igorblogt

Recept voor Give Us A Kiss (à la Scram C Baby)Muziekverhalen

Geplaatst door Igor Wijnker vr, november 30, 2018 11:28:12

Men neme (voor meer dan vier personen):

– twee stronteigenwijze Amsterdammers (John Cees Smit en Frank van Praag) die het zelden met elkaar eens zijn, maar volgend jaar toch alweer hun 25-jarige muziekhuwelijk vieren.
– voeg daarbij Geert de Groot, een minstens zo eigenzinnige bassist die al sinds 2001 het geweten is van de band, maar deze plaat afstand nam – en er toch een grote stempel op drukte.
– maak het af met Mark Meeuwenoord, de nieuwe gitarist die zo mogelijk nog ideeënrijker en koppiger is dan de rest.

Bereidingswijze:

– 4 á 5 jaar laten gisten, d.w.z:
– aanklooien in de Vondelbunker
– jammen tot het theewater kookt
– vliegen, vloeken, lachen, zuchten, opnemen, blij zijn, kwaad
– de band begraven en weer opgraven
– tientallen liedjes opnemen
– en in de prullenmand flikkeren
– de zanger die de pen diep in z’n bloedende hart doopt
– kiezen, mixen (en ruzie maken over elk detail)

Et voilà: Scram C Baby’s beste plaat uit z’n 26-jarige bestaan.

Blog image
Sterker, en nu ga ik iets stelligs beweren (kan mij het schelen, ik sta toch niet op de loonlijst van Excelsior): Give Us A Kiss is een van de hoogtepunten uit de enorme catalogus van het label.


Een plaat die je van begin tot het bittere eind wilt luisteren. En daarna nog een keer. Vanaf de eerste regels van Shine a little light (These are the things we’re doing it for, put some ginger in my ears) tot het ijzingwekkend warmbloedige slotlied Throw me to the kids laat de band je alle hoeken van de kamer zien.

Give Us A Kiss is een plaat waarop alle kwaliteiten van de band meer dan ooit volledig tot hun recht komen.

Wisten de Scram C-babies op voorgaande platen nog wel ‘ns te verhullen hoe goed ze daadwerkelijk zijn. Omdat er iets te veel ideeën op stonden, of omdat het bij vlagen net te rauw of raar was. Deze keer zal zelfs de slechte verstaander moeten erkennen dat we hier met een van de beste bands van de Benelux van doen hebben. Het zit er allemaal in: songs, sound en soul.

De gekte en speelsheid zijn er –godzijdank- nog steeds, maar worden in strakke banen geleid. Deze keer heeft de band net zo lang muziek en ruzie gemaakt tot de twaalf uitverkoren liedjes (ondanks de grote variatie) konden worden samengeperst tot één brok graniet. Grof en verfijnd, bontgekleurd,…enfin zoek de kenmerken van dit gesteente rustig op in een naslagwerk: ze zijn allen van toepassing op Give Us A Kiss.

Het is nog steeds onmiskenbaar Scram C Baby zoals in Soul Marinera, Treehouse en Kill Screen, maar deze plaat zou voor de band zo maar eens wat deuren kunnen openen. In de hoofden van dj’s, muzieksamenstellers en andere luisteraars.

Alsof het Scram C Baby daarom te doen is. Een ‘vereniging voor muzikale vrijheidsbeleving’ noemde bassist Geert de Groot de band eens. Die soms de beste liedjes bedenkt aan het begin van de repetitie, om precies te zijn tussen het opzetten van het theewater tot de fluitketel klinkt. Frank: ‘Die fluit staat op heel wat opnames.’

Ook vaak gehoord of gelezen: de ongeleide projectielen/buitenbeentjes/zwarte schapen van Excelsior. Geen peil op te trekken. Scram C Baby is inderdaad een band die eens in de zoveel jaar een plaat uitbrengt, maar pas als-ie af is. Oké, het duurde deze keer wel heel lang – daarover straks meer.

‘Een carrière in de muziek hebben we nooit nagestreefd,’ zegt John Cees, zanger van de band zonder manager, plan of behoefte om ‘een lied bij de mensen naar binnen te duwen.’

John Cees: ‘In DWDD, daar zou ik echt nóóit staan.’

Mark: ‘Waarom niet? Ik respecteer het. Maar ik snap het niet.’

Frank: ‘Zo’n statement om het niet te doen gaat ook wel weer ver, vind ik. Al ben ik het helemaal met je eens.’

Welkom bij de 5763ste discussie van de band die dualiteit zou hebben uitgevonden als het niet had bestaan.

We zijn op de thuisbasis van Excelsior, waar de banddialoog vanzelf weer wordt hervat door de drie hoofdverantwoordelijken voor deze plaat. Vandaag ook geen drumster Marit de Loos en bassist Geert de Groot, al is vooral laatstgenoemde bijna tastbaar aanwezig. ‘Hij is ons muzikale geweten,’ zegt Frank, die zichzelf als componist, gitarist, drummer, toetsenist, producer ook niet mag uitvlakken.

Al bijna 25 jaar vormt hij met John Cees het hart van de band. Muzikaal halen ze nog steeds het beste bij elkaar naar boven. ‘Maar Frank en ik zijn ook heel erg verschillend,’ zegt John Cees, ‘we zijn een soort tante Jut en ome Jul, zitten heel vaak te kibbelen.’

Frank: ‘Eigenlijk zijn we het zelden met elkaar eens.’

Bij afwezigheid van Geert en Marit, fungeerde Mark, de nieuwste baby, als een soort bemiddelaar.

Frank: ‘We praatten ook nauwelijks met elkaar, maar via jou.’

Mark: ‘Dat was niet altijd makkelijk, maar het geeft ook wel een mooie spanning. Het gaat er wel om.’

Over elk detail van de plaat is strijd geleverd, geven de drie volmondig toe.

‘Dat is niet per se negatief hoor,’ vindt Mark.

Frank: ‘Je komt nooit tot slappe compromissen. Dat je er genoeg van hebt en zegt: “laten we dan maar in het midden gaan zitten voor de lieve vrede.” Dat is het grootste gevaar.’

John Cees: ‘Nee! Dat mag nooit! Geen enkele concessie, terwijl het natuurlijk niet anders kan en we dat waarschijnlijk wel èrgens doen.’

Maar aangezien ze niets te verliezen hebben zijn de bandleden bereid heel ver te gaan. ‘Dat is ook het unieke van Scram C Baby,’ zegt Mark. ‘Het is echt heel knap dat jullie het zo lang volhouden.’

John Cees: ‘Die chemie heeft altijd veel perspectief geboden.’

Toch is het een klein wonder dat deze plaat er is gekomen.

Lange tijd zag het ernaar uit dat Scram C Baby een stille dood was gestorven. De relatiesores van de zanger en de drumster trokken een zware wissel op de band na de laatste plaat Slow Mirror, Wicked Chair (2010). John Cees: ‘Het is nooit slim om een vriendin in de band te hebben. Geert zei: “zoek het maar even lekker uit”.’

Dat weerhield hem er niet van om met Frank het project I Believe In My Mess te beginnen. John Cees wilde ook muziek blijven maken. Dat deed hij met gitarist Mark Meeuwenoord, die al vanaf het begin fan is van Scram C Baby. ‘Lekker klooien op woensdagmiddag, zonder duidelijk doel.’ Op zeker moment kwam Frank er ook weer bij, maar het mocht geen Scram C Baby heten.

Wat dan wel? Helmers Academy bijvoorbeeld, vernoemd naar het café dat ze vaak frequenteren.

Mark begint te lachen. ‘Wat ik heel mooi vond tijdens dat proces: het móest gewoon weer Scram C Baby worden. Het was niet makkelijk, maar het is een soort interne urgentie. Die is sterker dan jullie zelf.’

Het zit er in, het moet eruit.

You gotta hammer it/And then you push it down/And you shit it out/Eating like an elephant

Die urgentie voel je door het hele album.

Maar wanneer zou dat rotding nou ‘ns af zou zijn, vroeg John Cees zich af nadat alle liedjes allang waren bedacht. Kijkt naar Frank. ‘Ik kan dus niet tegen zijn geduld, terwijl dat eigenlijk een hele goede zaak is.’

Frank, verzuchtend: ‘Het kost gewoon tijd om een plaat te maken. Maar als ik eerlijk ben dan hebben we ook veel te danken aan Geert.’ De anderen knikken.

Mark: ‘Kwamen wij er weer ‘ns niet uit met z’n drieën en dan gaf Geert de doorslag.’

Frank: ‘Geert was het die zei: “dit is de beste hoes” en: “jongens, ik heb het: dit wordt de volgorde van de nummers”.’

John Cees: ‘Geert heeft ook de titel bedacht.’

Give Us A Kiss. Je zou bijna gaan denken dat die eigenwijze bandleden alsnog waardering en liefde zoeken.

Al zijn het nog steeds prikwangen die je moet kussen, in een walm van alcohol en sigaretten. En neemt John Cees Smit je mee naar zijn duistere krochten. Waar hij vraagt een lichtje te schijnen op zijn donkere gemoed, hij zijn drie exen op onnavolgbare wijze bezingt (in XXX) en een nachtmerrie (Blade Dream) heeft.

‘Uit welke geest die teksten zijn ontsproten? Een zieke geest.’

Nog nooit waren zijn teksten zo persoonlijk. ‘Hart op papier, hoofd op het hakblok.’

‘Met deze plaat is er zelfs voor het eerst discussie geweest over sommige teksten,’ zegt Frank. We hebben ook gezegd: “John, het is hartstikke goed, maar dit wil jij straks niet zingen omdat die tekst zo persoonlijk is”.’

John Cees: ‘De eerste keer dat we die nummers oefenden had ik het er wel even zwaar mee. Op vorige platen heb ik altijd veel meer afstand genomen. Maar bij deze plaat is er een gigantisch ingewikkelde liefdesrelatie ontstaan en die is op een of andere manier tekstueel flínk naar boven gekomen, zodat er nu onherkenbare teksten –ook voor mij- zijn ontstaan.’

Frank: ‘Ik vind het wel een heel volwassen benadering van…’

John Cees: ‘O ja?! Ik vind het juist heel puberaal wat ik heb gedaan.’

Als dit puberaal is, dan was Reve een kinderboekenschrijver.

Scram C Baby kijkt vragend naar de interviewer van dienst. Hoe zou hij Give Us A Kiss karakteriseren?

Ehh, gelouterd…doorleefd.

‘Dat krijg ik ook van anderen te horen,’ zegt Frank. ‘Dat het een volwassen plaat is.’

John Cees grijpt naar zijn hoofd. ‘Dat is wel heel erg.’

Laatst werd zijn band in deze zelfde ruimte al de godfathers van de indie academy genoemd. ‘Toen kon ik wel door deze stoel zakken.’
Arme ziel. Gemarineerd dan?

Frank: ‘Deze plaat is wel rustiger, maar ook veel brutaler.’

John Cees: ‘Het moet rücksichtslos blijven.’

Ja, ze zijn er trots op. ‘Ook door dat hele verhaal,’ zegt Frank. ‘De heftige conflicten, het harde werken.’

En als jonge honden staan ze te popelen om het live te spelen. Gewoon met Marit en Geert.

De try out in juli in Nieuwe Anita smaakte naar veel meer. Ook bij alle aanwezigen in het volgepakte zaaltje, die de verloren gewaande band warm onthaalden. Die begon het optreden doodleuk met de zes eerste liedjes van de nieuwe plaat. Ze gingen erin als koude biertjes op een snikhete zomerdag en sloten verrassend goed aan bij al die andere SCB-hits die nooit hits zijn geworden.

Eens te meer bleek hoe geliefd de band nog steeds is.

Dat merkt Mark ook, als hij aan vrienden of collega’s laat horen in welke band hij tegenwoordig speelt. Als ontwerper (en lid van het collectief Polymorf), sounddesigner en docent heeft hij goede contacten met topontwerpers en andere creatieven.
Daarvan zijn er een aantal op slag en zo hartstochtelijk Scram C Baby-fan geworden dat zij de band vooruit willen helpen. Nienke Huitinga (van o.a. de Human Bird Wings hoax en het met een Gouden Kalf bekroonde The Modular Body) is van grote waarde als communicatiespecialist en bedenker van nieuwe ideeën. Anton Lamberg van Lava maakte de intrigerende albumhoes die de dualiteit van de band en de plaat treffend verbeeldt.

En dan verschijnt deze week een schitterende clip die zijn weerga niet kent in de geschiedenis van de band. Filmmaker Frederik Duerinck (ook van Polymorf) wilde dolgraag een clip bij de single Elephant maken.

Mark: ‘Daar is veel discussie over geweest. Het is wel een atypisch SCB-nummer.’

John Cees: ‘Maar het is uiteindelijk goed om eens niet te dicht bij je bekende werk te blijven.’

Frank: ‘En Elephant is ook het eerste nummer dat de vorm had zoals de rest van de plaat is gaan klinken.’

John Cees: ‘Dat zit allemaal in je hoofd hè. Want het is duidelijk een ander nummer dan de rest van de plaat.’

Frank: ‘Nee, dat vind ik niet. Het zit qua sound helemaal in de lijn van de plaat.’

John Cees: ‘Ja?’

Mark hoort het hoofdschuddend aan.

Het wordt tijd dat Scram C Baby weer gaat spelen.

(Eerder gepubliceerd op http://www.scramcbaby.nl/?page_id=296)


Zaterdag 1 december speelt Scram C Baby in Simplon.



Op 6-11 in VERA: IDLESMuziekverhalen

Geplaatst door Igor Wijnker do, november 01, 2018 21:43:21

Eens in de zoveel jaar komt een band bovendrijven -als de gele regenton in Jaws- die de boel flink wakker schudt. Zo’n band die je een keiharde schop tegen je geweten geeft.

Protomartyr denderde in 2014 mijn leven binnen. Om er voorlopig niet meer uit te verdwijnen. Toen vorig jaar IDLES op mijn radar verscheen met de single Mother, wist ik: dit is er weer eentje. Het is een lied als een sloophamer: een simpele basloop en zanger Joe Talbot die de woorden in je oor spuugt en gaandeweg steeds bozer wordt: My mother worked 15 hours 5 days a week/My mother worked 16 hours 6 days a week/My mother worked 17 hours 7 days a week/ The best way to scare a Tory is to read and get rich (3x) I know nothing I’m just sitting here looking at pretty colours (3x) Mother….fucker (2x)

Heel/Heal, het openingsnummer van debuutplaat Brutalism (2017), bleek nog furieuzer te zijn. Talbot zingt hier het bloed in zijn keel. Om in het volgende lied (Well Done, over het klassenverschil in Engelend) te briesen dat hij nog liever zijn neus eraf snijdt dan de adviezen van die bevoorrechte eikels in hun ivoren torens op te volgen.

IDLES, aangenaam.

Blog image
Het was meteen duidelijk waar IDLES voor staat. Maar een band die zich zo nadrukkelijk met politiek bemoeit, bewandelt ook een heel dun koord.

Talbot valt niet, want hij maakt het persoonlijk en is een meesterlijke songtekstschrijver. Een jongeman die in korte tijd veel tegenslag kende en lijkt te zeggen: “Dit is mijn fucked up leven, maar ik ben er nog. Hoe gaat het met jou?”

Toen Joe zestien was raakte zijn moeder verlamd na een beroerte. Hij heeft haar verzorgd tot op het sterfbed. Ze overleed tijdens het maken van de debuutplaat en is afgebeeld op de hoes, als eerbetoon. En als aanklacht tegen de samenleving waarin onderbetaalde burgers zich dood werken.

“Ze wás het album, daarom staat ze op de cover,” legde de zanger uit. IDLES ging een stap verder: de band liet een limited edition maken van honderd lp’s, inclusief de as van Talbots moeder die in het vinyl werd geperst.

We hebben hier duidelijk niet van doen met het zoveelste Britse bandje dat –vooral door de eigen chauvinistische muziekpers- op het schild wordt gehesen als de nieuwste sensatie. Om er weldra weer vanaf te worden gelazerd.

IDLES werd aanvankelijk vaak in één adem genoemd met bijvoorbeeld Shame, maar is toch ècht van een andere orde. Als je een geestverwant zoekt van dit vijftal uit Bristol dan kom je eerder uit bij Sleaford Mods die hier eerder dit jaar een onvergetelijk concert gaf.

Muzikaal is het niet zo fijnzinnig, maar tekstueel messcherp. Beide groepen laten een tegengeluid horen in een land dat ten onder gaat aan het liberalisme en in de greep is van angst- en haatzaaiende politici die beloven dat alles weer kan worden als vroeger.

IDLES nam de eerste plaat zoveel mogelijk live op in de studio, met de zelf opgelegde restrictie dat elk lied na maximaal drie pogingen op band moest staan. Geen studiotrucjes, maar rauwe emotie.

De plaat en optredens vielen in vruchtbare aarde. Maar dat het zo’n hoge vlucht zou nemen, had niemand kunnen voorzien. IDLES lijkt de laatste maanden opeens overal te zijn en op ieders tong te liggen. Het komt vooral door mijn eigen bubble, maar Talbot en band werden zelfs geportretteerd in Toms Engeland, de fraaie tv-serie van de toch zeer beschaafde Tom Egbers.

Wat uit die reportage ook al bleek is dat IDLES veel meer is dan een band. Ze vormt de voorhoede van een tegenbeweging, die zich steeds meer roert. Die haar toekomst niet wil laten vergallen door de reactionaire goegemeente. En Talbot is de spreekbuis die bekrompen landgenoten bestrijdt waar hij kan. Met woorden en muziek. En plezier.

Tientallen zalen en festivaltenten bracht IDLES het afgelopen jaar in extase met opzwepende optredens, maar toch slaagde de band er in een nieuwe plaat te maken. The Joy as an Act of Resistance kwam eind augustus uit en is van hetzelfde hoge niveau als het debuut. Alleen is de toon positiever. Zoetsappig wordt het nergens. De muziek is nog steeds bruut, de teksten vilein en wrangkomisch. Er is een geweldige single (Danny Nedelko, meeschreeuwen gaat vanzelf), maar ook een aangrijpend lied (June) over zijn doodgeboren kind. Talbot durft zich kwetsbaar op te stellen, wíl zich kwetsbaar openstellen. “This album is an attempt to be vulnerable to our audience and to encourage vulnerability,” zei Talbot, “a brave naked smile in this shitty new world. We have stripped back the songs and lyrics to our bare flesh to allow each other to breathe, to celebrate our differences, and act as an ode to communities and the individuals that forge them. Because without our community, we’d be nothing.”

De band weet dit gevoel als geen andere band op een podium te vertolken. En daarmee zijn we aangekomen bij de grootste kwaliteit van de band en dé reden om deze dinsdagavond naar de Oosterstaat te komen: een optreden van IDLES is een belevenis. Een intense gebeurtenis, waarbij band en publiek –op een geslaagde avond- één worden. Unity!

Het is eigenlijk een wonder dat het nog steeds niet is uitverkocht. Grijp je kans.

Update: inmiddels is het concert uitverkocht.

(Gepubliceerd op de website van VERA)

Op Noorderzon(Ingezonden mededeling)

Geplaatst door Igor Wijnker za, augustus 18, 2018 16:10:37

Ik was even zo vrij om de fraaie poster van Douwe Dijkstra (tevens ontwerper van de cover van Rock City) te bewerken voor de twee shows volgende week op Noorderzon.
Meer info lees je onder de poster.
Blog image

Dit wordt een bijzondere Noorderzon voor mij.

Op de eerste twee festivaldagen (23 en 24 augustus) mag ik namelijk de VERA-container gebruiken. En wel om mijn boek Rock City (met verhalen uit muziekstad Groningen) live op de planken te brengen.

Uiteraard lukt dat alleen met de hoofdrolspelers uit het het boek. Daarom ben ik zo blij met de komst van Lou Leeuw, Peter (mr. Vera) Weening en de band Price (voorheen Creepy Karpis).

In de gezelligste container van de Leliesingel zullen zij aan de hand van video- en audiofragmenten en passages of foto’s uit het boek een unieke inkijk geven in hun werk & leven.

En uiteraard doen de muzikanten ook waar ze het beste in zijn: muziek maken.

Alle acts staan garant voor een levendige korte voorstelling over het weerbarstige muzikantenbestaan, de sensatie van een nieuw liedje en de charme/ellende van Groningen.

Programma en tijden:

Do. 23 augustus: Levende legende, Lou Leeuw & vrienden

Het Groningse popfenomeen Lou Leeuw komt langs. Deze onvermoeibare Stadjer heeft inmiddels een standbeeld verdiend, maar staat liever op de bühne. Dat doet Lou al sinds 1961: hij tourde met o.a. Herman Brood, Cuby & The Blizzards en Nina Hagen en is op z’n 72ste nog even energiek als in z’n jongste jaren. Lou neemt een schat aan verhalen en liedjes mee en z’n muziekvrienden Lex Koopman (gitaar), Harrie Groenewold (drums) en Shiba (zang), die garant staan voor een hartverwarmend halfuurtje.


Vrij 24: Going Underground (met Peter Weening en Price)

Tot ver buiten de landsgrenzen staat de stad bekend als mekka voor de underground. Vooral dankzij VERA en Peter Weening, programmeur van de buitencategorie. Hij gaf al een podium aan U2, Simple Minds, Nirvana en Pearl Jam voordat zij wereldberoemd werden en staat nog steeds met zijn poten in de modder. Weening weet als geen ander te vertellen over het wel en wee van die rare muziekwereld en draait er nooit omheen.

Misschien is Marnix Visscher (van o.a. Korfbal, Price en Fisscher Price) wel die ruwe diamant die over een paar jaar furore maakt. Deze getalenteerde muzikant/songwriter komt muziek maken met z’n band Price en zal door mij aan de tand worden gevoeld. Gelukkig is hij niet op zijn mondje gevallen.


De optredens zijn om 17.00, 19.00, 20.00, 21.00, 22.00 en 23.00 uur en duren ca. 25 minuten.

Een kaartje kost €4,- en is op de avond van het optreden te koop. Er staat een verkooppunt naast de container.



Naar Paul McCartneyMuziekverhalen

Geplaatst door Igor Wijnker zo, juni 24, 2018 21:47:11

Afgelopen week werd ik een paar keer teruggeslingerd in de tijd. Eerst door Eddie Vedder die terugkeerde op Pinkpop waar hij in 1992 uit de lucht kwam vallen, vlak voor mijn neus. Daarna door de eerste Pinkpop-dode, die louter door een wonderlijk geluk niet al veel eerder in onze groep was te betreuren. En toen kwam die geweldige en ontroerende reportage van Paul McCartney die met James Corden terugkeert in Liverpool.

Het komt op een of andere manier allemaal samen in dit verhaal, waarvan ik hier de eerste zes alinea's plaats.

Trip down memorylane naar Landgraaf

En zo kreeg ik opeens de kans om het grootste genie uit de popgeschiedenis in levende lijve te zien. Op een verjaardagsfeestje trof ik zaterdag een dorpsgenoot met een Pinkpopbandje. De pechvogel was voortijdig teruggekeerd uit Landgraaf met een ontstoken voet en was niet van plan het bandje door te verkopen, dus als ik zin had…

Dat mag je gerust een understatement noemen. Vorig jaar was ik op het allerlaatste moment nog bijna afgereisd naar Amsterdam om Paul McCartney in de Ziggo Dome te zien. En baalde ik achteraf dat ik toch thuis was gebleven. Want de 72-jarige was weer geweldig op dreef geweest en het had zomaar zijn laatste concert kunnen zijn.

Ik ben een beetje huiverig voor concerten van oude muzieklegendes, maar als er één iemand mij muzikaal heeft beïnvloed dan is dat McCartney (vooral in combinatie met Lennon). Afgezien van de energie die Nirvana bij mij losmaakte, opende die blauwe lp (1967-1970) van The Beatles – een paar jaar na Nevermind na de aanschaf van een platenspeler - mijn oren en ogen. Ik vind die muziek nog steeds van een verbijsterende rijkdom.

Blog image

Het was wel even een heel geregel, maar op zondagochtend vertrok ik naar het zuiden van Limburg. In een oude leenauto met cassettespeler voor een optimale trip down memorylane. Ik moest het stof letterlijk van mijn oude bandjes blazen om te zien wat er op stond: Guns ’N Roses, Metallica, Red Hot Chilli Peppers, George Michael, ja ik had een eclectische muzieksmaak.

Het was raar om weer op Pinkpop rond te lopen. Beginjaren negentig ging ik elk jaar met de bus die Jongerenvereniging De Ark in Anna Paulowna (kop van Noord-Holland) had gehuurd. Om 5uur30 vertrokken we, een zak botterhammen en een krat bier (p.p.) mee. Daarna proberen de 24 flesjes vóór Landgraaf weg te tikken (wat de meerderheid probleemloos lukte) en dan lekker de beest uithangen in de modder.

Al moesten sommige medepassagiers eerst hun roes uitslapen. Dat deden ze half in de berm, half op de weg, terwijl auto’s en bussen rakelings passeerden. Dat daar iemand zwaar gewond is geraakt is een mirakel.

Lees verder via Reporters Online of Blendle








In MarokkoDagelijks leven

Geplaatst door Igor Wijnker wo, juni 20, 2018 14:06:38

Vanwege het WK voetbal, waaraan Marokko meedoet, heb ik het grote verhaal (tevens slothoofdstuk in mijn boek Onder Marokkanen) over mijn reis door dit wonderlijke land bewerkt en online gezet op Reporters Online en Blendle.

Hier is het eerste deel van het verhaal:

Blog image


Het einde nadert van mijn seizoen bij FC Chabab (vrij vertaald: FC Jeugd), een kleine voetbalclub in Amsterdam-West waar ik als participerend journalist bijna dagelijks over de vloer kom. Ik heb in het tumultueuze jaar (waarin Theo van Gogh werd vermoord, ik bestuurslid werd en meedeed aan de ramadan) zo’n sterke band met enkele clubleden opgebouwd dat ik diverse uitnodigingen krijg van voetballers van het veteranenteam om mee te gaan naar Marokko. Al worden de meeste reizen toch weer geannuleerd.

Ik besluit mee te gaan met een educatieve, sportieve en charitatieve rondreis, georganiseerd door Mohammed el Johari. Ik heb hem weliswaar nog nooit bij Chabab gezien, maar volgens voorzitter/geldschieter Charly is hij een goede man.

De reis wordt gemaakt onder de vlag van zijn stichting Rabita, die de afgelopen vijf jaar honderden afgedankte rolstoelen in Marokko heeft afgeleverd. De Marokkaanse overheid financiert ook een deel van de reis.

Rolstoelen zullen ook nu weer worden overhandigd en wel door een groep Amsterdamse B-junioren (14-16 jaar), geselecteerd en getraind door onze eigen Mimoun.

Blog image
Foto: Mimoun, trainer en nachtbraker na een nachtje doorhalen.

El Johari is een man van actie. Alles is al geregeld. Ik hoef alleen maar ja te zeggen en twee pasfoto’s in te leveren. En daarvoor heb ik nog een paar dagen.

Ik ga dus niet met de veteranen, maar met de jeugd naar Marokko. Toch met chabab (zonder hoofdletter) naar Marokko. Al gaan er ook heel wat voetbalvaders en begeleiders mee. En voorzitter Charly, die zich als een van de sponsors van de reis heeft opgeworpen. Uiteraard.

De avond voor het vertrek is er een bijeenkomst in het kantoor van Rabita, waar de ingepakte rolstoelen al klaar staan voor vertrek. De spelers drentelen rond, met één oor in contact met de MP3-speler, petjes schuin op het hoofd, stoere blik eronder, maar ondertussen scherp oplettend dat ze niet uit de toon vallen.

De consul-generaal van Marokko is er ook, maar El Johari is ontstemd omdat de groep nog niet compleet is. Hij doet geen moeite zijn ergernis te verbergen. Als Charly ook is gearriveerd kunnen we beginnen. “Tijd is tijd,” zegt El Johari. “En niet zoals vanavond om 19.30 uur en dan komt iemand om 20.00 uur. Als je dat doet, dan heb je geen principes en kun je geen persoon zijn.”

Onderuitgezakt in de versleten leren banken luisteren de jongens naar El Johari. “Jullie hebben goede cijfers op school gehaald. Daarom mogen jullie mee met deze reis. Het is niet alleen vakantie en voetballen. Jullie zijn de toekomst. Wees goede Marokkanen. Haal niet alles van internet en…”

El Johari’s gloedvolle speech wordt ruw verstoord door een gsm. Die van zichzelf. Vanaf de banken klinkt hoongelach. El Johari zet zijn telefoon uit en praat onverstoorbaar verder. “Jullie zijn de derde generatie, wij de tweede. Dus dat is prima. We geven de vuur…of hoe heet dat, Igor?...de fakkel, ja…door aan jullie. Ja, jullie mogen mijn Nederlands ook corrigeren. Dat is juist heel goed.”

De jongens krijgen te horen dat ze zijn uitverkoren, dat ze straks in Marokko heel bijzondere ontmoetingen zullen hebben (‘met hele hoge en belangrijke mensen’), ze veel zullen leren en zich dienen te gedragen. Enzovoort.

De consul komt ook uitgebreid aan het woord, in het Arabisch. Als hij na vier minuten klaar is en El Johari zijn dankwoord uitspreekt, roept een speler: “Wat zei ie? Ik heb het niet verstaan.”

“Ik ook niet!”

Een aanzienlijk deel van de uitverkorenen, geboren en getogen in Amsterdam, heeft het niet verstaan. Afgaande op de minutieuze vertaling van El Johari heeft de consul ook veel stichtelijks gezegd.

Blog image
Foto: Op de foto met minister Chekrouni. El Johari praat geanimeerd met de minster, rechts voorzitter/suikeroom Charly.

Dan is eindelijk het moment waarop de meeste jongens hebben gewacht: de uitreiking van de sportkleding en de sporttas. Het is een uitgebreid pakket. Niet minder dan drie verschillende shirts zijn er vervaardigd: een witte, een rode en een oranje. Het witte tenue is duidelijk favoriet. De consul reikt de tenues persoonlijk uit en geeft elke speler vier zoenen. De cameraman van de multiculturele zender filmt en de meeste jongens moeten blozen.

Het rumoer neemt toe. “Meneer…meneer, waar moeten we morgen zijn,” vraagt een jongen ongerust, “want Schiphol is zo groot.” El Johari legt het uit en benadrukt dat iedereen drie uur voor vertrek aanwezig moet zijn. “Anders laten we je gewoon achter in Amsterdam!”

Verder lezen kan hier, via Blendle.





Over het misschien wel mooiste poplied van de laatste jarenMuziekverhalen

Geplaatst door Igor Wijnker wo, mei 16, 2018 20:57:05

Blog image
Still uit clip van Milkshakes Funnelcakes, met links Matthew Silver.

Bij Vera begeef je je al snel op glad ijs* als je het over pop hebt, dus laat ik niet meteen lezers tegen de haren instrijken en verkondigen dat Milkshakes Funnelcakes van Awkward i een van de mooiste liedjes van de laatste jaren is.

Maar ik overdrijf niet als ik zeg dat het in elk geval een van de wonderbaarlijkste is. Bedacht en in oktober 2017 uitgebracht door een man die in Groningen werd geboren (in 1981) als Djurre de Haan en daarna met dezelfde naam in Winsum opgroeide. Onder de naam Awkward i heeft hij nu drie platen van tijdloze kwaliteit gemaakt. Met soms raadselachtige teksten die ik nog steeds niet kan plaatsen, maar die wel kloppen.

Milkshakes Funnelcakes is behoorlijk awkward. De eerste keer hoorde ik het met stijgende verbazing aan. Een verbazing in zeven trappen. Gelijk het aantal wendingen –bij benadering- dat het lied neemt.

Nadat ik het lied voor de honderdduizendste keer had beluisterd (en gezien) en ik er nog steeds geen genoeg van kreeg, besloot ik er maar ‘ns een aantekenblokje bij te pakken. Om als een soort popprofessor proberen te analyseren wat daar nou precies gebeurt in een tijdsbestek van nauwelijks vier minuten.

En zo kwam ik dus tot een zeventrapsraket, of –zo je wilt- deze wervelende attractie met ongeveer zeven bochten.

Misschien moet je het lied er even bij pakken. Doe maar zonder clip, want die leidt teveel af: https://open.spotify.com/track/3nRRxQYiWWKVpbNtUctfmp?si=g9C7-WMOSp2IBL_gRrN73w

Het begint als een lief wiegeliedje: een piano die met lichte toets wordt bespeeld en een akoestische gitaar waarop wordt getokkeld en geslide en dan de zanger die met warm timbre zingt ‘Milkshakes Funnelcakes, it’s your first birthday.’

Na 24 seconde al schiet de stem omhoog en brengt ons in een andere sfeer. Ook door de tekst: ‘i’m in a parallel world, in which it didn’t take place’. Daarna hoor ik woorden die ik niet goed versta, maar dat vind ik geen probleem, de muziek vertelt mij genoeg. Er komt een viool bij, de spanning neemt toe, er wordt naar iets toegewerkt. Maar de ontploffing van drums&koper zie ik niet aankomen.

Het lied is krap 50 seconden bezig en heeft mij al naar alle hoeken van de kamer gesleurd.

Twintig seconden later is de rust weergekeerd en zijn we –qua muziek- terug in het eerste deel en volgt hetzelfde procedé: zelfde opbouw, de melodieuze explosie. Prachtig! Een gemiddeld liedjesschrijver zou het ook lekker uitzingen tot het eind. Niks meer aan doen, strik erom en door naar het volgende lied; of -ik zeg maar wat- een cowboyhoed opzetten en het zingen op een Songfestival.

Maar Awkward i is niet gemiddeld. Na twee minuten, 2.06 min om precies te zijn, neemt het lied weer een wending door de drummer die een ander ritme slaat. Het is niet wereldschokkend, maar precies genoeg om me weer even aangenaam uit evenwicht te brengen.

Tien seconden later, weer een bocht. De drummer roffelt een mars (die we al eerder hoorden), de zanger zingt roffelend mee, althans: zoals je zingt wanneer je heel graag wilt meezingen terwijl je de tekst niet precies weet.

Tien seconden later: weer een subtiele ritmeverandering terwijl de stem een andere afslag neemt en ergens hoog boven ons zweeft.

Het lied lijkt na drie minuten te eindigen als een wiegelied, maar de songwriter kiest voor een euforisch slotstuk. En zo kom ik tot grofweg zeven wendingen.

Normaliter is dat teveel van het goede in een popliedje. Maar het wonderlijke is dat Milkshakes Funnelcakes al die afslagen heel naturel neemt en ik nergens misselijk word. Integendeel: ik wil weer.

Komt ook door de ontroerende clip van filmmaker Michiel ten Horn. Die past zo goed bij dit lied dat ik eigenlijk had verwacht dat de hele wereld Milkshakes Funnelcakes zou omarmen en dat wij –net als Matthew Silver- allen onze overbodige kleren van ons zouden afwerpen. Waarna wereldvrede weldra weer binnen handbereik was.

“U bedoelt eigenlijk dat het on-Nederlands goed is, weledelzeergeleerde popprofessor?”

Laat ik het zo zeggen: Elliott Smith zou volgens mij graag weer even terugkeren op aarde om dit lied op te nemen.

Dat Djurre de Haan aanstaande zaterdag terugkeert naar Groningen om als Awkward i (met band) in Simplon dit en andere prachtliedjes te spelen is iets om naar uit te kijken. Mocht dat niet lukken: op 27 mei speelt hij in Leermens.

*Zoals Vera-coryfee en hoofd techniek Edwin Heath mij toevertrouwde na een uitgebreid exposé over het geluid in de grote zaal: “Je bent wel Vera, het moet niet teveel als popmuziek gaan klinken.”