igorblogt

igorblogt

Hier staan veelal persoonlijke verhalen.

Ik ben ook behoorlijk actief op Twitter: kijk maar.
En heb zelfs een website: www.igorwijnker.nl

De wiebelteentjes van Shalita Dietrich

MuziekverhalenGeplaatst door Igor Wijnker vr, juli 12, 2019 14:26:59

Ik sta op de veerboot die mij over het IJ van Centraal Station naar de eerste editie van het festival Loose Ends brengt, op het voormalige NDSM-terrein. De overtocht duurt zeker een kwartier. In een geur van diesel, zonnebrandcrème en zweet. De boot staat propvolmet festivalgangers, vooral dertigers en veertigers. Het moet nog middag worden, maar het is al warm. De eerste biertjes zijn opengetrokken.

Rechts van mij staat –gescheiden door een wand met een groot raam- de man die van alle platen die ik vorig en dit jaar hoorde mij het diepste raakte met zijn teksten. Hij staat met een fiets aan zijn hand. John Cees Smit komt ook niet om op te treden met Scram C Baby, maar om naar zijn zoon Willem te kijken. John Cees ziet mij niet, ik sta schuin achter hem en het is te druk om me bij hem te voegen. Hij staat half in de al gloeiend hete zon, de wind blaast door zijn korte haren en hij tuurt over het IJ met melancholische blik. Ik kan er minutenlang naar kijken. Ik ben geen homo.

We lopen samen naar het festival en stuiten op een lange rij. Als ik vanuit de grote tent de band Korfbal hoor, neemt het instinct het over (“ik móet als de wiedeweerga naar binnen!”) verlies mijn decorum en zeg dat ik ga kijken of er misschien een persingang is.

Ik spoed mij naar de tent -oh nee, eerst een bier…oh nee eerst munten - en word op mijn wenken bediend. Door het bandje dat ik als een soort Henk Spaan van de popmuziek heb geadopteerd als mijn ontdekking (sla het boek Rock City er maar op na, nog steeds bij de schrijver zelf te koop voor een lachwekkend lage prijs).

Maar Korfbal heeft van niemand een opkontje nodig. Hun liedjes verspreiden zich als de haartjes van een processierups en de jeuk is hoogst aangenaam. Geen betere band om het festival mee te beginnen dan Korfbal.

Ik dartel met mijn volgende halve liter naar het volgende podium waar ik John Cees Smit weer tref. Hij is totaal flabbergasted van Korfbal. “Dat is toch niet normaal. Hoe goed die band is.” Ik kan het -als de Henk Spaan van de popmuziek- alleen maar beamen.

Plots verschijnt een glimlach op zijn gezicht. Ik herken die blik. Die heb ik namelijk ook als ik naar mijn dochter zie optreden (zoals afgelopen dinsdagavond nog in het R.K. Kerkje in Zuidhorn, waar ze een minuut op de blokfluit mocht spelen).

Ik kijk nu naar het kleine podium op de zandbult waar Willem Smit (voorman van Canshaker Pi) en zijn vrienden en vriendinnen van Personal Trainer zich hebben verzameld. Bij Personal Trainer krijgt u misschien associaties met breedgeschouderde, kortgeschoren, zichzelf erg serieus nemende mannen die je met Amerikaanse oneliners door een geestdodende oefening heen praten. “No pain no gain!” “You reap what you saw!” (die laatste heb ik trouwens van Lou Reed).

Het collectief Personal Trainer –ongeveer tien man/vrouw groot- kan daar niet verder vanaf staan en zorgt voor het vrolijkste optreden van de dag met de gekte van Pavement en elk denkbaar instrument waar ze aan konden komen. Bandleden klimmen op boxen om ruimte te maken voor nog meer muzikanten, eentje lazert er weer af, maar kan er zelf om lachen.

Zo’n lied als The Lazer (“Thinking out loud looking at you!) had van mij gerust een uur mogen duren. John Cees kan dat –als godfather van de indie academy- alleen maar beamen.

Maar de tijd is een schoft, en zeker op festivals. Hop, naar de volgende band.

En op dit festival begint de zon zich gaandeweg ook als een schoft te ontpoppen, vooral als hij opereert met zijn partner in crime Ger Stenat.

Gelukkig rijgen de geweldige optredens zich aaneen. Het voert te ver om ze hier alle twintig te noemen; waar ik naartoe wil is mijn Loose Ends-moment.

Het is rond een uur of zeven ’s avonds. Al heb ik dat later moeten nakijken, want ik heb op dat moment geen benul meer van de tijd. De zon, de hitte, alcohol, de gesprekken met al die sympathieke mensen en het urenlang staand kijken naar al die bands hebben al het nodige sloopwerk verricht. Misschien had ik wat meer moeten eten of water moeten drinken, maar het gekrijs van de frontvrouw van Sunflower Bean op de mainstage wordt me even te machtig. Ze eist dat we dichter bij het podium komen staan en vind eigenlijk dat we maar een sloom publiek zijn.

Ik kan dat beamen, dus slenter ik naar het kleine podium op de bult. Daar staat Lewsberg al een tijdje te spelen. [met snobistisch connaisseurstemmetje] "Die heb ik al vaker gezien, dus laat ik iets nieuws proeven," dacht ik vooraf. Maar ook een snobistische connaisseur met de nodige festivalkilometers op de teller kan zich vergissen.

Lewsberg is precies wat ik nodig heb. Onderkoeld en warm bad ineen.

Zonder al te veel moeite slalom ik langs lome mensen met meeknikkende hoofden en positioneer mij in de kuil voor het podium. Plots sta ik op nog geen meter afstand van de ultracoole frontman Arie van Vliet. Hij draagt een zonnebril en een gestreken pantalon en overhemd.

Het zijn niet Arie’s smetteloze witte schoenen die mijn aandacht trekken, al brengen die mij wel op het goede spoor. Mijn blik glijdt van zijn bescheiden pedaalassortiment over het plankier naar de voeten van de bassiste, een donkere beauty in een rode jurk die –ook dat heb ik even moeten opzoeken- Shalita Dietrich heet.

Laat die naam even rustig op je inwerken.

Shalita heeft een brede leest. Dat neemt me meteen voor haar in. Terwijl de lome muziek van Lewsberg en de monotone praatzang van Arie bezit van mij nemen, ben ik gebiologeerd door Shalita’s voeten. Het lijkt nu bijna alsof ik een fetisj voor voeten heb, maar dat is niet het geval. Misschien word ik er vooral door aangetrokken, omdat ik aangeschoten ben en omdat de voeten van muzikanten tijdens een concert zelden zijn te zien. En als dat wel het geval is dan zijn ze meestal van exhibitionistische artiesten die grotendeels of geheel naakt zijn en zo beweeglijk dat het rustig kijken naar een lichaamsdeel nauwelijks mogelijk is.

Nee, dan de voeten van Shalita Dietrich. Die laten zich gewillig bekijken. Die hoeven ook nergens naartoe. Ze zijn hier volkomen op hun plek. Soms doen ze een paar stappen naar links of naar rechts, soms synchroon, dan weer bij elkaar vandaan - én weer terug. Ze teppen, met de hielen of met de ballen. En dan gebeurt het – ik weet niet meer tijdens welk liedje, er zijn helaas geen beelden van… Shalita….begint te wiebelen met haar tenen. Alsof ze er piano mee speelt. Seconden lang.

Ik geloof niet dat ik eerder iets op een podium heb gezien dat mij zo vrolijk stemde als de wiebeltenen van Shalita Dietrich op deze lome avond.

Is dit nou dat ultieme festivalgevoel? Die magische samenloop van omstandigheden en gevoelens waardoor ik precies in de groef beland die Lewsberg hier creëert?

Ik trek ook mijn schoenen uit en plant mijn brede vermoeide voeten in het verkwikkende zand.



  • Reacties(0)//deblogger.igorwijnker.nl/#post350

Mag ik even uw aandacht

MuziekverhalenGeplaatst door Igor Wijnker ma, januari 28, 2019 11:25:14

Foto: Bob de Vries

Meindert Talma trekt weer door het land met zijn koffer (zie foto), die deze keer is gevuld met voetballiedjes. Waaronder elf nieuwe die ook op z'n laatste plaat Balsturig prijken.
Vrijdag trapte hij de nieuwe tour af in VERA.

Ondanks het miezerige weer was men met honderden gekomen. Dat mag je lezen als een zelffelicitatie (is het ook. Goed gedaan!), maar het is toch vooral de verdienste van Talma. Hij heeft inmiddels dermate trouwe fans vergaard dat die vrijdag zelfs in het geval van een zondvloed nog massaal naar de Oosterstraat zouden zijn gekanood, gezeild, gezwommen of gesupt om dit optreden te kunnen bijwonen.

Balsturig als de bard uit Noordhorn is had hij besloten om deze artiestenklus dit keer in z'n eentje te klaren. Dat is voorwaar geen kattenpis: een kleine twee uur zo'n hele zaal -gevuld met een niet echt uitgesproken voetbalpubliek- proberen te boeien met voetballiedjes.

Maar hij slaagde met vlag en wimpel. Ook de mensen die "werkelijk helemaal niets met voetbal hebben" hadden zich opperbest vermaakt, vertelden ze mij. Het was dan ook een schitterende avond, die vrolijk en weemoedig stemde. Ik hoefde geen traan weg te pinken zoals destijds bij de ballade van Jannes van der Wal, maar veel scheelde het niet bij het Dick Nanninga-lied.

Het was een optreden -zonder pauze- dat geen moment verveelde doordat Meindert de liedjes aaneen smeedde met zijn onovertroffen gortdroogkomische praatjes en hilarische fragmenten. De voorheen schutterende performer voelt zich tegenwoordig op het podium als een geoefende sup'er op het water.

Over zijn teksten en ook de muziek is al lovend geschreven, maar ik wil hier graag even iets over zijn zelfgemaakte clips melden. Dat de prachtige beelden die Meindert -al dan niet rechtmatig- bij elkaar heeft gegoogled zijn liedjes naar een ander niveau tillen. Het mag ook wel eens vastgesteld worden dat Meindert een clipmaker par excellence is. Sterker: er is op de hele wereld waarschijnlijk geen clipmaker te vinden die clips kan fabriceren die zó goed bij zijn liedjes passen.

Voetbal is volgens mij populairder dan ooit, zowel bij het volk als bij high brow-romantici die tientallen euro's zouden neertellen voor een fotoboek over cornervlaggen.
Het is mij dan ook een raadsel waarom hij nog steeds niet ècht is ontdekt door organisatoren van voetbalquizen en door voetbalclubs. Terwijl bestuurders van amateurclubs grif duizenden euro's betalen voor een praatje van een voetbaltvhoofd of een ex-voetballer of -trainer.
Dat zal best vermakelijk zijn, maar als je Meindert Talma inhuurt dan heb je de voetbalavond van je leven. Zelfs je partner die een hekel aan voetbal heeft.
Kortom: boek die man! (maar gelieve niet op de 2e donderdag van de maand)

De foto is overigens gekopieerd van de website Make A Fuzz die 'm weer van een van VERA's fotografen, Bob de Vries, heeft bekomen. Dus dat zit wel snor.



  • Reacties(0)//deblogger.igorwijnker.nl/#post349

Wordt 2019 het jaar...

Dagelijks levenGeplaatst door Igor Wijnker ma, januari 07, 2019 09:57:26

…dat je het verhaal van je leven schrijft – of laat schrijven?

Het is een diepgekoesterde wens van veel Nederlanders. Begrijpelijk, want het geeft enorm veel voldoening (zie verderop).

Helaas is het ook een voornemen dat vaak wordt uitgesteld of na een enthousiast begin weer in de la verdwijnt. Dat is heel herkenbaar. Schrijven=zitten. En schrappen. En blijven zitten. En door pijnlijke fases heen ploeteren. Geloof me: zelfs de grootste schrijvers die de mooiste zinnen zo uit hun mouw lijken te schudden, moeten daar heel hard voor werken.

Maar, en nu komt het…dat is het allemaal waard.

Als je geen zin hebt in dat gezwoeg, kun je natuurlijk ook een ervaren schrijver (…vul hier je favoriete biograaf in) inhuren. Kijk bijvoorbeeld eens hier.

Ik heb hieronder enkele redenen op een rij gezet om jezelf of een professional aan het schrijfwerk te zetten voor het verhaal van je leven:

1. Je geeft de wereld en jezelf iets heel moois en waardevols.

2. We leven in een jachtige tijd waarbij we te weinig of te kort stilstaan bij bijzondere gebeurtenissen. We gaan snel weer over tot de orde van de dag. Het is verrijkend om in alle rust te reflecteren op je leven. Het kan het verleden en dus ook het heden meer glans geven, het kan tot nieuwe inzichten leiden.

3. Het is ook simpelweg heerlijk om herinneringen op te halen. Om die mooie of ontroerende momenten weer te beleven, om te praten over een dierbare die er niet meer is.

4. Soms kan het ook enorm opluchten om het hart te luchten. Het (laten) opschrijven van je levensverhaal kan zelfs helpen bij het verwerken van moeilijke perioden.

5. De ervaring leert dat door het delen van je leven de band met de familie en andere dierbaren wordt versterkt. Meer inzicht leidt meestal tot meer begrip en waardering. De kracht van jouw woorden, die met veel zorg aan het papier zijn toevertrouwd, is van onschatbare waarde.

6. Het geeft veel voldoening: de zekerheid dat jouw verhaal generaties lang blijft voortbestaan. Of zoals muzikant Bert Hadders schreef na het lezen van het portret dat ik over hem had geschreven: “Ik heb het inmiddels al een keer of vier gelezen. Gewoon omdat ik er zo blij mee ben. Ik heb een beetje hetzelfde gevoel als na het uitkomen van onze eerste cd: ‘Als ik nu dood neerval is dit wat ik nalaat”. En dat voelt goed! Mooi geschreven, grappig en informatief.”

Mocht je nog niet overtuigd zijn, dan kun je gerust contact met me opnemen.

Veel schrijf- en vertelplezier in 2019.



  • Reacties(0)//deblogger.igorwijnker.nl/#post348

Zo kan het ook

Dagelijks levenGeplaatst door Igor Wijnker di, december 25, 2018 15:28:31
Een paar keer per jaar logeer ik bij mijn vriend Ferry en z’n lieve vrouw Monica in Amsterdam. Hun bovenwoning is een baken van rust en eenvoud in de jachtige stad. Pindakaas maken ze zelf en aan een kop koffie gaat steevast een ritueel vooraf van bonen malen (met de hand) en het water eerst koken vóór het in reservoir van het espressopotje wordt gegoten.

Het is ook alsof ze veel meer tijd hebben. Voor het bereiden van het eten, de maaltijd zelf, de gesprekken. Geen tv of smartphone die zich opdringt.

Volgens het CBS behoren Ferry en Monica tot de minima. Twee dagen per week verrichten ze ongeschoold werk. Precies genoeg om van te leven. Een leven zo sober dat het waarschijnlijk voor excentriek doorgaat. Naar het zwembad gaat Ferry bijvoorbeeld niet, wel zwemt hij een paar keer per week in een naburig meer. Het hele jaar door. Afgelopen juni ging ik voor het eerst met hem mee en was ik verkocht.

Beiden zijn ook begenadigde makers, maar dat schreeuwen ze niet van de daken. Zonder enige druk of haast werken ze maandenlang aan een verhaal (Ferry) of een tekening (Monica).

Ferry schreef een van de mooiste boeken die ik dit jaar heb gelezen: Achterwaarts vooruit. Helaas niet te koop, want verschenen in een bescheiden oplage van 70. Om het goed te maken krijg je straks hieronder een link die leidt naar een prachtig verhaal van Ferry.

Het is natuurlijk wel curieus dat ik jaren geleden de hoofdstad verliet voor een Gronings dorp en tegenwoordig pas in Amsterdam volledig tot rust kom. Toch is het zo: na een bezoek aan Ferry en Monica ben ik altijd opgeknapt en vol goede voornemens om mijn leven te veranderen. Die voornemens zijn zo voor de hand liggend dat het bijna lachwekkend is: genieten van het alledaagse, vrienden en familie meer aandacht geven, nu ze er nog zijn ze laten merken dat ze veel voor je betekenen. En vooral zoveel mogelijk datgene doen waar je het gelukkigst van wordt. Niet van zwemmen in het open water, bleek bij mij in oktober.

Ferry en Monica laten me zien hoe het ook kan, in deze jachtige en competitieve tijd die me meer in z’n greep heeft dan mij lief is. Mijn besluit om naast de journalistiek met Ieder verdient een boek meer levensverhalen vast te leggen is een eerste stap in de goede richting.

Het is enorm verrijkend om met een ander uitgebreid over zijn of haar leven te praten. Om stil te staan bij de belangrijke gebeurtenissen uit iemands leven en die op te mogen schrijven.

Nu alleen mijn eigen leven nog.

Weer was het mijn vriend die me de weg wees. Toen Ferry’s ouders recentelijk hun 50-jarige huwelijk met een etentje vierden kon hij zich geen duur cadeau veroorloven. Hij gaf hen -én zichzelf- iets veel waardevollers: een ontroerend portret van het gezin.

Het wordt tijd dat ik ook de pen ter hand neem voor een verhaal over mijn eigen familie.

Wie volgt?

PS: Dit verhaal van Ferry kan ik van harte aanbevelen.



  • Reacties(0)//deblogger.igorwijnker.nl/#post347

Recept voor Give Us A Kiss (à la Scram C Baby)

MuziekverhalenGeplaatst door Igor Wijnker vr, november 30, 2018 11:28:12

Men neme (voor meer dan vier personen):

– twee stronteigenwijze Amsterdammers (John Cees Smit en Frank van Praag) die het zelden met elkaar eens zijn, maar volgend jaar toch alweer hun 25-jarige muziekhuwelijk vieren.
– voeg daarbij Geert de Groot, een minstens zo eigenzinnige bassist die al sinds 2001 het geweten is van de band, maar deze plaat afstand nam – en er toch een grote stempel op drukte.
– maak het af met Mark Meeuwenoord, de nieuwe gitarist die zo mogelijk nog ideeënrijker en koppiger is dan de rest.

Bereidingswijze:

– 4 á 5 jaar laten gisten, d.w.z:
– aanklooien in de Vondelbunker
– jammen tot het theewater kookt
– vliegen, vloeken, lachen, zuchten, opnemen, blij zijn, kwaad
– de band begraven en weer opgraven
– tientallen liedjes opnemen
– en in de prullenmand flikkeren
– de zanger die de pen diep in z’n bloedende hart doopt
– kiezen, mixen (en ruzie maken over elk detail)

Et voilà: Scram C Baby’s beste plaat uit z’n 26-jarige bestaan.


Sterker, en nu ga ik iets stelligs beweren (kan mij het schelen, ik sta toch niet op de loonlijst van Excelsior): Give Us A Kiss is een van de hoogtepunten uit de enorme catalogus van het label.


Een plaat die je van begin tot het bittere eind wilt luisteren. En daarna nog een keer. Vanaf de eerste regels van Shine a little light (These are the things we’re doing it for, put some ginger in my ears) tot het ijzingwekkend warmbloedige slotlied Throw me to the kids laat de band je alle hoeken van de kamer zien.

Give Us A Kiss is een plaat waarop alle kwaliteiten van de band meer dan ooit volledig tot hun recht komen.

Wisten de Scram C-babies op voorgaande platen nog wel ‘ns te verhullen hoe goed ze daadwerkelijk zijn. Omdat er iets te veel ideeën op stonden, of omdat het bij vlagen net te rauw of raar was. Deze keer zal zelfs de slechte verstaander moeten erkennen dat we hier met een van de beste bands van de Benelux van doen hebben. Het zit er allemaal in: songs, sound en soul.

De gekte en speelsheid zijn er –godzijdank- nog steeds, maar worden in strakke banen geleid. Deze keer heeft de band net zo lang muziek en ruzie gemaakt tot de twaalf uitverkoren liedjes (ondanks de grote variatie) konden worden samengeperst tot één brok graniet. Grof en verfijnd, bontgekleurd,…enfin zoek de kenmerken van dit gesteente rustig op in een naslagwerk: ze zijn allen van toepassing op Give Us A Kiss.

Het is nog steeds onmiskenbaar Scram C Baby zoals in Soul Marinera, Treehouse en Kill Screen, maar deze plaat zou voor de band zo maar eens wat deuren kunnen openen. In de hoofden van dj’s, muzieksamenstellers en andere luisteraars.

Alsof het Scram C Baby daarom te doen is. Een ‘vereniging voor muzikale vrijheidsbeleving’ noemde bassist Geert de Groot de band eens. Die soms de beste liedjes bedenkt aan het begin van de repetitie, om precies te zijn tussen het opzetten van het theewater tot de fluitketel klinkt. Frank: ‘Die fluit staat op heel wat opnames.’

Ook vaak gehoord of gelezen: de ongeleide projectielen/buitenbeentjes/zwarte schapen van Excelsior. Geen peil op te trekken. Scram C Baby is inderdaad een band die eens in de zoveel jaar een plaat uitbrengt, maar pas als-ie af is. Oké, het duurde deze keer wel heel lang – daarover straks meer.

‘Een carrière in de muziek hebben we nooit nagestreefd,’ zegt John Cees, zanger van de band zonder manager, plan of behoefte om ‘een lied bij de mensen naar binnen te duwen.’

John Cees: ‘In DWDD, daar zou ik echt nóóit staan.’

Mark: ‘Waarom niet? Ik respecteer het. Maar ik snap het niet.’

Frank: ‘Zo’n statement om het niet te doen gaat ook wel weer ver, vind ik. Al ben ik het helemaal met je eens.’

Welkom bij de 5763ste discussie van de band die dualiteit zou hebben uitgevonden als het niet had bestaan.

We zijn op de thuisbasis van Excelsior, waar de banddialoog vanzelf weer wordt hervat door de drie hoofdverantwoordelijken voor deze plaat. Vandaag ook geen drumster Marit de Loos en bassist Geert de Groot, al is vooral laatstgenoemde bijna tastbaar aanwezig. ‘Hij is ons muzikale geweten,’ zegt Frank, die zichzelf als componist, gitarist, drummer, toetsenist, producer ook niet mag uitvlakken.

Al bijna 25 jaar vormt hij met John Cees het hart van de band. Muzikaal halen ze nog steeds het beste bij elkaar naar boven. ‘Maar Frank en ik zijn ook heel erg verschillend,’ zegt John Cees, ‘we zijn een soort tante Jut en ome Jul, zitten heel vaak te kibbelen.’

Frank: ‘Eigenlijk zijn we het zelden met elkaar eens.’

Bij afwezigheid van Geert en Marit, fungeerde Mark, de nieuwste baby, als een soort bemiddelaar.

Frank: ‘We praatten ook nauwelijks met elkaar, maar via jou.’

Mark: ‘Dat was niet altijd makkelijk, maar het geeft ook wel een mooie spanning. Het gaat er wel om.’

Over elk detail van de plaat is strijd geleverd, geven de drie volmondig toe.

‘Dat is niet per se negatief hoor,’ vindt Mark.

Frank: ‘Je komt nooit tot slappe compromissen. Dat je er genoeg van hebt en zegt: “laten we dan maar in het midden gaan zitten voor de lieve vrede.” Dat is het grootste gevaar.’

John Cees: ‘Nee! Dat mag nooit! Geen enkele concessie, terwijl het natuurlijk niet anders kan en we dat waarschijnlijk wel èrgens doen.’

Maar aangezien ze niets te verliezen hebben zijn de bandleden bereid heel ver te gaan. ‘Dat is ook het unieke van Scram C Baby,’ zegt Mark. ‘Het is echt heel knap dat jullie het zo lang volhouden.’

John Cees: ‘Die chemie heeft altijd veel perspectief geboden.’

Toch is het een klein wonder dat deze plaat er is gekomen.

Lange tijd zag het ernaar uit dat Scram C Baby een stille dood was gestorven. De relatiesores van de zanger en de drumster trokken een zware wissel op de band na de laatste plaat Slow Mirror, Wicked Chair (2010). John Cees: ‘Het is nooit slim om een vriendin in de band te hebben. Geert zei: “zoek het maar even lekker uit”.’

Dat weerhield hem er niet van om met Frank het project I Believe In My Mess te beginnen. John Cees wilde ook muziek blijven maken. Dat deed hij met gitarist Mark Meeuwenoord, die al vanaf het begin fan is van Scram C Baby. ‘Lekker klooien op woensdagmiddag, zonder duidelijk doel.’ Op zeker moment kwam Frank er ook weer bij, maar het mocht geen Scram C Baby heten.

Wat dan wel? Helmers Academy bijvoorbeeld, vernoemd naar het café dat ze vaak frequenteren.

Mark begint te lachen. ‘Wat ik heel mooi vond tijdens dat proces: het móest gewoon weer Scram C Baby worden. Het was niet makkelijk, maar het is een soort interne urgentie. Die is sterker dan jullie zelf.’

Het zit er in, het moet eruit.

You gotta hammer it/And then you push it down/And you shit it out/Eating like an elephant

Die urgentie voel je door het hele album.

Maar wanneer zou dat rotding nou ‘ns af zou zijn, vroeg John Cees zich af nadat alle liedjes allang waren bedacht. Kijkt naar Frank. ‘Ik kan dus niet tegen zijn geduld, terwijl dat eigenlijk een hele goede zaak is.’

Frank, verzuchtend: ‘Het kost gewoon tijd om een plaat te maken. Maar als ik eerlijk ben dan hebben we ook veel te danken aan Geert.’ De anderen knikken.

Mark: ‘Kwamen wij er weer ‘ns niet uit met z’n drieën en dan gaf Geert de doorslag.’

Frank: ‘Geert was het die zei: “dit is de beste hoes” en: “jongens, ik heb het: dit wordt de volgorde van de nummers”.’

John Cees: ‘Geert heeft ook de titel bedacht.’

Give Us A Kiss. Je zou bijna gaan denken dat die eigenwijze bandleden alsnog waardering en liefde zoeken.

Al zijn het nog steeds prikwangen die je moet kussen, in een walm van alcohol en sigaretten. En neemt John Cees Smit je mee naar zijn duistere krochten. Waar hij vraagt een lichtje te schijnen op zijn donkere gemoed, hij zijn drie exen op onnavolgbare wijze bezingt (in XXX) en een nachtmerrie (Blade Dream) heeft.

‘Uit welke geest die teksten zijn ontsproten? Een zieke geest.’

Nog nooit waren zijn teksten zo persoonlijk. ‘Hart op papier, hoofd op het hakblok.’

‘Met deze plaat is er zelfs voor het eerst discussie geweest over sommige teksten,’ zegt Frank. We hebben ook gezegd: “John, het is hartstikke goed, maar dit wil jij straks niet zingen omdat die tekst zo persoonlijk is”.’

John Cees: ‘De eerste keer dat we die nummers oefenden had ik het er wel even zwaar mee. Op vorige platen heb ik altijd veel meer afstand genomen. Maar bij deze plaat is er een gigantisch ingewikkelde liefdesrelatie ontstaan en die is op een of andere manier tekstueel flínk naar boven gekomen, zodat er nu onherkenbare teksten –ook voor mij- zijn ontstaan.’

Frank: ‘Ik vind het wel een heel volwassen benadering van…’

John Cees: ‘O ja?! Ik vind het juist heel puberaal wat ik heb gedaan.’

Als dit puberaal is, dan was Reve een kinderboekenschrijver.

Scram C Baby kijkt vragend naar de interviewer van dienst. Hoe zou hij Give Us A Kiss karakteriseren?

Ehh, gelouterd…doorleefd.

‘Dat krijg ik ook van anderen te horen,’ zegt Frank. ‘Dat het een volwassen plaat is.’

John Cees grijpt naar zijn hoofd. ‘Dat is wel heel erg.’

Laatst werd zijn band in deze zelfde ruimte al de godfathers van de indie academy genoemd. ‘Toen kon ik wel door deze stoel zakken.’
Arme ziel. Gemarineerd dan?

Frank: ‘Deze plaat is wel rustiger, maar ook veel brutaler.’

John Cees: ‘Het moet rücksichtslos blijven.’

Ja, ze zijn er trots op. ‘Ook door dat hele verhaal,’ zegt Frank. ‘De heftige conflicten, het harde werken.’

En als jonge honden staan ze te popelen om het live te spelen. Gewoon met Marit en Geert.

De try out in juli in Nieuwe Anita smaakte naar veel meer. Ook bij alle aanwezigen in het volgepakte zaaltje, die de verloren gewaande band warm onthaalden. Die begon het optreden doodleuk met de zes eerste liedjes van de nieuwe plaat. Ze gingen erin als koude biertjes op een snikhete zomerdag en sloten verrassend goed aan bij al die andere SCB-hits die nooit hits zijn geworden.

Eens te meer bleek hoe geliefd de band nog steeds is.

Dat merkt Mark ook, als hij aan vrienden of collega’s laat horen in welke band hij tegenwoordig speelt. Als ontwerper (en lid van het collectief Polymorf), sounddesigner en docent heeft hij goede contacten met topontwerpers en andere creatieven.
Daarvan zijn er een aantal op slag en zo hartstochtelijk Scram C Baby-fan geworden dat zij de band vooruit willen helpen. Nienke Huitinga (van o.a. de Human Bird Wings hoax en het met een Gouden Kalf bekroonde The Modular Body) is van grote waarde als communicatiespecialist en bedenker van nieuwe ideeën. Anton Lamberg van Lava maakte de intrigerende albumhoes die de dualiteit van de band en de plaat treffend verbeeldt.

En dan verschijnt deze week een schitterende clip die zijn weerga niet kent in de geschiedenis van de band. Filmmaker Frederik Duerinck (ook van Polymorf) wilde dolgraag een clip bij de single Elephant maken.

Mark: ‘Daar is veel discussie over geweest. Het is wel een atypisch SCB-nummer.’

John Cees: ‘Maar het is uiteindelijk goed om eens niet te dicht bij je bekende werk te blijven.’

Frank: ‘En Elephant is ook het eerste nummer dat de vorm had zoals de rest van de plaat is gaan klinken.’

John Cees: ‘Dat zit allemaal in je hoofd hè. Want het is duidelijk een ander nummer dan de rest van de plaat.’

Frank: ‘Nee, dat vind ik niet. Het zit qua sound helemaal in de lijn van de plaat.’

John Cees: ‘Ja?’

Mark hoort het hoofdschuddend aan.

Het wordt tijd dat Scram C Baby weer gaat spelen.

(Eerder gepubliceerd op http://www.scramcbaby.nl/?page_id=296)


Zaterdag 1 december speelt Scram C Baby in Simplon.



  • Reacties(0)//deblogger.igorwijnker.nl/#post346

Op 6-11 in VERA: IDLES

MuziekverhalenGeplaatst door Igor Wijnker do, november 01, 2018 21:43:21

Eens in de zoveel jaar komt een band bovendrijven -als de gele regenton in Jaws- die de boel flink wakker schudt. Zo’n band die je een keiharde schop tegen je geweten geeft.

Protomartyr denderde in 2014 mijn leven binnen. Om er voorlopig niet meer uit te verdwijnen. Toen vorig jaar IDLES op mijn radar verscheen met de single Mother, wist ik: dit is er weer eentje. Het is een lied als een sloophamer: een simpele basloop en zanger Joe Talbot die de woorden in je oor spuugt en gaandeweg steeds bozer wordt: My mother worked 15 hours 5 days a week/My mother worked 16 hours 6 days a week/My mother worked 17 hours 7 days a week/ The best way to scare a Tory is to read and get rich (3x) I know nothing I’m just sitting here looking at pretty colours (3x) Mother….fucker (2x)

Heel/Heal, het openingsnummer van debuutplaat Brutalism (2017), bleek nog furieuzer te zijn. Talbot zingt hier het bloed in zijn keel. Om in het volgende lied (Well Done, over het klassenverschil in Engelend) te briesen dat hij nog liever zijn neus eraf snijdt dan de adviezen van die bevoorrechte eikels in hun ivoren torens op te volgen.

IDLES, aangenaam.


Het was meteen duidelijk waar IDLES voor staat. Maar een band die zich zo nadrukkelijk met politiek bemoeit, bewandelt ook een heel dun koord.

Talbot valt niet, want hij maakt het persoonlijk en is een meesterlijke songtekstschrijver. Een jongeman die in korte tijd veel tegenslag kende en lijkt te zeggen: “Dit is mijn fucked up leven, maar ik ben er nog. Hoe gaat het met jou?”

Toen Joe zestien was raakte zijn moeder verlamd na een beroerte. Hij heeft haar verzorgd tot op het sterfbed. Ze overleed tijdens het maken van de debuutplaat en is afgebeeld op de hoes, als eerbetoon. En als aanklacht tegen de samenleving waarin onderbetaalde burgers zich dood werken.

“Ze wás het album, daarom staat ze op de cover,” legde de zanger uit. IDLES ging een stap verder: de band liet een limited edition maken van honderd lp’s, inclusief de as van Talbots moeder die in het vinyl werd geperst.

We hebben hier duidelijk niet van doen met het zoveelste Britse bandje dat –vooral door de eigen chauvinistische muziekpers- op het schild wordt gehesen als de nieuwste sensatie. Om er weldra weer vanaf te worden gelazerd.

IDLES werd aanvankelijk vaak in één adem genoemd met bijvoorbeeld Shame, maar is toch ècht van een andere orde. Als je een geestverwant zoekt van dit vijftal uit Bristol dan kom je eerder uit bij Sleaford Mods die hier eerder dit jaar een onvergetelijk concert gaf.

Muzikaal is het niet zo fijnzinnig, maar tekstueel messcherp. Beide groepen laten een tegengeluid horen in een land dat ten onder gaat aan het liberalisme en in de greep is van angst- en haatzaaiende politici die beloven dat alles weer kan worden als vroeger.

IDLES nam de eerste plaat zoveel mogelijk live op in de studio, met de zelf opgelegde restrictie dat elk lied na maximaal drie pogingen op band moest staan. Geen studiotrucjes, maar rauwe emotie.

De plaat en optredens vielen in vruchtbare aarde. Maar dat het zo’n hoge vlucht zou nemen, had niemand kunnen voorzien. IDLES lijkt de laatste maanden opeens overal te zijn en op ieders tong te liggen. Het komt vooral door mijn eigen bubble, maar Talbot en band werden zelfs geportretteerd in Toms Engeland, de fraaie tv-serie van de toch zeer beschaafde Tom Egbers.

Wat uit die reportage ook al bleek is dat IDLES veel meer is dan een band. Ze vormt de voorhoede van een tegenbeweging, die zich steeds meer roert. Die haar toekomst niet wil laten vergallen door de reactionaire goegemeente. En Talbot is de spreekbuis die bekrompen landgenoten bestrijdt waar hij kan. Met woorden en muziek. En plezier.

Tientallen zalen en festivaltenten bracht IDLES het afgelopen jaar in extase met opzwepende optredens, maar toch slaagde de band er in een nieuwe plaat te maken. The Joy as an Act of Resistance kwam eind augustus uit en is van hetzelfde hoge niveau als het debuut. Alleen is de toon positiever. Zoetsappig wordt het nergens. De muziek is nog steeds bruut, de teksten vilein en wrangkomisch. Er is een geweldige single (Danny Nedelko, meeschreeuwen gaat vanzelf), maar ook een aangrijpend lied (June) over zijn doodgeboren kind. Talbot durft zich kwetsbaar op te stellen, wíl zich kwetsbaar openstellen. “This album is an attempt to be vulnerable to our audience and to encourage vulnerability,” zei Talbot, “a brave naked smile in this shitty new world. We have stripped back the songs and lyrics to our bare flesh to allow each other to breathe, to celebrate our differences, and act as an ode to communities and the individuals that forge them. Because without our community, we’d be nothing.”

De band weet dit gevoel als geen andere band op een podium te vertolken. En daarmee zijn we aangekomen bij de grootste kwaliteit van de band en dé reden om deze dinsdagavond naar de Oosterstaat te komen: een optreden van IDLES is een belevenis. Een intense gebeurtenis, waarbij band en publiek –op een geslaagde avond- één worden. Unity!

Het is eigenlijk een wonder dat het nog steeds niet is uitverkocht. Grijp je kans.

Update: inmiddels is het concert uitverkocht.

(Gepubliceerd op de website van VERA)

  • Reacties(0)//deblogger.igorwijnker.nl/#post345
« VorigeVolgende »