igorblogt

igorblogt

Hier staan veelal persoonlijke verhalen.

Ik ben ook behoorlijk actief op Twitter: kijk maar.
En heb zelfs een website: www.igorwijnker.nl

4e op de Olympisch Diploma-spiegel

SportGeplaatst door Igor Wijnker zo, augustus 21, 2016 14:34:35

Chef de mission Maurits Hendriks blikte zondagmiddag terug op de Olympische Spelen van Team NL, na de voorlopig 4e plaats in het algemeen klassement Olympische Diploma’s:

“Vooraf hadden we, ik, hoge verwachtingen. Misschien waren die te hoog, zou kunnen. En het was ergens vorige week, na de tweede of derde fles wijn en zevende of achtste vierde plaats, dat weet ik niet meer exact, toen ons duidelijk werd dat we ons niet zo moesten blindstaren op de medaillespiegel. En zijn we ons gaan focussen op de Olympisch Diploma-spiegel, een ranglijst die ten onrechte nog weinig aandacht krijgt.

Het waren eigenlijk de hockeymannen die de trend zetten op donderdag met die dik verdiende vierde plaats. En die lijn hebben we daarna mooi doorgetrokken met schitterende vierde plaatsen van de handbalsters en volleybalsters. En Churandy Martina die niet alleen op een 1/100ste van een seconde van de bronzen medaille maar ook van de vierde plek finishte. De meeste mensen die voor de tv zitten, beseffen zich niet hoe moeilijk het is om vierde te worden op zo’n groot evenement.

En hoewel de hockeysters natuurlijk geen goede zaken deden voor het algemeen klassement van de Olympisch Diploma-spiegel wil ik ze nog wel complimenteren met de zekere zege die zij toch nog uit handen gaven en zo een mooie Nederlandse traditie hebben voortgezet van net-niet land als het op teamsporten aankomt.

Kortom: ik denk dat we hier in Rio een duidelijk visitekaartje hebben afgegeven als Team NL. Als land van de zesjescultuur hebben we het gewoon heel goed gedaan.

En ik zal er wel om uitgelachen worden, maar ik durf zelfs te stellen dat minstens tien van onze diploma’s een gouden randje hebben."





  • Reacties(0)//deblogger.igorwijnker.nl/#post319

Topsportkijkmentaliteit

SportGeplaatst door Igor Wijnker zo, augustus 14, 2016 12:26:09


Geachte landgenoten, majesteit,

Hierbij wil ik mijn excuses aanbieden voor wat er afgelopen nacht is gebeurd. Voor het feit dat ik het liet afweten op een heel belangrijk moment. Ik was ervan overtuigd dat ik er zou staan (of eigenlijk: zitten, nou ja, liggen) op het moment suprême, maar achteraf gezien heb ik het misschien toch te licht opgevat. Ik wil wel benadrukken dat ik slechts één sjekkie heb gerookt en één biertje heb gedronken. Al was het wel speciaalbier (6,6%). De blaastest zal dat later ook uitwijzen.

Maar dat ik heb gefaald is evident. Ik dacht dat ik klaar was voor de halve finale van Daphne Schippers, maar na het slot van A Fistful of Dollars (op Veronica), volgens mij was dat ruim een uur vóór de start van de 100 meter begon het knikkenbollen reeds een aanvang te nemen. Daarna weet ik niet meer precies wat er is gebeurd en wat ik heb gemist (handboogschieten, schoonspringen, baanwielrennen, nog meer pratende hoofden in de NOS-studio?).

De pijnlijke maar keiharde waarheid is dat nog vóór onze atletiekhoop het stadion betrad, ik mij overeind hees, slaapdronken door het huis zwalkte, mijn tanden poetste en bij het vrouwtje in het mandje kroop (copyright Ed de Goey).

En dan word je de volgende ochtend wakker om een uur of 9.15 uur met de typische reactie van de would be topsportkijker (“Hoe hebben we het gedaan!?”), maar toch vooral met een enorm schuldbesef en een gigantische kater. En al die tergende vragen: had ik vooraf meer mijn rust moeten pakken? Heb ik de omvang van de Spelen toch onderschat? Had ik niet al die studiogesprekken hoeven kijken&beluisteren? Niet de hele tijd van sportzender naar sportzender moeten zappen? Niet urenlang op de luie bank moeten liggen, maar in actieve houding op een stoel moeten zitten?

Ik ging vannacht naar bed in de overtuiging dat ik het nog kon goedmaken in de herkansing (in topsportkijkjargon wordt dat de herhaling genoemd). Maar ik hield mezelf natuurlijk voor de gek. Uiteraard gaat er niets boven een live-ervaring. Bovendien hebben de atleten niets aan dat soort topsportkijkers.

Ik besef dat ik ernstig heb verzaakt en ons topsportland in diskrediet heb gebracht. Maar het ergste is nog dat ik TeamNL in de steek heb gelaten. Al die tienduizenden topsportkijkers onder aanvoering van Herman van der Zandt die zelfs wakker zijn gebleven voor de finales vanochtend vroeg. Zij waren er wél toen Daphne en Ranomi ons nodig hadden. Ik niet.

Het is waar, ik ben eerder dit toernooi al in de fout gegaan en heb herhaaldelijk ’s nachts niet thuis gegeven. Op de sociale media is zelfs al geconcludeerd dat ik dus niet over de juiste topsportkijkmentaliteit beschik. Voor mij is dat nog geen uitgemaakte zaak. Bovendien duren de spelen nog een week en zoals sommige wielrenners in de laatste week van de Tour altijd op hun best zijn, heb ik er nog steeds vertrouwen in dat ik die laatste week nog veel verloren terrein kan goedmaken. De Spelen kan ik er niet meer mee redden, maar ik zal er alles aan doen om het verloren vertrouwen terug te winnen. Het is do or die (lees: sleep) de komende week. En ik ben alle betrokkenen dan ook zeer erkentelijk dat ik niet voortijdig ben teruggestuurd naar Rio en mij deze kans nog wordt gegeven.

Ik hoop ook dat de media (sociale en asociale) ook het respect kunnen opbrengen om mij en m’n familie deze laatste zware week nog even met rust te laten. Pas daarna zal ik dit toernooi met mijn team en gezin evalueren en zal duidelijk worden of ik mij beter kan richten op een eventuele maatschappelijke carrière of dat er wellicht toch nog een toekomst is voor mij als topsportkijker die er staat/zit/ligt/hangt als het moet.






  • Reacties(1)//deblogger.igorwijnker.nl/#post318

Steeds hoger, verder, dodelijker

SportGeplaatst door Igor Wijnker wo, februari 12, 2014 10:20:56

Dit weekeinde zag ik de huiveringwekkend mooie documentaire The Crash Reel (2013) over topsnowboarder Kevin Pearce die in 2009 zwaar hersenletsel opliep bij een val in de halfpipe. Ik werd weer teruggeslingerd naar mijn jonge wilde jaren, toen ik ook doldwaze dingen op en naast mijn board deed.

Met het zweet nog in mijn handen schreef ik daarna in een soort roes een persoonlijk verhaal over mijn skate- en snowboardtijd en de zorgwekkende ontwikkeling van het snowboarden. Het verhaal was eigenlijk bedoeld voor deze plek, maar ik vond dit keer dat het een prominentere plek verdiende. En gelukkig was ik niet de enige. Vandaag staat het in nrc.next.

Het slechte nieuws is dat je ervoor moet betalen – gesteld dat je geen abonnee bent. Anderzijds, waar hebben we het over: € 0,10! Hier staat het.

Update: het verhaal staat donderdag ook in het nóg prominentere NRC/Handelsblad. Met een fotootje van mijn hoofd - dus je bent gewaarschuwd.


  • Reacties(0)//deblogger.igorwijnker.nl/#post268

Een lift van David Endt (mijn Hard Gras-debuutje)

SportGeplaatst door Igor Wijnker wo, september 18, 2013 12:28:39

Het was al laat in de voormalige businessruimte van FC Wageningen. Het programma van Ballen op de Berg was voortijdig afgebroken wegens te veel rumoer. Mijn chauffeur van Groningen naar Wageningen, de muzikant-van-dienst Meindert Talma, ruimde zijn synthesizer op voor de terugreis, en ik was nog steeds -licht wanhopig inmiddels- op zoek naar iemand die mij een lift naar Amsterdam kon geven. De auto van de hoofdstedelijke voetbalbloggers zat al propvol.

Daar stond mijn laatste strohalm: een kleine man in een groen-wit gestreept voetbalshirt, de eeuwige jongen David Endt (volgend jaar wordt hij zestig). Met enige schroom wendde ik mij tot hem. Ik had hem vaak gelezen en op tv gezien, maar kende hem niet persoonlijk en ging nu een rare vraag stellen.

David Endt vond het helemaal geen rare vraag. Een half uur later liepen we (hij met z’n gesigneerde Panini-album 1981 onder de arm) langs het geraamte van het in onbruik geraakte stadion, op het aardedonkere voormalige trainingsveld waar de auto’s stonden geparkeerd. Hij drukte op zijn afstandbediening, in het doel met net knipperden de lampen van zijn auto. ‘Ik wilde hier graag scoren,’ zei hij met kinderlijk plezier.

Op de achterbank lag een Gazzetta Dello Sport, op het dashboard was een memoblok geplakt van Ajax, de NV die hem in juni op een zijspoor rangeerde. Hij reed niet direct naar de uitgang, slalomde tussen twee auto’s door, en remde. ‘Moet je kijken,’ zei Endt zacht. De koplampen beschenen een met gras en onkruid overwoekerde tractor. ‘Die staat er al sinds 1992.’

Zou de nieuwe teammanager van Ajax het stuk roest hebben opgemerkt?

(eerder gepubliceerd op Hard Gras, 18 september 2013)



  • Reacties(0)//deblogger.igorwijnker.nl/#post249

Van Piet uit de Jordaan tot Herr Oberweltmeister

SportGeplaatst door Igor Wijnker za, december 01, 2012 11:42:06

Voor de bundel Sportlegendes schreef ik een verhaal over stayer Piet Dickentman (1879-1950) de Jordanees van eenvoudige komaf die meer dan honderd wedstrijden won in vaak overvolle stadions en in Duitsland zo schatrijk werd dat hij de auto van koningin Wilhelmina kocht en een vliegtuig bezat. Maar hij zag ook vele collega’s in het harnas sterven. En terug in Nederland kon Dickentman niet lang genieten van zijn roem en rijkdom. Een fragment:

Dickentman beseft dat hij weg moet uit het puriteinse Nederland. Er zijn te weinig wedstrijden, die bovendien te weinig opleveren. Er verrijzen weliswaar nieuwe wielerbanen, maar er is nog veel weerstand tegen het wielrennen, zo blijkt ook uit dit verhaal in Piet Maaskants Wiel aan wiel (1966): ‘In 1898 naderde een wielrijder een dorp. Er kwam hem een man tegemoet die een varken voor zich uitdreef. Achter dit tweetal schreed de veldwachter. Niet zodra ontwaarde deze de sportman, of hij sprong wijdbeens op de weg, met uitgestrekte armen en schreeuwde: “Politie! Sta of ik schiet!” De onschuldige peddelaar stopte pardoes en de diender pakte het vehikel met een gezaghebbende greep. Op de vraag wat dit optreden te beduiden had, tierde de dienaar van de heilige Hermandad: “Ik zal jou leren een varken te laten schrikken!' Ze kregen een optocht achter zich aan van allemaal woedende dorpers. Zo’n onverlaat! Zelfs paardevijgen en overrijp ooft deden opgeld. En op het raadhuis kreeg de boosdoener het volgende artikel onder de neus geduwd: “De wielrijders zijn verplicht bij het passeren van varkens hun vaart in die mate te minderen, dat de genoemde dieren niet schrikken”.’

Dit is weliswaar een niet-alledaags incident, maar het is zeker illustratief. Een aantal jaar later verbiedt de Motor- en Rijwielwet het houden van wegwedstrijden op de openbare weg. En in datzelfde jaar (1905) wordt bepaald dat bij stayerkoersen niet meer dan twee motoren tegelijk de baan op mogen – het is té gevaarlijk.

Piet Dickentman maakt met Duitsland de juiste keuze. Hij komt terecht in het mekka voor de stayers, ‘die zweite Heimat für die bedeutendstenFahrer des Auslandes’ zo schrijft Toni Theilmeier in Die wilde, verwegeneJagd. De kaft van dit kloeke boek over de begin- én gloriejaren van de professionele stayersport in Duitsland wordt gesierd door een foto van Dickentman – en dat is geen toeval. De in Nederland nagenoeg vergeten coureur is nog steeds een legende in Duitsland.

Hij moet zich eerst opwerken en doet mee aan provinciale koersen. Die wint Dickentman allemaal. Zijn eerste grote wedstrijd is de Grote Prijs van Berlijn in 1900. Hij komt al vroeg in de wedstrijd zwaar ten val, maar om de managers en toeschouwers te laten zien dat hij uit het juiste hout is gesneden, klimt hij meteen weer op de fiets, en wordt toch nog derde. De uitnodigingen stromen daarna binnen. 1900 is het jaar van zijn grote doorbraak: hij wordt Europees kampioen in Breslau en wint grote wedstrijden in Berlijn en Friedenau.

Zijn wedstrijdmentaliteit en trainingsarbeid (hij fietst geregeld van Amsterdam naar Berlijn) spreken tot de verbeelding. Maar dat is niet de enige reden dat hij in de smaak valt bij de Duitsers. Met zijn krachtige kop – een wat harde blik met ernstige snor – kan hij zo doorgaan voor een Duitser. Zijn populariteit wordt alleen maar groter als hij de taal gaat spreken, er gaat wonen en zelfs zijn achternaam Dikkentman verandert in het Germaanser ogende Dickentman. Volgens Stuyfersant verloochent de Amsterdammer zijn afkomst niet en rijdt hij zijn wedstrijden nog wel steevast in een rood shirt met drie andreaskruizen.

Hij arriveert ook op het juiste moment op de juiste plaats. De vele onbegrensde mogelijkheden van de belle epoque zie je terug in de stayersport in Duitsland aan het einde van de negentiende eeuw. De vooruitgang is niet te stuiten. Door de industrialisatie en urbanisatie ontstaat in de snelgroeiende steden ook behoefte aan amusement, en op zondag kun je al je zorgen vergeten op de wielerbaan. Het is ongecompliceerd vermaak. De eerste Duitse wielerbaan staat in 1880 in München, ruim tien jaar later telt Duitsland meer dan zestig wielerbanen. Sommige zijn echter van erbarmelijke kwaliteit: met een ondergrond van los zand, dakvilt, asfaltpapier, sintels of kiezels. Soms worden provisorisch wat rijplaten over waterloopjes gelegd.

In Duitsland wordt het baanwielrennen, nog vóór het voetbal, de eerste sport voor de massa. Maar de stadions stromen pas vol als de gemotoriseerde gangmakers in 1898 hun entree maken. Het zijn trouwens de renners zelf die daarop aandringen. Zij beseffen dat de luidruchtige benzinemotoren, dé avant-garde van de motortechniek, feitelijk de grote publiekstrekkers zijn.

De motor genereert grote opwinding, of zoals in Die wilde, verwegene Jagd iemand zegt: een gekte die als een virus om zich heen lijkt te grijpen. ‘Het toonde aan dat ook voorheen verstandige mensen in korte tijd tot redeloze wezens konden muteren.’

Van ver klinkt het als een licht golvend, monotoon gebrom van enorme insecten. In het stadion is het gebrul van de V2-motoren zo intimiderend dat Lotti Vrees-Dickentman er bijna negentig jaar later nog van huivert. ‘Als de wedstrijd begon, dan zat ik te bibberen. Een kabáál, oh God. Als díé aan gingen. Als díé langskwamen, die grote brede dingen. Kippenvel op mijn armen.’ Het is de tijd dat de stayersport zich in de wilde, ongecontroleerde pioniersfase bevindt. De regels worden gaandeweg gemaakt.

In Die wilde, verwegene Jagd staan foto’s van motorblokken met een distributieriem die op enkele centimeters van de broek van de gangmaker draaien, slangen voor de olietoevoer die nog wel eens willen lostrillen met soms fatale gevolgen (olie op de baan), brede sturen waarmee je tijdens het rakelings passeren zo een renner of gangmaker raakt, motoren met een grote brandstoftank overdwars, eenpersoonsmotoren waarbij de bestuurder toch helemaal achterop kan zitten (om de wind te vangen) doordat het stuur zeker anderhalve meter lang is.

De motoren worden in die tijd steeds groter en sneller. Binnen tien jaar is de topsnelheid al nagenoeg verdubbeld tot boven de 100 kilometer per uur. De renners moeten in het kielzog zien te blijven: hun zwaartepunt komt op het voorwiel, dat zelfs tot 24 inch ‘krimpt’, zodat de renner diep achter de motor kan kruipen, angstaanjagend dicht met het hoofd bij de grond. Jarenlang draagt niemand een helm. Dickentman is in 1904 een van de eersten met een zelfgeknutselde en wat koddig ogende, maar zeer functionele pothelm uit het leger.

Aanvankelijk wordt er zelfs met een groot windscherm op de motor gereden, maar de zuigkracht is zo groot (en daardoor ook het aantal ongelukken) dat dat in 1902 wordt verboden. Toch willen de renners zo dicht mogelijk achter de motor blijven fietsen. Daarover is in Van Jaap Eden tot Jan Derksen (1947) te lezen: ‘Om te voorkomen dat zijn voorwiel telkens tegen de motor zou botsen, had Dickentman het middel bedacht om den achterman op de motortandem zover achteruit te plaatsen dat het hoofd van den stayer eerder de rug van den gangmaker aanraakte dan de voorband de achterband van de gangmakersmotor.’

Dat is niet toegestaan, maar de renners zoeken uiteraard de grenzen op. ‘Ik ruik nu nog de lucht van verbrand rubber,’ zegt Dickentman na zijn carrière. ‘En dan zat ik met mijn voorband tegen de achterband van de motor. Ik hoef je niet te vertellen hoe gevaarlijk dat was. Het stayersvak was in dat begin veel en veel gevaarlijker en moeilijker dan thans, omdat we geen rol achter de motor kenden. In mijn laatste stayersjaren zag ik de rijders wel eens dusdanig tegen de rol op bonken dat je het overal op de baan kon horen, maar wanneer je in de eerste jaren even tegen de motor reed, lag je meteen naast je fiets. Er waren toen nog maar enkele stayers in Europa en die waren eerst fel gekant tegen de invoering van een rol, omdat ze vreesden dat er ineens tientallen concurrenten zouden komen, als het werk door die rol gemakkelijker en minder gevaarlijk zou worden gemaakt. Louter een kwestie van eigenbelang dus.’

De meedraaiende rol op de achterzijde van de motor voorkomt dat het voorwiel van de renner blokkeert als zijn fiets tegen de motor botst. In Frankrijk en Zwitserland was die rol al jaren verplicht. In Duitsland wordt die rol pas verplicht na een gruwelijk ongeluk: op 18 juli 1909 vliegt op de baan Botanischer Garten in Berlijn een motorfiets uit de bocht en ontploft op de volle tribune: negen doden en twintig zwaargewonden.

Vóór die zwarte dag in Berlijn heeft Dickentman al tientallen collega’s zien sterven. En daarna ook. Doden horen bij de stayersport. In Rad-Welt, een dagblad over wielrennen, is Die Toten der Rennbahn een vaak terugkerende rubriek. Zeer populair zijn de macabere ansichtkaarten, zoals die van de op twintigjarige leeftijd verongelukte Willy Schmitter: glimlachend fietst hij achter een motor die wordt bestuurd door een skelet met een zeis.

Er hangt een zweem van oorlogsromantiek over deze helden die hun leven wagen. In Sport-Album der Rad-Welt (1907) is dat zo omschreven: ‘Het gevaarlijke beroep van de stayers heeft al vele offers gebracht, maar men moet dit betreurenswaardige verschijnsel niet te tragisch opvatten, want elke sport brengt gevaar met zich mee. In de overwinning van het gevaar ligt de aantrekkingskracht van de sport en zoals een man tijdens de oorlog op het veld van eer de hoogste mannelijke deugd ten deel valt, kan die hoogste deugd ook in de vriendschappelijke strijd om de eer worden verkregen.’

Het zijn macho’s als Thaddäus Robl – de grote rivaal van Dickentman – die de sport domineren. Mannen die grenzen willen verleggen, het noodlot durven tarten. Het is geen toeval dat Robl het na zijn afscheid als renner in 1909 hogerop zoekt en op 18 juni 1910 als eerste Duitse vliegtuigdode de geschiedenisboeken in gaat. Dickentman zou op die fatale dag overigens meevliegen met Robl, maar hij verslaapt zich.

Dickentman zegt zelf dat hij heel veel geluk heeft gehad tijdens zijn loopbaan. ‘Slechts een ernstig ongeluk, toen in Wenen mijn gangmaker in botsing kwam en ik door de schok over de motor heen werd geslingerd en notabene door mijn eigen motor werd overreden. Twee dagen ben ik bewusteloos geweest, maar zes weken later reed ik weer.’

Dickentman, die fijnbesnaard wordt genoemd, is soms dagen van slag als hij weer een begrafenis van een jonge collega heeft bezocht. ‘Dan hadden we thuis een paar trieste dagen hoor, hij met mijn moeder,’ zegt zijn dochter Lotti. ‘Mijn vader zei tegen mij dat hij voor het startschot altijd aan de dood dacht.’

Sportlegendes (onder redactie van Jan Luitzen en Ad van Liempt) is een uitgave van uitgeverij Balans.

  • Reacties(1)//deblogger.igorwijnker.nl/#post215

Zéér, zéér wenschelijk

SportGeplaatst door Igor Wijnker di, juni 05, 2012 21:17:12

Ik loop een beetje achter met de scheurkalender. Toen ik vandaag mijn gevoeg deed op ons toilet op de begane grond werd ik aangenaam verrast door de prachtige (anonieme) bijdrage van 17 mei, waarin P.M.C. Toepoel wordt geciteerd. Hij was oud-bokser en directeur van een modelschool voor harmonische lichaamsontwikkeling en zelfverdediging en een warm pleitbezorger van de Freikörperkultur die aan het begin van de 20ste eeuw in Duitsland ontstond.

Zo’n 100 jaar geleden publiceerde hij het boekje Knotszwaaien en Balstooten. Enkele citaten:

‘Na korten tijd oefenen reeds ziet Gij Uw lichaam schooner worden. De Amerikaanse dames wenden dan ook knotszwaaien en balstooten met goed gevolg aan ter verbetering der buste en verdrijving van de sleutelbeenholte.’

‘Als alle sport en alle oefeningen behoort knotszwaaien naakt en buitenshuis beoefend te worden. Gaat ’t niet buiten, dan ten minste in een zeer goed geventileerd vertrek. Naakt en voor een spiegel is zéér, zéér wenschelijk. Gij moet Uzelf zien werken en naakt om uw lichaam te begrijpen en lief te krijgen. Bedenk, dat wie zijn lichaam waardeert, het niet zal opofferen of in gevaar brengen door uitspattingen, roekeloosheden of modegrillen, en dat is beter dan dat men dit uit van buiten af ingeprente braafheid laat. Natuurlijk is voor wie niet anders wíl of kan (is dit wel ooit ’t geval?) oefenen in gewone kleeren beter dan niet-oefenen in diezelfde kleeren, doch nadrukkelijk wijs ik erop dat ’t half werk is.’

Omdat ik geen Freikörper-sportfoto kon vinden, hieronder een illustratie van Freikörper akkerbouw (1907).

  • Reacties(0)//deblogger.igorwijnker.nl/#post200
Volgende »