igorblogt

igorblogt

Hier staan veelal persoonlijke verhalen.

Ik ben ook behoorlijk actief op Twitter: kijk maar.
En heb zelfs een website: www.igorwijnker.nl

Verboden vruchten

BoekenweekGeplaatst door Igor Wijnker vr, maart 24, 2017 22:15:24
Na een paar slokken bier krijg ik doorgaans zin in tabak. Meestal bied ik krachtig weerstand, maar de vrouw was uithuizig, het koortsige kind was in dromenland en de vrij zat in de dag, kortom: dit was zo'n moment dat ik bezweek voor de verleiding.
Toegegeven, het was wat rottig getimed, net nu de KWF de grote tabaksproducenten voor de rechter daagt en nogmaals werd benadrukt hoe ongezond roken is. Maar -en dat kan misschien vreemd klinken- ik voel me nooit aangesproken als het over rokers gaat.
Dus toog ik welgemoed naar de kamer waar de tabaksdoos ligt. Als het goed is bevat deze een pak shag waar mijn eega en ik zo lang mee doen dat het vochtig moet worden gehouden met een paar aardappelschillen. (Wat ik al meldde, wij zijn rokers van niks)
Ik draaide er eentje en verliet de woning, want ik houd niet van rooklucht in huis en m'n kleren en wel van een frisse buitenlucht. De hemel was kraakhelder en die eerste teugen tabak waren, sorry jonge lezertjes, verrukkelijk. Er brandde licht in de Abdijkerk, waar wij naast wonen. Ik liep erop af en het hoorde steeds duidelijker de pianoklanken van het Busch Trio - bepaald geen koekenbakkers.
Abdijconcerten Aduard haalt sowieso altijd het neusje van de zalm in huis, die eeuwenoude voormalige ziekenboeg die een prachtige akoestiek schijnt te hebben.
Ik luister op z'n tijd wel 'ns klassieke muziek en heb er wel 'ns een familieconcert bezocht, maar verder laat ik al die ongetwijfeld prachtige optredens ongehoord aan mij voorbijgaan. Misschien later, als ik groot ben.
Bovendien kwam ik hier om te roken.
Maar toen ik daar zo stond te luisteren, trok ik de stoute schoenen aan, opende het hek van de abdijtuin*, liep op kousenvoeten over het grind naar het bankje. Ik ging zitten, keek naar de heldere sterrenhemel en luisterde onder het genot van de dodelijke tabak naar de onsterfelijke klanken van Haydn. Of Mendelssohn, daar wil ik vanaf wezen.
Ik wens iedereen nog een aangename boekenweek.



*als je bij de foto een x-as en y-as zou afbeelden die respectievelijk tot 5 en 4 gaan, dan staat het bankje ongeveer op de coördinaten 4,3.





  • Reacties(0)//deblogger.igorwijnker.nl/#post335

Spreeuw

BoekenweekGeplaatst door Igor Wijnker do, maart 19, 2009 15:24:11

Het was maandagochtend, de provinciestad ontwaakte. Ik fietste op mijn gemak door de oude winkelstraat, op weg naar de röntgenfotoshoot van mijn gekwetste nek. De andere mensen waren op weg naar hun werk. In auto’s, op fietsen, te voet. Iedereen had haast. Temidden van die drukte, zat op de brede stoep tegenover de gerenommeerde boekhandel een spreeuw. Een 'babbelzieke, ruziemakerige' en gespikkelde vogel die voor veel schijtoverlast schijnt te zorgen, maar op mijn grote sympathie kan rekenen.

De doorgaans luidruchtige vogel op de stoep bewoog zich niet en maakte geen geluid. Roerloos stond hij daar, eenzaam beestje, omringd door steen.

Ik minderde vaart, boog naar rechts en fietste terug op de stoep. Ik naderde de spreeuw tot een halve meter en knielde. De rechtervleugel was gebroken. De vogel stond in zijn eigen witte poepvlek op de geboende stoep en stond er desondanks waardig bij.

En ik wist niet wat ik moest doen. Ik had geen telefoonnummer van de dierenambulance of daadkracht om omstanders te betrekken bij dit dierenleed. Het enige waar ik toe in staat was, was medelijden.

Ik liet de spreeuw achter, reed naar het informatiebord dat vijftig meter verder stond om de route naar mijn bestemming te bekijken. Daarna draaide ik me om en keek nog een tijdje hoe de mensen zouden reageren op de gewonde spreeuw.

Er was vast wel iemand die de vogel ging helpen. Minuten stond ik daar, kijkend hoe mijn soortgenoten het beest in nood van nabij passeerden. Tientallen mensen reden of liepen voorbij zonder de spreeuw op te merken. Of ze keken heel subitiel de andere kant op. Toch was er één jonge vrouw op de fiets die even verrast opzij keek. Ze stopte met trappen en reed daarna toch weer verder.

Ik vertrok ook, mijzelf en de hele mensheid vervloekend.

Drie kwartier later keerde ik terug naar de plek om hem alsnog te redden. De spreeuw was weg.

  • Reacties(5)//deblogger.igorwijnker.nl/#post66

Mijn favoriete sportboek, bij nader inzien

BoekenweekGeplaatst door Igor Wijnker wo, maart 18, 2009 14:46:29

Het was de laatste vakantiedag en ik stond op een nog na dampende berg, aan de rand van een dorpje in Noord-Italië met mijn gezicht in de zon - die zich de hele week had verscholen. Een paar honderd meter onder mij ruiste het riviertje, verder waren er alleen nog wat mussen en roodborstjes die kabaal maakten. Met mijn verrekijker observeerde ik de flanken van de bergen die geduldig voor mij lagen uitgestald: geen mens of dier te zien.

Volmaakte rust. Nirwana. Een trillende gsm in mijn broekzak.

Het was Nando Boers van Sportweek: ‘Wat is volgens jou het beste Nederlandse sportboek ooit geschreven?’

Het was boekenweek en ik viel helemaal stil. De kerkklok van Collabassa sloeg tien uur; Boers kon dat cliché wel waarderen.

‘Je mag ook wel een kwartiertje bedenktijd,’ stelde hij voor.

‘Nee hoor,’ zei ik, mijn vakantiehersens pijnigend.

‘…eh, Cruijff Hendrik Johannes, Fenomeen van Nico Scheepmaker?’ gooide ik er uit.

Dat moest ik natuurlijk ook nog toelichten. Ik heb een slecht geheugen en dit is ook waarschijnlijk het allereerste sportboek dat ik ooit las.

Ik begon te pruttelen en was blij dat dit geen radio was. Wat ik mij ervan kon herinneren was dat ik het met een soms kinderlijk plezier had gelezen. Ik hakkelde over zijn originaliteit, de ogenschijnlijk onzinnige details.

‘Kun je hier wat mee?’ vroeg ik vertwijfeld.

Ja, dat ging wel lukken. Zie hier.

We hingen op en een paar minuten later dacht ik opeens aan De renner van Tim Krabbé.

En aan The Dutch Windmill van Jules Deelder, Hollandse en Europese velden van fotograaf Hans van der Meer. En aan de fabelachtige bundel Sport van Arthur van den Boogaard.

Weer thuis pak ik mijn aanvankelijk beste sportboek aller tijden er nog eens bij en lees mijn aantekeningen. Tussen bladzijde 188 en 189 vind ik twee vergeelde en door mij volgekrabbelde A4’tjes. Dit is een slecht teken; het betekent dat ik het door mij bewierookte allerbeste sportboek ooit niet eens heb uitgelezen.

Ik citeer mijzelf: ‘Enfin: het boek, hét standaardwerk, valt mij vooralsnog (hfdst.2 is achter de rug) tegen. Veel gezever en gepietlut over wie Cruijff bij de laatste stap van knekelventje tot atleet heeft geholpen.’

Oei.

Ik begin te vrezen dat ik mezelf volslagen belachelijk heb gemaakt.

Dat valt mee. Ik blijk lyrisch te zijn over hoofdstuk 3 en ik blijf enthousiast.

Nog een citaat: ‘Hij pleegt toch wel een mooie, lichte en luchtige vorm van onderzoeksjournalistiek. Zie hfdst. 5, als Scheepmaker achter de juiste spelling van Cruijff of Cruyff probeert te komen. Hij raadpleegt telefoongidsen van de tien grootste steden en ontdekt zo bijvoorbeeld dat Rotterdam geen telefonerende Cruijff blijkt te hebben. Of misschien hebben ze voor de zekerheid een geheim nummer aangevraagd.’

‘Scheepmaker schrijft op een achteloze toon, maar reken maar dat hij alles heeft opgespoord en geverifieerd.’

Mijn laatste aantekening luidt ‘prachtige bekentenis tegen Tim Krabbé (blz. 120 boven).’ Ik blader naar de bladzijde en lees over de verloren Europacupfinale in 1969 tegen AC Milan (4-1). Krabbé, die Cruijff interviewde voor het blad Sport Expres: “Was dat te wijten aan het feit dat het kauwgumpie niet goed terecht kwam?” Scheepmaker: ‘Voor iedere wedstrijd steekt Cruijff namelijk een kauwgumpie in zijn mond, bij het beginsignaal spuugt hij het uit en schopt het dan weg, waarbij het Ajax goed zal gaan als het gumpie op de helft van de tegenpartij terecht komt. Niet alleen dat het kauwgommetje niet op de helft van AC Milan terecht kwam, Johan was het in zijn zenuwen zelfs helemaal vergeten in zijn mond te steken: “in de wedstrijd denk je daar af en toe wel aan!”

Hè fijn, ben ik toch nog bij Tim Krabbé uitgekomen. En dan ga ik nu alsnog mijn misschien wel beste Nederlandse sportboek aller tijden uitlezen.

PS1: Ik blijk deel uit te maken van een uitgelezen gezelschap sportboeken-connaiseurs. Ik noem een Mart Smeets, een Jan Mulder, een zekere Tim Krabbé, een Matthijs van Nieuwkerk.

PS2: bekijk vooral ook de filmpjes waarin schaatser/boekenlezer Stefan Groothuis zijn favoriete tien boeken aanprijst. Daar kan een Michael Zeeman nog een puntje aan zuigen.

  • Reacties(0)//deblogger.igorwijnker.nl/#post65