igorblogt

igorblogt

Hier staan veelal persoonlijke verhalen.

Ik ben ook behoorlijk actief op Twitter: kijk maar.
En heb zelfs een website: www.igorwijnker.nl

Beroofd van een jeugdheld

HeldenGeplaatst door Igor Wijnker wo, juni 30, 2010 02:02:27

Ik slaap al bijna als ik ’s nachts op een aflevering stuit van Andere Tijden Sport, over topvoetballer Willi Lippens. Hij was voor mij slechts een naam en een bijnaam: Der Ente (vanwege zijn waggelende loop). Geen bewegende beelden, geen foto. Een voetbalheld die ik mijn hele leven al had genegeerd.

Tot deze nacht.

De archiefbeelden brengen me terug naar m’n jeugd: felle kleuren, geen reclame op de katoenen shirts die worden gedragen door behaarde mannen. Ik doe iets wat ik tijdens dit WK nog niet één keer heb gedaan: ik ga op het puntje van mijn stoel zitten. Voor een fenomenale voetballer, een droomspeler. Een soort Messi-avant-la-lettre, maar dan niet zo snel - was ook niet nodig in die jaren.

Willi Lippens was een speler die je nu niet meer ziet. Een entertainer met volstrekt unieke passeerbewegingen en toch functioneel. Of bescheiden: eerst vier man doldraaien en dan de bal aan een medespeler geven die mag scoren.

Lippens, is de zoon van een Nederlandse vader en Duitse moeder, geboren en getogen in Duitsland, maar bezitter van een Nederlands paspoort. Een generatiegenoot van Cruijff en co en dat is zijn tragiek. En zijn anti-Duitse vader, maar daar zal ik hier niet over uitweiden, daarvoor moet je die film zien.

Lippens was in het begin van de jaren zeventig een van de grote sterren in de Bundesliga. De Duitse bondscoach Helmut Schön vroeg hem herhaaldelijk voor het Duitse team, maar Willi wilde in Oranje spelen.

En door zijn prestaties in de Bundesliga kon hij ook onmogelijk genegeerd worden door de bondscoach. Hij speelde en scoorde tegen Luxumburg, maar kreeg weinig ballen en werd vanaf het begin (weg)gepest door de vriendenkliekjes van Ajax en Feijenoord. Willem van Hanegem noemde Lippens stelselmatig Donald Duck en in de spelersbus zei aanvoerder Rinus Israël tegen Lippens dat-ie die nazi-zender af moest zetten (ze luisterden op dat moment naar ARD). Een onvergeeflijke opmerking als je de persoonlijke geschiedenis van Lippens kent. Maar die kende Israël en die andere spelers natuurlijk niet en die wilden ze ook niet kennen. Lippens wilde het liefste meteen uit de bus stappen.

Daarna zou hij nooit meer in het Nederlands team spelen.

Heel moeizaam komt er ruim 35 jaar later in de film een halfslachtig excuus over de lippen van Israël, die het zich allemaal ook niet zo goed kan herinneren. Maar toch ook met een zekere voldoening praat over de pesterijtjes van de kromme.

Lippens was anders. Hij sprak Duits en was een bedreiging voor het veilige clubje, en meer direct voor de Ajacieden Piet Keizer en Rob Rensenbrink. Maar om met Israël te spreken: met hen kon hij toch niet concurreren.

Lippens zou met zijn verbluffende kwaliteiten ook zomaar de nieuwe ster van het team kunnen worden en dat was natuurlijk onbestaanbaar. Zoals het ook logisch was dat de beste Nederlandse doelman aller tijden Jan van Beveren de eerste keeper werd van het oranje van Johan Cruijff. En is er ook niet dat verhaal over topscorer Ruud Geels, die ook werd weggepest door die fijne groep topvoetballers?

De mythe van 1974 wordt steeds lelijker en die vermeende voetbalhelden uit de jaren zeventig verschrompelen tot kleine mensen.

Maar voor de tot voor kort niet-bestaande Willi Lippens richt ik hier een standbeeld op. Al is het alleen maar omdat hij nog steeds van de bal houdt (kijk en geniet hoe hij op zijn oude dag de bal jongleert).

PS: Volgende keer leg ik uit waarom ook het huidige Nederlands elftal geen wereldkampioen zal worden.

PPS: wegens voortschrijdend inzicht zie ik toch maar af van die uitleg.

  • Reacties(2)//deblogger.igorwijnker.nl/#post128

Onthulling: de ware redders van Saab

HeldenGeplaatst door Igor Wijnker do, januari 28, 2010 12:42:35

Wat de afgelopen dagen in de commentaren en analyses over de redding van Saab vreemd genoeg geheel buiten beschouwing is gelaten: de heldhaftige rol van de honden.

In de krant van 18 januari stond deze foto over het protest van honderden Saab-rijders op een parkeerplaats in Muiden tegen de sluiting van Saab.

En gisteren stuitte ik in mijn avondblad op deze foto die werd genomen in Stockholm kort voor de persconferentie over de overname van Saab door Spyker.

Ik kan die foto’s nog niet helemaal verklaren, maar dit kan natuurlijk geen toeval zijn.

Is wel een passende naam voor die honden, trouwens: Spyker.

  • Reacties(0)//deblogger.igorwijnker.nl/#post108

Wii, of een gitaarheld zijn - zonder snarenpijn

HeldenGeplaatst door Igor Wijnker wo, december 17, 2008 15:14:14

Ik zie op tv vier blije jonge mensen – overduidelijk twee stelletjes. Ze zitten naast elkaar op een comfortabele bank voor een breedbeeldtelevisie en hebben per persoon twee witte afstandbedieningen met snoer in hun hand, waarmee ze min of meer dezelfde bewegingen maken. Toch bespeelt ieder een verschillend instrument. Het vrolijke viertal maakt samen muziek en het klinkt best goed. Pas aan het einde begrijp ik dat ik niet naar een parodie zit te kijken, maar naar een commercial van Wii Music van Nintendo.

Een dag later zie ik een andere reclame van dezelfde firma, al meen ik ook hier aanvankelijk heel even dat ik op Koefnoen ben gestuit. Een man ligt voor zijn breedbeeldtelevisie op een matje een buikspieroefening te doen. Hij kijkt als het ware in een spiegel: dat bewegende poppetje op het scherm is hij zelf en als er een geluidssignaal klinkt en zijn buikje rood kleurt dan is zijn oefening volbracht.

Wii Fit is de naam van dit product en het is alsof de man met de buikspieren zich in een echte sportschool bevindt. Het fijne is dat hij niet het zweet van anderen ruikt of naar hun irritante gehijg moet luisteren. En straks kan hij lekker onder zijn eigen douche gaan staan.

Blog Image

Een gelukkig en fit gezin

Gefascineerd door Wii en besluit ik mij te verdiepen in dit revolutionaire spelconcept, dat onze levens op de kop zal zetten. Sportscholen kunnen worden opgedoekt, muziekleraren moeten worden omgeschoold. En het zal nog veel dieper ingrijpen, maar daar zal ik in het tweede deel op terugkomen.

Over Wii Music lees ik: ‘gebruikers kunnen alleen of in gezelschap een gekozen instrument bespelen, van tamboerijn tot saxofoon en drumstel. Om de instrumenten te bespelen, moet de afstandsbediening in het juiste ritme worden bewogen, alsof er echt een muziekinstrument wordt bespeeld.’

Ik klik een demofilmpje aan en zie een vrouw piano spelen. Nou ja, ze slaat weliswaar als een drummer met haar Wii-motes (zo heten die afstandbedieningen) in de lucht, uit het Dolby Surround System klinkt wel degelijk vrolijk pianogetingel. Haar geliefde, in wie even later een heuse drumheld zal blijken schuil te gaan, applaudisseert vol bewondering.

Blog Image Een Wii-drummer

Het is inderdaad reuze knap. En ik vind mijzelf een enorme sukkel, dat ik jarenlang op een echte gitaar heb zitten zwoegen voor er een acceptabel geluid uit kwam. Dat is zó twintigste eeuw.

Dankzij Guitar Hero kun je een echte popster worden, zonder kapot gespeelde vingertoppen. De filmpjes van de nieuwe gitaarhelden worden bekeken en serieus becommentarieerd door miljoenen muziekliefhebbers.

En terecht. Het is ongelofelijk hoe snel ze op de gekleurde knopjes van die kunststof gitaarhals kunnen drukken.

Ze moeten het geluid van de muziek wel iets harder zetten, vind ik, want dat wordt meestal overstemd door het geratel op de knoppen. Dat is jammer want dan lijkt het net of je naar een computerspel zit te kijken. Maar dat is natuurlijk ook gezeur van een ouderwetse man.

Op youtube zie ik een filmpje van een jonge Guitar Hero die zijn fans bedankt.

In het volgende deel gaan we droogneuken, hoelahoepen en de wereld redden met Wii.

  • Reacties(2)//deblogger.igorwijnker.nl/#post55

Nog één keer over Egbert

HeldenGeplaatst door Igor Wijnker do, oktober 16, 2008 20:44:44

Ik heb de documentaire Nestblijvers (zie bericht hieronder) voor de tweede keer gezien en vond ‘m nog mooier.

Nog even als aanvulling op mijn vorige stukje: van regisseur Juul Bovenberg heb ik inmiddels per e-mail begrepen dat Egbert zelf al had bedacht om weer eens naar Amsterdam te gaan met Roelie (zo, weet u ook hoe zijn wereldwijze reisgenote heet).

Ik heb de makers (de regisseur en vooral fotografe Anke Teunissen) een beetje digitaal gestalkt om wat meer te weten te komen over hun werkwijze en over mijn nieuwe held Egbert.

De Wereld Draait Door wilde hem ook nog eens portreteren, maar daar bedankte hij mooi voor. 'Hadden ze maar eerder moeten komen.' Heel juist, Egbert!

Ik geef ook nog graag het woord aan regisseur Bovenberg, over het dagje uit naar Amsterdam. ‘We hebben ontzettend gelachen, vooral ook samen met Egbert. Hij bleef maar vrolijk en verbijsterd. Er is veel moois van Egbert gesneuveld in de montage, bijvoorbeeld een scene waarin hij een grapefruit ziet en niet weet wat het is; 'Graapefruit, zeg je?' met een harde G. Of dat hij bij een souterrain naar binnen kijkt en zich rot lacht om de mensen die in een kelder gaan wonen, hoe moet dat als het regent? Of de jongen in de trein die koffie rond brengt, met zo'n apparaat met bekers op zijn rug, daarvan dacht Egbert dat het een 'duuker' (duiker) was.
Tijdens de premiere zei Egbert hardop, toen de scene te zien was waarin Michel bijna zijn vingers brandt en een standje van zijn moeder krijgt: 'zie je wel, dat is ook niks dat gas!'

Dank Juul Bovenberg.

Door deze nieuwe informatie vrees ik wel dat ik gedwongen ben om de film nog een keer te gaan kijken.

Als voormalig souterrainbewoner te Amsterdam (zie foto) kan ik Egbert overigens geruststellen dat de wateroverlast nihil is bij overvloedige regen- danwel sneeuwval.Blog Image

  • Reacties(0)//deblogger.igorwijnker.nl/#post52

De kinderogen van een tachtigjarige

HeldenGeplaatst door Igor Wijnker di, oktober 14, 2008 16:23:28

Blog Image

Foto Anke Teunissen

Sinds ik hem donderdag op tv zag in de documentaire Nestblijvers*, heeft hij me niet meer losgelaten: Egbert Stellink. Gepensioneerd boer, ergens in de provincie Drenthe.

Het zal wel komen door de onrust die om ons heen en soms in mijn hoofd woedt, maar ik heb mij gelaafd aan deze tevreden tachtigjarige. De personificatie van eenvoud.

Egbert –die wij voornamelijk in blauwe overal zien en dus nog in het ouderlijk huis woont- zegt dat hij nog leeft zoals zijn (groot)ouders, maar dat is niet helemaal waar want hij scheert zich mooi elektrisch. Zijn kleren wast hij nog wel met de hand, en hij eet voornamelijk uit zijn eigen tuin en kookt dat op een houtgestookt fornuis dat tevens als kachel fungeert.

Al zijn handelingen doet Egbert even doodgemoedereerd en ontspannen; er straalt een weldadige rust van het beeldscherm op mijn gezicht. Ik vergeet het voor even: mijn ergernissen over de weer gestegen gasprijzen, de hysterie over de financiële crisis, de reclamespotjes tegen het dreigende terrorisme, de anglicismen die als een bacterie onze taal aantasten - allemaal zaken die langs Egbert glijden. Hij heeft geen tv en de krant gebruikt hij vooral om de aardappels op te schillen of brood op te eten. Wat heerlijk zijn de onwetenden toch. En dat is geen ironie; ik benijd deze man. Zoals hij op 11 november de zingende kinderen verwelkomt: ontroerend.

Egbert begeeft zich ook zelden buiten de gemeentegrenzen.

Maar dan gaat hij iets geks doen. Misschien komt het door de aanwezigheid van de cameraploeg, maar voor het eerst sinds 1949 gaat Egbert Stellink naar de hoofdstad.

Mocht ik nog eens worden uitgenodigd voor Zomergasten (een ijdele gedachte die nooit bij Egbert zou opkomen) dan zou dit deel van de documentaire moeten worden vertoond.

Niets is aandoenlijker en mooier dan een kind van 80 jaar dat iets doet wat voor ons een routine is, maar voor hem een groot avontuur. Egbert laat zich gelukkig ook niet afleiden door de camera –logisch, want hij komt ogen en oren tekort.

Elke stap die hij zet heeft de impact van de eerste stap op de maan. Met grote ogen loopt hij door de eersteklascoupé, kijkt hij uit het raam naar het passerende landschap. Schuchter betreedt hij de bouwput voor het Centraal Station waar de uitgemergelde vrouw schreeuwend de daklozenkrant verkoopt. ‘Dat is een dakloze,’ zegt Egberts reisgenote – een in zijn optiek enorm wereldwijze vrouw uit zijn dorp. Die opmerking verbijstert en amuseert Egbert (hij lacht graag). ‘Hoe kun je nu zien dat zij dakloos is?!’ Na de uitleg van zijn gids. ‘Oh! Juist! Juist! Ik dacht al, je kunt toch zo niet zien aan dat mens of ze dakloos is. Haha!’

En zo valt Egbert van de ene verbazing in de andere. De stad is behoorlijk veranderd in bijna zestig jaar tijd. Ze komen bij het zebrapad. ‘Het is rood, we moeten wachten hè. Zal ik op het knopje drukken?’

Terwijl ze over het Damrak lopen krijgt hij uitleg over het fenomeen brasserie. ‘Oh juist ja!’

Dan een prachtig moment van herkenning. ‘De Blokker,' zegt Egbert, 'die heb je ook overal hè?’ Daar gaan ze dan ook niet naar toe.

Daarna komt het meest spectaculaire deel van de reis: de elektrische roltrap in de Bijenkorf. Eerst krijgt Egbert uitgebreide instructie: over het juist op de treden gaan staan. Nou ja, dat vindt hij een beetje te bevoogdend. ‘Ja, dat snap ik wel.’ Maar spannend is het wel, op het gevaarte dat hij nog nooit heeft betreden. En het lijkt ook even mis te gaan als hij op het randje blijkt te staan, maar Egbert herstelt zich knap en trots lachend glijdt hij naar de volgende etage: ‘Tsjongejongejongejonge.’

Hij bekijkt aldaar wat bakken met kitscherige sieraden en zegt: ‘Dat vind ik mooi….hartstikke mooi. Kunstig!...Geweldig!’ Hij schuifelt er omheen en durft de Aziatische massaproducten bijna niet aan te raken, zo mooi vindt hij ze.

Daarna eten ze een hard en hip broodje en krijgen daar een bot mes bij; daar snapt Egbert dus helemaal niets van. ‘Die taaie korsten en die stompe messen. Hè!’ Die laatste verwensing is de grootste wanklank van deze dag. Maar hij ziet de lol er ook al snel weer van in. Terwijl hij het broodje probeert te halveren: ‘Ik had beter de zaag mee kunnen nemen…hahaha. Het is toch gestoord, nou ja toe maar. Als ik het maar binnen krijg.’

Ze kijken uit over De Dam. Voor zijn reisgenote een bekend gezicht, vanwege de jaarlijkse dodenherdenking. Maar Egbert kijkt geen tv en kijkt zijn ogen uit “Tsjongejongejonge…wat een mooi overzicht…schitterend!”

Buiten stuiten ze op een levend standbeeld in goudverf, maar daar trapt Egbert dus mooi niet in. Hij kijkt zoals mijn neefje van drie kijkt als hij iets bijzonders ziet, met een brede grijns. ‘Ja, maar dat is een pop hoor. Zeuker!’ Zelfs als de artieste heel even heeft bewogen, blijft hij erbij dat dit een pop is. Volgens zijn reisgenote is het een ‘echte artieste, die kunnen heel lang stief stoan bliebn’. Egbert heeft het met eigen ogen gezien, maar kan dat niet geloven. Hoofdschuddend lachend loopt hij weg. ‘Ze brengt me op een verkeerd spoor. Ik snap er niks meer van.’

Terwijl hij nog peinst over de pop danwel mens, valt Egbert alweer in de volgende sensationele ervaring: de honderden duiven op Dam. ‘Tsjongejonge, wat een doeven…wat een doeven!’ En nog terugkomend op zo-even: ‘Ja, maar dat was een beeld hoor. Zeuker!’

‘Tsjonge wat een doeven!’ Als hij nog jonge benen zou hebben dan zou Egbert er ongetwijfeld op af rennen.

Maar zijn blik is nog wel jong en onbedorven. O, wat zou ik Egbert graag eens meenemen naar een willekeurige en voor hem onbekende plek, om ook weer met onbevooroordeelde ogen rond te kunnen kijken.

*U heeft waarschijnlijk al begrepen dat ik deze film van harte aanbeveel, omdat daar nog veel meer fraais is te zien. Zoals de onvergetelijke Michel de Brave (78 jaar) en zijn 100-jarige moeder Dilia die samenwonen in Amsterdam, op 30 vierkante meter.

Er is overigens ook een door mij nooit gezien maar ongetwijfeld even prachtig boek van fotografe Anke Teunissen en journaliste Iris Pronk. Dat boek was de aanleiding voor deze heerlijke documentaire.

  • Reacties(7)//deblogger.igorwijnker.nl/#post51