igorblogt

igorblogt

Hier staan veelal persoonlijke verhalen.

Ik ben ook behoorlijk actief op Twitter: kijk maar.
En heb zelfs een website: www.igorwijnker.nl

Over het misschien wel mooiste poplied van de laatste jaren

MuziekverhalenGeplaatst door Igor Wijnker wo, mei 16, 2018 20:57:05


Still uit clip van Milkshakes Funnelcakes, met links Matthew Silver.

Bij Vera begeef je je al snel op glad ijs* als je het over pop hebt, dus laat ik niet meteen lezers tegen de haren instrijken en verkondigen dat Milkshakes Funnelcakes van Awkward i een van de mooiste liedjes van de laatste jaren is.

Maar ik overdrijf niet als ik zeg dat het in elk geval een van de wonderbaarlijkste is. Bedacht en in oktober 2017 uitgebracht door een man die in Groningen werd geboren (in 1981) als Djurre de Haan en daarna met dezelfde naam in Winsum opgroeide. Onder de naam Awkward i heeft hij nu drie platen van tijdloze kwaliteit gemaakt. Met soms raadselachtige teksten die ik nog steeds niet kan plaatsen, maar die wel kloppen.

Milkshakes Funnelcakes is behoorlijk awkward. De eerste keer hoorde ik het met stijgende verbazing aan. Een verbazing in zeven trappen. Gelijk het aantal wendingen –bij benadering- dat het lied neemt.

Nadat ik het lied voor de honderdduizendste keer had beluisterd (en gezien) en ik er nog steeds geen genoeg van kreeg, besloot ik er maar ‘ns een aantekenblokje bij te pakken. Om als een soort popprofessor proberen te analyseren wat daar nou precies gebeurt in een tijdsbestek van nauwelijks vier minuten.

En zo kwam ik dus tot een zeventrapsraket, of –zo je wilt- deze wervelende attractie met ongeveer zeven bochten.

Misschien moet je het lied er even bij pakken. Doe maar zonder clip, want die leidt teveel af: https://open.spotify.com/track/3nRRxQYiWWKVpbNtUctfmp?si=g9C7-WMOSp2IBL_gRrN73w

Het begint als een lief wiegeliedje: een piano die met lichte toets wordt bespeeld en een akoestische gitaar waarop wordt getokkeld en geslide en dan de zanger die met warm timbre zingt ‘Milkshakes Funnelcakes, it’s your first birthday.’

Na 24 seconde al schiet de stem omhoog en brengt ons in een andere sfeer. Ook door de tekst: ‘i’m in a parallel world, in which it didn’t take place’. Daarna hoor ik woorden die ik niet goed versta, maar dat vind ik geen probleem, de muziek vertelt mij genoeg. Er komt een viool bij, de spanning neemt toe, er wordt naar iets toegewerkt. Maar de ontploffing van drums&koper zie ik niet aankomen.

Het lied is krap 50 seconden bezig en heeft mij al naar alle hoeken van de kamer gesleurd.

Twintig seconden later is de rust weergekeerd en zijn we –qua muziek- terug in het eerste deel en volgt hetzelfde procedé: zelfde opbouw, de melodieuze explosie. Prachtig! Een gemiddeld liedjesschrijver zou het ook lekker uitzingen tot het eind. Niks meer aan doen, strik erom en door naar het volgende lied; of -ik zeg maar wat- een cowboyhoed opzetten en het zingen op een Songfestival.

Maar Awkward i is niet gemiddeld. Na twee minuten, 2.06 min om precies te zijn, neemt het lied weer een wending door de drummer die een ander ritme slaat. Het is niet wereldschokkend, maar precies genoeg om me weer even aangenaam uit evenwicht te brengen.

Tien seconden later, weer een bocht. De drummer roffelt een mars (die we al eerder hoorden), de zanger zingt roffelend mee, althans: zoals je zingt wanneer je heel graag wilt meezingen terwijl je de tekst niet precies weet.

Tien seconden later: weer een subtiele ritmeverandering terwijl de stem een andere afslag neemt en ergens hoog boven ons zweeft.

Het lied lijkt na drie minuten te eindigen als een wiegelied, maar de songwriter kiest voor een euforisch slotstuk. En zo kom ik tot grofweg zeven wendingen.

Normaliter is dat teveel van het goede in een popliedje. Maar het wonderlijke is dat Milkshakes Funnelcakes al die afslagen heel naturel neemt en ik nergens misselijk word. Integendeel: ik wil weer.

Komt ook door de ontroerende clip van filmmaker Michiel ten Horn. Die past zo goed bij dit lied dat ik eigenlijk had verwacht dat de hele wereld Milkshakes Funnelcakes zou omarmen en dat wij –net als Matthew Silver- allen onze overbodige kleren van ons zouden afwerpen. Waarna wereldvrede weldra weer binnen handbereik was.

“U bedoelt eigenlijk dat het on-Nederlands goed is, weledelzeergeleerde popprofessor?”

Laat ik het zo zeggen: Elliott Smith zou volgens mij graag weer even terugkeren op aarde om dit lied op te nemen.

Dat Djurre de Haan aanstaande zaterdag terugkeert naar Groningen om als Awkward i (met band) in Simplon dit en andere prachtliedjes te spelen is iets om naar uit te kijken. Mocht dat niet lukken: op 27 mei speelt hij in Leermens.

*Zoals Vera-coryfee en hoofd techniek Edwin Heath mij toevertrouwde na een uitgebreid exposé over het geluid in de grote zaal: “Je bent wel Vera, het moet niet teveel als popmuziek gaan klinken.”




  • Reacties(0)//deblogger.igorwijnker.nl/#post341

Donderdag in Vera: Klangstof

MuziekverhalenGeplaatst door Igor Wijnker ma, december 04, 2017 19:44:48

Klangstof op Eurosonic 2017. Foto: Igor Wijnker

Het verhaal van Klangstof is een van de opmerkelijkste van de afgelopen jaren. Binnen twee jaar van niets naar de meest succesvolle Nederlandse indie-act over de grens.

Met een contract bij het Amerikaanse label Mind of a Genius en de grootste boeker in de VS, heeft de elektronische indiepop-band rond Koen van de Wardt dit jaar al niet alleen in ongeveer elk Europees land gespeeld, maar ook al intensief door Noord-Amerika getourd. En Klangstof stond zelfs al (als eerste Nederlandse band ooit) op het prachtige affiche van Coachella, samen met o.a. inspirator Radiohead.

Het verhaal mag inmiddels bekend zijn (de kenners kunnen gerust deze alinea overslaan). Koen van de Wardt werd geboren (in 1992) en getogen in de Randstad en emigreerde op z’n veertiende naar het desolate platteland van midden-Noorwegen. Daar was het veertienjarige stadskind plots op zichzelf aangewezen. Hij hield zich onledig met computerspelletjes, maar maakte ook muziek. En raakte in de ban van Ok Computer van Radiohead.

Zijn project Klangstof kreeg gestalte, met een Noors-Nederlands naam: klang betekent timbre. De eerste liedjes had hij al geschreven, maar die belandden even in de ijskast toen Van de Wardt terugkeerde naar Nederland om zich aan te sluiten bij Moss, als bassist.

Al snel pakte hij de draad van Klangstof weer op en zodra hij z’n eerste lied Hostage op Soundcloud zette was het hek van de dam: het werd meteen internationaal opgepikt. Drie maanden later tekende Van de Wardt een platencontract in de VS en wist hij: dit is het.

Saillant was dat Klangstof bestond uit bandleden van Moss (behalve frontman Marien Dorleijn). In dit artikel gaat Van de Wardt er uitgebreid op in.

Van de Wardt wilde er alles aan doen om Klangstof te laten slagen, voor de andere bandleden had Moss prioriteit.

Daarop charterde Van de Wardt wat Noorse vrienden en kon de internationale carrière gestalte krijgen. En hoe.

In de herfst van 2016 verscheen debuutplaat Close Eyes To Exit. De leegte en eenzaamheid van Noorwegen hoor je terug in de muziek (en zie je in de clips). En de invloed van Radiohead druipt er vanaf.

Wanneer je je als band zo spiegelt aan Radiohead, neem je ook een risico. En leg je het qua zang al snel af tegen Thom Yorke (al jaagt de gekwelde zanger uit Oxford natuurlijk ook genoeg luisteraars in de gordijnen). Het was wel een intrigerend debuut van Klangstof dat nieuwsgierig maakte naar meer. Maar door het sferische, lome, uitgesponnen en zelfs wat deprimerende karakter vroeg ik mij wel af hoe deze muziek live zou uitpakken.

Groot en aangenaam was de verrassing tijdens de laatste Eurosonic. In de Machinefabriek maakte Klangstof indruk en straalde het enorm veel spelplezier uit. Zo ingetogen als Van de Wardt op plaat klinkt, ging hij toch behoorlijk los op het podium. Mooi ook om te zien hoe hij de andere bandleden aanjaagde om snel het volgende lied te beginnen. Hier stond een band met een missie.

Met succes: Klangstof hengelde het op een na hoogste aantal boekingen binnen en als je kijkt naar de speellijst heeft Klangstof die lijn voortgezet. Het kan niet anders dan dat er straks een geoliede live machine in Vera staat.

Ondertussen is er ook alweer nieuwe Klangstof-muziek verschenen. Begin november bracht de band de ep Everest uit, die je eigenlijk op de koptelefoon moet horen om alle ingenieuze subtiliteiten op te merken. Bijzonder is de track Names, dat begint als een soort chain gang-song, maar al snel ontaardt in een 21ste eeuwse trip.

Je kunt het donderdagavond live ondergaan.

En kom op tijd, want dan kun je het veelbelovende Dakota zien. De Amsterdamse meiden spelen hun heerlijke mellow songs, met smachtende stem gezongen, in januari ook op Eurosonic en Noorderslag. Maar straks kun jij zeggen dat je de band al veel eerder hebt gezien, in Vera.





  • Reacties(0)//deblogger.igorwijnker.nl/#post339

Woensdag in Vera: Tangarine

MuziekverhalenGeplaatst door Igor Wijnker ma, november 27, 2017 14:21:16

Het is alweer jaren geleden toen ik in een huiskamer, met uitzicht op de Reitdiephaven, instant fan werd van Tangarine. Het was eigenlijk in de wat kille hal van het appartementencomplex. Dat maakt ook niets uit bij de eeneiige tweeling Brinks. Had het Assense duo in een slachthuis gespeeld, of op de Meubelboulevard dan was ik ook voor de bijl gegaan.

Meer hadden Arnout en Sander Brinks niet nodig: twee akoestische gitaren en twee stemmen die zo wonderlijk en wondermooi samenvloeiden dat je soms niet meer wist welk geluid uit welke keel kwam. Very, very, very close harmony.


Ik kocht hun laatste cd Wintersongs: The December Sessions. Het werd een warme metgezel die alle cd-spelers in ons huis tientallen keren van binnen heeft gezien en die vooral overuren maakte in de auto. En ik bleef ‘m draaien, ook in de andere jaargetijden.

Ik mag graag naar een bak vervormde gitaarherrie luisteren, maar heb ook vaak behoefte aan pure muziek. Aan de zuiverheid van Tangarine. Wat een weldaad voor het oor.

De vergelijking met Simon & Garfunkel drong zich op. Niet alleen door die samenzang, maar ook vanwege het sprankelende geluid en de tijdloze klasse van de liedjes.

Het bleek dat de broers Brinks hiervoor al drie platen hadden uitgebracht en dat ze al jarenlang stad en vooral land in noord- en oost-Nederland afreisden voor optredens in dorpshuizen, buurtcentra en andere enerverende plekken. Meestal werden ze bijgestaan door Friends, waaronder de toen nog drummende Joost Dijkema.

Door in de marge zoveel meters te maken konden de broers en hun muziek wel goed rijpen, maar lang kon deze misstand natuurlijk niet duren. Het was slechts wachten op de dag tot de rest van Nederland deze rasmuzikanten zou omarmen.

Om dat te bespoedigen nodigde ik ze een keer uit in mijn radioprogramma op OOG. Het werd een hoogtepunt. De broers hebben natuurlijk prachtige tv-hoofden, maar bleken ook geanimeerde vertellers te zijn en betoverden het kleine studiohok met hun muziek. Het voert wat ver om de landelijke doorbraak die daarna volgde hieraan toe te schrijven (er luisterde namelijk zelden iemand), maar een paar jaar later tekenden ze bij platenlabel Excelsior.

En toen Tangarine kort daarna de huisband werd van De Wereld Draait Door, kwam de carrière in een stroomversnelling. Die rol van huisband vervulden ze met verve, daarbij geholpen door hun opvallende uiterlijk – het was alsof ze met een tijdmachine uit de 19e eeuw naar het heden waren getransporteerd.

Een nieuwe tijd brak aan voor Brinks&Brinks: adieu dorpshuizen, popzalen here we come! Vanwege de vele optredens in de rest van Nederland verhuisden Sander en Arnout naar Zwolle.

Tangarines eerste plaat bij Excelsior (Seek & Sigh uit 2013) lag nog duidelijk in het verlengde van Wintersongs, met een enkele bombastische uitschieter (The Past in Us). Opvolger Move On, die al het jaar daarop verscheen, is ronduit Beatlesk. De plaat illustreert de veelzijdigheid en muzikaliteit van de broers, maar is toch minder onderscheidend. De liedjes zijn goed, maar hun grote kracht wordt door de productie wat ondergesneeuwd.

Dat bleek in 2015 tijdens de theatertour In Stereo, waarin de twee de liedjes kaal en akoestisch speelden en alle nuances optimaal tot uiting kwamen.

Het succes van die tour leidde Arnout en Sander weer terug naar hun wortels. Dit smaakte naar meer. Maar vereiste ook een rigoureuze aanpak. Om een tijd uit de hectiek van Nederland weg te zijn, maakten de broers in een camper een lange reis door de VS. Ze schreven een nieuwe plaat. En met niemand minder dan John Convertino en Joey Burns van de legendarische band Calexico namen ze die op in hun studio in Tucson, Arizona. De totstandkoming is fraai vastgelegd door filmmaker Jeroen Willems.

Tangarine, geflankeerd door Calexico.

There and Back
heet de laatste plaat treffend. En het is inderdaad een terugkeer naar de basis. De spatzuivere broers (die in Love Could Tear Us Apart zelfs The Bee Gees naar de kroon steken), bijgestaan door de meesters van het lege, lome geluid. Als je goed naar de plaat luistert kun je de zoele woestijnwind heel zachtjes horen blazen. Convertino en Burns, die ook beiden de ritmesectie vormen op de plaat, waren zeer onder de indruk van de gebroeders Brinks. “Certain people decide to be songwriters, but these guys just have to write songs,” zegt Convertino. Burns: “They are very talented as songwriters, singers and performers.”

Dat Tangarine onlangs door modeblad Esquire onlangs werd verkozen tot best geklede band van Nederland is natuurlijk een leuke opsteker, maar slechts bijzaak. Dat de band na zes succesvolle jaren eindelijk weer terugkeert in Vera (destijds was Tangarine het voorprogramma van Tim Knol) is dat niet. De broers worden deze keer begeleid door Robin Buijs (drums), David Corel (bas) en Bas Rolf Verbaant (gitaar, pedal steel).

Grijp je kans om Tangarine in een intieme setting te zien. Want ondertussen begint de band ook vaste voet aan de grond te krijgen in Duitsland. Benieuwd wanneer de rest van Europa voor de bijl gaat.









  • Reacties(0)//deblogger.igorwijnker.nl/#post338

George, my guilty pleasure

MuziekverhalenGeplaatst door Igor Wijnker ma, december 26, 2016 15:59:20


Ik kwam er vandaag pas achter dat George Michael bij Wham! ook al zo'n beetje alle liedjes zelf schreef. En dat hij als jong broekie ook al (vaak) de productie op zich nam. Ik las het in het cd-boekje van The Final, de verzamelplaat uit 1986. Ja hoor, die heb ik gewoon. Net als Michaels eerste soloplaten: Faith en Listen without Prejudices vol 1.

Wham! was een boyband (en Michael een megaster/hitparadepaardje), laat dat duidelijk zijn, maar dan toch wel een van een andere orde. Ik groeide op met Wham! en George Michael. Kon er niet omheen. Wilde er ook niet omheen, getuige de aanschaf van bovengenoemde cd's.

Ik heb er nooit echt mee te koop gelopen, ook omdat ik sinds beginjaren negentig vooral in alternatieve muziekkringen verkeer, waar men niet zoveel heeft met hitparade-muziek. Die twee mooiboys zagen er natuurlijk ook best raar uit af en toe, vond Michael zelf ook.


Al zag ik bovenstaande foto's vandaag voor het eerst en wist ik niet dat het zo lachwekkend erg was.

Maar goed, het gaat om de muziek, toch? Ik heb net weer even The Final gedraaid en ik moet bekennen: daar staan eigenlijk geen slechte liedjes op. Toegegeven, ik ben een liedjes-fetisjist: ik hoor liever een geweldig liedje dat slecht wordt gespeeld dan een saai lied dat perfect wordt uitgevoerd cq geproduceerd. Nu had Michael van dat tweede ook wel kaas gegeten - al waren zijn producties mij meestal te gelikt. Maar maai!...wat schreef en zong die man veel gouden melodieën.

Ik denk dat veel vijftigplussers met een ontwikkelde muzieksmaak zich niet kunnen vinden in mijn woorden. Ik kan mij zelfs heel goed voorstellen dat de iets oudere generatie, die de punkperiode nog heeft meegemaakt, een afkeer had/heeft van Wham! en George Michael. Je moe(s)t wel heel sterk in je schoenen staan om uit die kast te komen.

Ook ik had rustig in de kast kunnen blijven toen Website van Hank mij een paar jaar geleden vroeg persoonlijke stukjes te schrijven over mijn muziekvoorkeuren. Maar aangekomen bij aflevering 13 Guilty Pleasures moest ik wel met de billen bloot. (ja hoor, doe maar even een clickje op de billen, naughty one)




  • Reacties(0)//deblogger.igorwijnker.nl/#post331

Met Lou en Ans naar Breezand (en terug)

MuziekverhalenGeplaatst door Igor Wijnker zo, november 06, 2016 21:52:58

In het kader van Rock City Live toog ik vrijdagmiddag met de Groningse muzieklegende Lou Leeuw en zijn gade Ans (artiestennaam Shiba) naar het huis van William Wijnker in Breezand. Deze muziekminnende neef had als gulle crowdfunder van m'n project nog een optreden te goed en wilde zijn verjaardag opluisteren met een Groningse muzikant. Ik ken de Polderse smaak (liever bekende liedjes) en dacht meteen aan Lou Leeuw.

Het was even puzzelen maar met z'n drieën pasten we precies in de compacte Hyundai. Lou achter het stuur, ik ernaast, Ans op de achterbank -ingeklemd tussen twee flinke boxen en de deur. Verder was de auto nokvolgeladen met een oude mixer in loodzware bekisting (die in de jaren negentig, net als Lou, ongeschonden een zwaar auto-ongeluk op de snelweg had doorstaan), akoestische gitaar in koffer, twee microfoonstandaards, een grote tas met snoeren en stekkerdozen, een lessenaar, oude leren koffer gevuld met percussie-instrumenten, een djembe, een kleine cajon, mappen met tientallen tekstvellen (A3-formaat), een beautycase met cd's van Lou ("vanavond voor de speciale prijs van 5 euro"), 5 x z'n biografie 'Een Rockende tijger' ("15 euro, want de uitgever moet er ook wat aan verdienen") en een zakje met gesmeerde boterhammen.

We vertrokken met een waterig zonnetje, in Friesland begon het te druppelen en op de Afsluitdijk zwenkten de ruitenwissers op hoge snelheid. Het regende nog steeds toen wij in het donker in Breezand arriveerden, maar binnen -verwelkomd door William en z'n vrouw Anita- was alles goed. De garage was sfeervol ingericht met rode gordijnen, William had z'n oude pick up en grote verzameling singles van zolder gehaald. We installeerden de boel, kregen in de keuken van het prachtige huis nog wat kibbeling en brood en ondertussen druppelden de genodigden binnen.

En toen de beamer ook was gearriveerd en geïnstalleerd konden we beginnen. Het was voor mij een bijzondere avond. Terugkeren in mijn geboortestreek (in de volksmond De Polder), iets over m'n multimedia-project vertellen en dan de Groningse legende te mogen introduceren voor veel neven en nichten, en m'n ouders. Oud-radiocoryfee Mark Stakenburg was er ook.

Het was een beetje schipperen: ik wilde met veel bekenden praten, maar ook genieten van het immer goedgeluimde fenomeen - zeventig lentes jong. Begeleid door zijn trommelende geliefde die heel af en toe ook (mee)zong.

Moesten de muzikanten eerst nog hun best doen het geroezemoes te overstemmen (wat ze overigens ongestoord deden), gaandeweg kwam de stemming er steeds beter in. Misschien hielp de alcohol ook een beetje mee.

De eerste bezoekers vertrokken. Van William mocht het nog uren duren: "je speelt nog minstens twee sets, toch?" "Geen probleem," zei Lou. "Ik heb het naar mijn zin. Mag ik misschien nog een koffie?"

Ruim de helft van de aanwezigen was inmiddels vertrokken, maar Lou en Ans bleven spelen. Er werd steeds luidruchtiger meegezongen door de aanwezigen.

Het werd middernacht. De gitaar werd even geleend door een vriend die lang-zal-hij-leven wilde spelen. Lou nam de gitaar weer over en speelde nog een set. " Oké, dit was het. Dank u wel, u bent een geweldig publiek." Publiek (nog een handjevol): "Boehoe! Nog een liedje!" " Moet ik nog wat spelen? Iets van de Stones? Ja hoor, dat kan wel."

En zo nam Lou nog zeker drie keer tevergeefs afscheid. Tot zelfs hij het genoeg vond. "Ik vind het hartstikke leuk, maar we moeten ook nog helemaal terug naar Groningen." En nog de spullen opruimen en in de auto puzzelen.

Na diverse omhelzingen en de afspraak volgend jaar weer te komen, reden we in de regen terug naar huis.

Terwijl ik op de bijrijdersstoel half zat te knikkebollen, en Ans ook weinig geluid maakte op de achterbank, stuurde Lou ons naar huis. Gelukkig had hij alleen koffie en water gedronken.

Ik zit nog een beetje bij te komen en na te genieten van deze avond. Lou heeft zaterdagavond en -nacht alweer met de huisband in de Kroeg van Klaas gespeeld. En vanavond is hij daar weer veel op het podium te vinden bij de thema-avond.



  • Reacties(1)//deblogger.igorwijnker.nl/#post329

Trip down memorylane naar Landgraaf

MuziekverhalenGeplaatst door Igor Wijnker vr, juni 17, 2016 10:44:43


En zo kreeg ik opeens de kans om het grootste genie uit de popgeschiedenis in levende lijve te zien. Op een verjaardagsfeestje trof ik zaterdag een dorpsgenoot met een Pinkpopbandje. De pechvogel was voortijdig teruggekeerd uit Landgraaf met een ontstoken voet en was niet van plan het bandje door te verkopen, dus als ik zin had…

Dat mag je gerust een understatement noemen. Vorig jaar was ik op het allerlaatste moment nog bijna afgereisd naar Amsterdam om Paul McCartney in de Ziggo Dome te zien. En baalde ik achteraf dat ik toch thuis was gebleven. Want de 72-jarige was weer geweldig op dreef geweest en het had zomaar zijn laatste concert kunnen zijn.

Ik ben een beetje huiverig voor concerten van oude muzieklegendes, maar als er één iemand mij muzikaal heeft beïnvloed dan is dat McCartney (vooral in combinatie met Lennon). Afgezien van de energie die Nirvana bij mij losmaakte, opende die blauwe lp (1967-1970) van The Beatles – een paar jaar na Nevermind na de aanschaf van een platenspeler - mijn oren en ogen. Ik vind die muziek nog steeds van een verbijsterende rijkdom.

Het was wel even een heel geregel, maar op zondagochtend vertrok ik naar het zuiden van Limburg. In een oude leenauto met cassettespeler voor een optimale trip down memorylane. Ik moest het stof letterlijk van mijn oude bandjes blazen om te zien wat er op stond.

Het was raar om weer op Pinkpop rond te lopen. Beginjaren negentig ging ik elk jaar met de bus die Jongerenvereniging De Ark in Anna Paulowna had gehuurd. Krat bier en een zak botterhammen mee en dan lekker de beest uithangen in de modder.

Betrad ik destijds (op z’n minst) flink aangeschoten het festivalterrein, afgelopen zondag voelde ik me nuchterder dan ooit, tussen al die mensen die er al wat festivaldagen op hadden zitten. En ik besefte meteen weer waarom dit festival en ik jaren geleden al uit elkaar waren gegroeid. Pinkpop werd steeds megalomaner (het festivalterrein heet dan ook Megaland) en ik bezoek in principe (en uit principe) alleen nog kleinschalige optredens. Concerten of festivals zegmaar waar ze uit veiligheidsoverwegingen niet je zonnebrandcrème afpakken. Jawel, lees de voorgaande zin gerust nog een keer; hij lijkt niet te kloppen, maar dat was wel wat de sekjoerietie afgelopen weekeinde deed. Maar hé, ze lieten je heus niet verbranden hoor gekkie, want je kon verderop wel weer een sunblockje uit een apparaat trekken voor slechts vijf euro.

Ik liep wat verloren rond. De enige bekende die ik tegenkwam was de helft van het cabaretduo Van der Laan & Woe. En even werd het me zelfs bijna te veel toen ik werd geconfronteerd met ene Kygo op het hoofdpodium. Ik had nooit van deze jongeman-met-petje-achterstevoren-op-zijn-hoofd gehoord, maar hij begon best aardig met een stukje op de vleugel. Daarna liep hij naar zijn dj-booth om trage bombastische muziek over ons uit te storten.

Als ik dan toch een gifbeker moet leegdrinken, besloot ik snel, dan wel eentje naar mijn smaak. “Doe maar een grote,” zei ik tegen de barvrouw van dienst. Even later zat ik met mijn beker bier op de trap naar mensen te kijken en zag wat jonge versies van mezelf zwalkend passeren. Mooi, die jeugdige onbezonnenheid.

At least we stole the show! schalde uit de boxen. ‘Hé, maar dit liedje ken ik,’ dacht ik. Leuk hoor dat ze toch muziek draaiden in de pauzes. Maar het bleek dat Kygo nog steeds live aan het spelen was. Toch klonk het precies zoals op de radio. Hoe spelen ze dat toch klaar, die dekselse dj’s?

Wel een mooi ironische songtitel voor zo’n act, moest ik concluderen toen ik mijn aandacht weer vestigde op de hoofdpodiumartiest. Kygo drukte op knopjes, gooide z’n hand in de lucht en gebaarde dat wij ook konden meedoen. Ja dahaaag, reageerde de overgrote meerderheid. Dat moest ik het Pinkpoppubliek dan wel weer nageven, dat je het niet alles door de strot kunt duwen.

Hoe zou dat trouwens gaan dat bij zo’n vergadering van de programmacommissie van Pinkpop, vraag ik mij nu af. “Hé, heb jij dat liedje op de radio gehoord?” “Ja, leuk hè.” “Is die beschikbaar op 12 juni?” “Oké, boeken die gozer.” “Is het misschien een idee om hem eerst live aan…” “Volgende. Hebben jullie Skunk Anansie al gebeld?”

Omdat ik wel even uit de drukte wilde, zoals het programmaboekje heel goed aanvoelde, nam ik op zijn advies de Kalm Aan Laan. Net als een paar duizend anderen, voetje voor voetje. Kalm Aan inderdaad, maar echt ontspannend was het niet. Daarna passeerde ik de expositie met posters en foto’s van de 45 voorgaande edities. Mijmerde nog even bij het zien van Eddie Vedder die van de camerakraan dook. In de pit waar ik mij ook bevond, met of bovenop mijn modderige maten. Tegenwoordig staat er een bord met Crowdsurfen verboden.

En opeens was ik weer in het hier en nu, en wel bij Bring me the horizon die op de 3FM Stage speelde. Ik luister nooit meer naar die zender dus het is niet zo vreemd dat ik geen enkele liedje van die band herkende. Maar ik las in het programmaboekje dat Bring me the Horizon zijn plekje tussen de grote rockbands van deze aarde definitief heeft veroverd. Toe maar, dacht ik. Al wordt Kensington ook te pas en te onpas de grootste rockband van Nederland genoemd, dus ik vermoedde dat het hier ook vooral over kwantiteit ging.

Maar ik kan met de hand op mijn hart zeggen dat ik er onbevooroordeeld naar luisterde. En dat ik de muziek na een paar liedjes al niet meer kon verdragen. Het geluid was lomp en lelijk, en gespeend van elke subtiliteit. De zanger schreeuwde óf zo hard als hij kon óf hij zong een miezoete ballade. Na de robot ehh, dj Kygo op de mainstage manifesteerde zich ook hier de ontmenselijking van de muziek. Maar, moest ik vaststellen, er is duidelijk een doelgroep voor, voor deze formulemuziek die zo voorspelbaar is als een korfbalinterland tussen Nederland en een willekeurig ander land.

Het werd mij zwaar te moede. Maar, sprak ik mezelf moed in, ik moest niet vergeten met welk doel ik hier was. Een patatje oorlog en Lionel Richie brachten me daarna weer in een goede stemming.

Ik bewoog me alvast richting het hoofdpodium, want het kon wel ‘ns dringen worden. In de club slalom je dan probleemloos tussen de muziekliefhebbers door, maar op zo’n groot festival tref je veel mensen die zelden naar een popconcert gaan. Die willen je er liever ook niet langs laten, zelfs als er voor hen nog genoeg ruimte is. Een jonge vrouw hield me tijdens de slotminuten van Lionel Richie zelfs tegen omdat haar vriendin met haar smartphone bezig was: “Even wachten!” zei ze ernstig, “ze is nu aan het filmen.” Die vriendin heeft nu een filmpje van Dancing on the Ceiling met mijn rug en honende lach.

Uiteindelijk strandde ik op een paar meter achter het hek dat in een halve cirkel om het voorste vak was gezet. De mensjes op het podium oogden nog steeds klein en ik kon nog proberen om in de rij te gaan staan voor een plaatsje in het voorste vak, maar ik had een prima zicht en besloot hier genoegen mee te nemen.

Ik kan me overigens niet heugen dat ik ooit zo lang stil heb staan wachten voor een optreden. Mijn bier was ondertussen allang op, de poncho was een paar keer aan en uit geweest en met alle omstanders (een mix van twintigers en zestigers) had ik alle mogelijke beleefdheden uitgewisseld. De verwachtingen namen ondertussen zulke kolossale proporties aan dat het concert alleen nog maar kon tegenvallen.

Dat deed het niet. Vanaf ‘s werelds beroemdste openingsakkoord (van A Hard Day’s Night) tot de eindsolo van The End heb ik me ruim twee uur lang opperbest vermaakt met Macca en zijn top-band, met de geweldige drummer Abe Laboriel Jr. Je kunt het een zwaktebod noemen dat de strijkers en blazers uit het keyboard van Wix Wickens kwamen, maar ik vond het juist heel erg voor McCartney pleiten dat hij gewoon met een bandje wilde spelen en dat het geen bombastische show met toeters en bellen werd. Als we het vuurwerk tijdens Live & Let Die even door de vingers zien.

McCartney kan zich dat veroorloven omdat hij Die Liedjes heeft. 33 speelde hij er, want hij mocht niet langer. Liedjes die maar niet oud of belegen worden. Die je niet kunt leren schrijven op een popacademie. Wat mij ook aangenaam verraste was dat zijn songmateriaal van na 1970 zich prima staande hield tussen die onverwoestbare Beatles-klassiekers.

En dat hij de hoge noten af en toe met moeite haalde (soms vocaal bijgestaan door zijn drummer) en z’n stem fragiel klonk: ik vond dat juist mooi. Die kwetsbaarheid van een 73-jarige. Heel menselijk, zeg maar.

Wat je dan hoopt is dat dit melodiegenie ook nog een rasverteller is. Helaas. Hij is toch vooral die oom tegen wie je zegt: stop nou even met het slaken van die hoge gilletjes en dat quasi-enthousiaste juichen tussen de nummers. Toe, speel nog een liedje. Maar toen begon ome Paul toch uitgebreid te vertellen over zijn ontmoeting vorig jaar met een aantal Russische regeringsleiders. En dat hij dat best spannend vond. Heel begrijpelijk, vonden wij en we werden stil op de draf- en renbaan. We werden toch wel nieuwsgierig: wat was daar voorgevallen in Moskou? Had Sir Paul stennis geschopt, een diplomatieke rel ontketend? En toen vertelde de ene minister aan McCartney dat zijn allereerste single er eentje van The Beatles was. Ja, leuk. En toen? “But then i met another guy and he was the minister of defense. [ome Paul liet een stilte vallen, de spanning nam toe] And he said to me: ‘I learned English with The Beatles.’ ‘O, really, that’s great,’ I replied. ‘Yes,’ he said, ‘Hello…goodbye’.”

Het publiek wist niet zo goed of dit een grap of anekdote was en lachte navenant (niet).

En dan die Nederlandse tekstjes tussendoor die hij nogal schutterig van een tekstvel op z’n vleugel las. En die voorspelbare inleidingen van zijn liedjes waar hij zelf ook een beetje klaar mee leek te zijn. Nee, dan kon je beter Lennon hebben die de koninklijke familie op het balkon eens toevoegde dat ze niet perse hoefde te applaudisseren, “just rattle your jewelry.”

Maar ik vergaf het hem allemaal, want dan stond McCartney daar zondagavond opeens alleen met z’n akoestische gitaar op een verhoogd podium en zong hij me even een hartverscheurende versie van Here today, een intiem lied dat hij twee jaar na de moord op Lennon schreef. Het werd muisstil in Landgraaf en tienduizenden moesten even hoorbaar een brokje wegslikken.

En helemaal aan het eind liet de eeuwig jonge veteraan nog zien wat voor een volbloed rocker hij nog steeds is met een inventieve om-de-beurt-solo met de andere gitaristen Brian Ray en Rusty Anderson.

Kortom: prachtig dat ik hem eindelijk live heb gezien. Al ben ik ook wel weer even genezen van de mega-concerten. Wat daarbij ook niet hielp was dat ik grote delen van het concert op een tablet heb gezien die een kerel voor mij in de lucht hield en waarmee hij het grote scherm filmde.

Vanavond weer lekker naar de club.





  • Reacties(0)//deblogger.igorwijnker.nl/#post316
Volgende »