21:20

Omdat het vandaag Nationale Dag van de Materiaalman is plaats ik hier een passage uit mijn boek Onder Marokkanen:


De volgende zondagmiddag is het proppen in de bestuurskamer, want er zijn twee teams op bezoek. Hassan vraagt of ik de gasten van een drankje wil voorzien. Dat wil ik wel, maar praktisch is het niet: ik zit achter in het hoekje, ingeklemd tussen de welvarende bestuursleden van Sporting Martinus. En Hassan zit naast de geopende deur, op nog geen twee meter van de bar. Hij kan zijn bestellingen zo naar de barman roepen. Ik vraag dus of hij dat zelf wil doen.

‘Nee,’ zegt Hassan, ‘ik praat niet meer met die man; die man is gek.’ Die man is kantinebeheerder Taher.

Omdat Habib druk in de weer is met administratieve zaken, hijs ik mij uit de stoel en wurm ik me langs de anderen een weg naar de kantine. Ik kan er alleen langs als de gasten hun buik tegen de tafelrand duwen en we allemaal onze adem inhouden. Als ik eenmaal bij Taher ben gearriveerd, blijkt hij precies hetzelfde over Hassan en het bestuur te denken. Ik vraag, op nadrukkelijk verzoek van Habib, of hij een bonnetje wil uitschrijven. Dat doet Taher met veel tegenzin en volgens mij alleen maar om mij – de Nederlandse gast – niet in verlegenheid te brengen.

Terug in de bestuurskamer worstel ik mij weer op mijn stoel en vertellen de mensen van Sporting Martinus dat zij zestien teams met F-pupillen hebben en geen leden meer kunnen aannemen. Ik ben er inmiddels achter dat clubbestuurders óf graag praten over het eigen succes óf klagen over het gebrek aan vrijwilligers. ‘We hebben een ledenstop. Het is bij ons elke zaterdag een gekkenhuis,’ zegt het Amstelveense bestuurslid.

Ik vertel maar niet wat ik een dag eerder bij Chabab meemaakte. In gedachten ga ik wel terug naar gisteren.

Het is een grijze en kille zaterdagochtend en ik denk opeens: laat ik eens afwijken van mijn min of meer vaste bezoekdagen (dinsdag, donderdag, vrijdag en zondag) en kijken wat er nu bij Chabab gaande is. Bar weinig, op het eerste gezicht. De kantine is gesloten, de gordijnen zijn dicht. Alleen de deur van het materiaalhok is open. Daar tref ik Mustapha, de gesubsidieerde materiaalman. Hij heeft rubberen laarzen aan, een honkbalpet op en draagt keepershandschoenen. ‘Hé, jongen, wat kom je doen?’

Ik kom kijken hoe hij de Lijnvast Markeerwagen van Perfors vult met kalkwater en vervolgens mooie witte lijnen trekt. Mustapha doet dit werk samen met Mous, maar die staat nog steeds op non-actief. ‘Mous is ziek, hè,’ zegt Mustapha schertsend. ‘Hij wil niet werken. Heeft hij ook nooit gedaan; z’n vrouw werkt voor hem. Hij heeft een Nederlandse vrouw.’

Ik volg Mustapha en zijn Lijnvast Markeerwagen over het hele veld. Hij doet zijn werk consciëntieus. Ook de dwarsstreepjes op de achterlijn, die toch een anoniem (kwade tongen spreken zelfs van overbodig) bestaan leiden, markeert Mustapha uit de vergetelheid. Losgescheurde plaggen gras worden teruggelegd en weer aangestampt. ‘Het A-veld is slecht. Vroeger hadden ze bij de groenvoorziening een man die het perfect onderhield. Nu zie ik nooit meer iemand.’ Die klacht hoorde ik ook al bij Amsterdam Serefspor, de andere voetbalclub op dit sportpark. In stadsdeelraadjargon heet het dat Sportpark Riekerhaven ‘niet de hoogste prioriteit heeft’.

Daarna maakt Mustapha de kleedkamers schoon. Het is alsof de spelers hun best hebben gedaan om zoveel mogelijk rotzooi achter te laten. ‘Moet je kijken,’ zegt Mustapha vol verwijt. ‘Dit is van het veteranenteam.’ Hij raapt wat proppen papier en tape op en gooit ze in de vuilnisbak die in de kleedkamer staat. ‘Prullenbak? Nee hoor, dat doen wij niet bij Chabab. Dat is te moeilijk.’

We lopen naar het materiaalhok. Mustapha stopt de tenues in de wasmachine, die evenals de droogmachine van het merk Atlas is.

‘Komen die uit Marokko?’ vraag ik.

Hij kijkt me verbaasd aan: ‘Nee hoor, hoezo? Gewoon bij Megapool.’

Ik wijs naar het merk.

‘O, dat… dat is toeval.’

Ik vertel dat in mijn vorige team de spelers om de beurt de grote tas met tenues zelf mee naar huis moesten nemen en wassen. Deze machines staan ook nog maar sinds kort bij Chabab, legt Mustapha uit. ‘Daarvoor gingen wij jarenlang naar de wasserette, omdat Chabab geen wasmachine kon betalen.’

‘Maar die wasserette was toch ook niet zo goedkoop?’ vraag ik.

‘Poeh, zeker. Ongeveer zesduizend gulden per jaar.’

‘Hoe lang heeft Chabab dat op die manier gedaan?’

‘Oh, jááren. Maar ik heb zelf ook vaak Chabab-kleding gewassen hoor. Mijn vrouw wilde dat niet doen, omdat het te smerig was. Het mocht wel in onze wasmachine, maar dan moest ik dat zelf maar doen. En ik moest het ook zelf ophangen.’

We horen gestommel, boven ons in de bestuurskamer. ‘Wordt daar ook geslapen?’ vraag ik.

Mustapha knikt, op zodanige wijze dat het ongepast is hierover door te vragen. ‘Ik ga douchen,’ zegt hij, ‘wil je thee?’ De materiaal- en terreinman staat te neuriën onder de douche.

Uit: Onder Marokkanen, een jaar bij FC Chabab (Nieuw Amsterdam, 2006), hoofdstuk 9 Fusiedriften

Naschift: Dit voorjaar heeft FC Chabab dan toch afscheid genomen van Sportpark Riekerhaven. Na talloze vergeefse pogingen om met een Amsterdamse club te fuseren is FC Chabab deze zomer eindelijk gefuseerd. Vanaf dit seizoen (2015-2016) speelt FC Chabab weer in de Hoofdklasse, maar nu in roodwit tenue en onder de naam Nieuw Utrecht. De thuiswedstrijden zijn op Sportpark Rijnvliet, in Leidsche Rijn.

Naar verluidt heeft SV Nieuw Utrecht feitelijk Chabab overgenomen, inclusief de huurschuld van 28.000 euro. Volgens de gemeente Utrecht heeft Nieuw Utrecht zelf nog een schuld van 238.000 euro.





  • Reacties(0)//deblogger.igorwijnker.nl/#post306