MuziekGeplaatst door Igor Wijnker do, februari 18, 2010 03:23:07Het is woensdagavond en de Oosterpoortwijk in Groningen ligt onder een vers wit deken. Van vooroorlogse wijken in een echte winter gaat een grote bekoring uit. Ik krijg daar zo'n behaaglijk Frits van Egters-gevoel van. Ik ben niet de enige die bij nummer 47 moet zijn. We bellen aan, het mij onbekende jonge stel en ik.
De zware voordeur gaat open. ‘Hé, jij ook al hier?!’ zeg ik tegen de vrouw aan de andere kant van de drempel, alsof we elkaar al jaren kennen. Terwijl ik haar pas vijf dagen eerder voor het eerst heb ontmoet; ik in mijn hoedanigheid als radio-interviewer van *lo-fi-icoon Lou Barlow, zij als de vrouw die voor Barlow een concert in Groningen had geregeld.
En dat Hedwig (ik ken alleen haar voornaam) open doet is niet zo vreemd, aangezien het haar voordeur is. Ze is vanavond gastvrouw van een huiskamerconcert.
Dat is een sympathiek concept, maar de ontvanger krijgt wel wat vreemde schoenen over de vloer. Of we dus even de sneeuw van onze schoenen willen kloppen en de zolen droogvegen aan de handdoeken die in de gang en in de ruime woonkamer liggen. De lichten zijn er al gedimd. Zonder dat er één noot is gespeeld, weet je dat je in een kamer van een muziekliefhebber bent: Vera-posters aan de muren, een kast met vooral veel vinyl, hoge plafonds en langs de wanden een keur aan stoelen en een grote bank. De meeste zitplaatsen zijn nog onbezet.
Achter, in de keuken, is het gezellig. Bij het geïmproviseerde barretje, met twee charmante barmeiden en dito prijzen. Een flesje bier voor een euro. Op de tafel een schotel met koekjes en enkele borden met beschuit+muisjes. Geert, het gezicht van Ham Radio Communications (medeverantwoordelijk voor de organisatie van dit optreden) is deze dag vader geworden.
De muzikant van dienst is in een vrolijk gesprek verwikkeld en laat zich de rode wijn goed smaken. Tiziano Sgarbo -Tizio voor intimi- kwam 41 jaar geleden ter wereld in het dorpje San Martino Spino in Noord-Italië. Daar heeft Tizio een eigen stek, maar woont hij feitelijk nog bij zijn ouders. Drie albums staan er achter zijn (artiesten)naam.
Een kleine man met een imposante en al behoorlijk grijze baard. Die volgens de bevriende muzikant en hoofdorganisator van deze avond Jaap Olthof vorig jaar nog zwart was. Dat Bob en Tizio in zo'n kort tijdsbestek zoveel grijze haren hebben gekregen is niet zo vreemd. Kijkt u even mee naar het tourschema van deze Eurorail-reiziger: afgelopen zaterdag speelde Bob in Stuttgart, zondag in Utrecht, maandag in München, dinsdag weer in Amsterdam, deze woensdagavond dus in Groningen, dan gaat hij morgen naar Gent, de volgende dag weer terug naar Nederland (Rotterdam), vervolgens (het is zaterdag) wéér naar Duitsland (Offenbach), weer naar Tilbug en daarna naar Berlijn. Zeg Tizio: misschien volgende keer toch eerst maar de topografische kaart erbij pakken voor je afspraken maakt.

Bob/Tizio in een vertrouwde omgeving en toen z'n baard nog zwart was.
Maar anderzijds: een vermoeide indruk maakt deze innemende Italiaan bepaald niet. Met wildvreemde mensen is hij in een mum van tijd in een levendig gesprek verwikkeld. Het Modenese accent moet je er zelf even bij denken: ‘I hear it a lot from other musicians: Tizio...you have an easy life,’ zegt Tizio, ‘because my mother cooks for me and washes my dirty laundry. And yes, that is totally true!’
Ja, die Tizio heeft een benijdenswaardig bestaan. Een paar uur geleden is weer voor hem gekookt – door de al eerder genoemde vriend Jaap, die hem vervolgens naar dit adres heeft gereden en voor de komende nacht ook al een bed voor hem heeft opgemaakt in Winsum. En zo reist Tizio van stad naar stad. Voor zo'n enerverend troubadourbestaan moet je wel een gering inkomen voor lief nemen. Ik tel bij benadering dertien betalende bezoekers á 4 euro. Maar Tizio hoor je niet klagen. En Bob ook niet.
Maar de treinende troubadour moet nu toch echt aan het werk; alle zitplaatsen in de woonkamer zijn ingenomen.
Vriend Jaap kondigt Tizio/Bob aan als ietwat schizofrene artiest die zelfs in zijn liedjes soms van gedaante verandert: meestal is hij Bob Corn, maar soms manifesteert Tizio zich.
En of hij misschien eerst nog iets over zijn gitaar wil zeggen. 'Het lijkt wel een speelgoedgitaar.'
Het is erg handig, zo’n klein formaat, legt de muzikant uit, en het geluid is mooi. Dat blijkt al snel als Tizio de snaren beroert en zijn ietwat klagelijke stem de muisstille woonkamer vult. Vooral in de rustige nummers doet hij sterk denken aan Bonnie Prince Billy. En Bob gebruikt zijn schoenen als percussie (of is het hier Tizio die meedoet?). Soms stampvoetend, dan weer schuivend als waren het kwastjes die hij over een drumvel strijkt. Hij heeft er zelf geen controle over, zal de eigenaar van die voeten later beweren.
Het gebeurt met zo'n bezetenheid dat de huiseigenaren er goed aan doen de muzikale gast na de pauze te verplaatsen. Willen ze tenminste nog langer genieten van dat onder onze ogen wegslijtende stukje krakend en piepend parket.
Toch moet je wel een hart van laminaat hebben om niet te worden ontwapend door deze innemende Italiaan. Voordat hij het volgende lied gaat spelen, waarschuwt Tizio dat hij de eerste regels meestal vals zingt, maar dat het daarna meestal wel goed komt. Dat klopt (van dat valse), maar door de waarschuwing schieten er een paar aanwezigen in de lach. Daar moet Tizio weer om lachen en zo wordt dit lied pas na de derde poging tot een goed einde gebracht.
Bob vertelt dat hij in zijn slaapkamer (die van Tizio) een spiegel heeft. Hij kijkt graag naar zichzelf als hij gitaar speelt. ‘Dat heeft iedere muzikant vast wel eens gedaan, misschien zelfs zonder instrument.’ Alle aanwezigen lachen.
Hij gaat erbij staan en danst zingend door de kamer – het gitaartje tegen zijn torso gedrukt.
Even later vertelt hij doodleuk dat er op zijn laatste cd een nummer staat van Hüsker Du. ‘Maar ik heb het een andere titel gegeven dan hoef ik de copyrights niet te betalen. Al heb ik ze wel bedankt hoor, in het cd-boekje.’
Het is geen wereldschokkende muziek waar je in wordt meegezogen, maar waarbij je juist lekker weg kunt dromen.
En in de toegift speelt Bob een nummer van Prince Billy: A minor place.
Een minor place is het absoluut niet, in deze grote maar sfeervolle Groningse huiskamer.
Je had er bij moeten zijn, maar gelukkig was er een gozer van OOG Radio met een recorder.
*Lo-fi is een afkorting van Low Fidelity en dus niet van Low Finance zoals abusievelijk in dit verder prima radioprogramma werd beweerd.
MuziekGeplaatst door Igor Wijnker zo, januari 17, 2010 17:36:29Nooit beseft dat een professional zo hard moet werken op een popfestival. Drinken, netwerken, bands bekijken, eten, werken en slapen. Toch eens vragen hoe ze dat doen. Misschien iets vroeger naar bed gaan.
Ik had vrijdag en zaterdag geen tijd om een verslag te schrijven, omdat ik eerst moest uitslapen en na het late ontbijt weer op pad moest. Gelukkig ben ik geen echte professional, dus kom ik ermee weg.
Ik ben ook nog het programma van de tweede avond Eurosonic kwijtgeraakt, moet de muziek van die tientallen bands eens rustig laten bezinken, dus wil ik het hier voorlopig bij laten.
De komende tijd zal ik via de bekende mediakanalen berichten over Eurosonic/Noorderslag de wereld in sturen. Komende woensdag ga ik in ieder geval een lied draaien van de knotsgekke Noorse band Major Parkinson die mij in de kelder van NewsCafé overdonderde. Dus, festivaldirecteuren die nog op zoek zijn naar een feestband: deze jongemannen kun je blind boeken.

MuziekGeplaatst door Igor Wijnker vr, januari 15, 2010 14:28:53Dit wordt een sec verslag van mijn eerste dag Eurosonic, waarin ik flink zal naamdroppen. Als je de genoemde bands wilt beluisteren dan moet je naar deze website. Voor de verandering mocht ik mij vanwege mijn werkzaamheden bij OOG Radio aanmelden bij de perskassa, waar ik een paars polsbandje kreeg aangemeten. Hiermee kon ik langs de enorme wachtrijen wandelen en door de ingang met de Belangrijke Mensen, dacht ik.
Daarna even zitten met de tijdtabel en een kop cappuccino in de Coffee Company, terwijl Nyk de Vries (een van de Negro’s van Meindert Talma, die er trouwens ook was) z’n nogal originele voordracht deed. De Vries maakt al langer prozagedichten, maar heeft daar nu ook muziek bij gemaakt. De muziek kwam uit een apparaat en Nyk sprak. En hij danste er ook bij.
Daarna ging ik naar de Plato waar de Belgische band Isbells speelde. Het is van de ontelbare bands die wordt vergeleken met Bon Iver, of Fleet Foxes. En het was ook echt mooi hoor, die hemelse samenzang en dat lieflijke strelen van de snaren van de akoestische instrumenten, maar ik begin er zo langzamerhand een beetje mijn bekomst van te krijgen.
Daarna afgesproken met mijn vrienden bij de kassa - die naar het Ebbingekwartier was verplaatst.
Alle vrienden hadden op de valreep toch nog een kaartje bemachtigd en het eerste Eurosonic-biertje smaakte weer vanouds.
In een grote tent die deze dagen door het leven gaat als De Opera mocht het onstuimige en jonge Friese drietal Daily Bread aftrappen. Niks voorverwarmen, het gaspedaal werd meteen diep ingetrapt. Lekker bandje.
Daarna stapte ik op de fiets en dacht ik met mijn VIP-polsbandje eventjes de veel te lange rij bij de Stadsschouwburg te omzeilen, omdat daar de enorm hippe band The XX (spreek uit: thie ekses) speelde. Lachend in mijn vuistje passeerde ik het volk en ontblootte mijn pols, maar de breedgeschouderde en dikbuikige deurbewaker schudde zijn hoofd. Mijn bandje was helemaal niet zo belangrijk.
Door welke ingang ik dan wel kon? Achteraan in die rij, bromde de norse beer. ‘Bij het gewone volk,’ voegde een volksjongen mij toe, terwijl ik gedwee achterin de rij ging staan. Zonder al te veel fiducie. En dat voorgevoel bleek correct. Het was vol, ik liep nog een rondje om het gebouw om te zien of daar toevallig nog een deur openstond. En ik was niet de enige. Ik telde wel vijftien jongelui die wanhopig alle deuren probeerde. Tevergeefs.
Om mezelf een houding te geven, liep ik naar een boom en piste twee XX in de sneeuw met een dikke gele streep er doorheen. Zo bijzonder is die band nu ook weer niet.
Terug naar mijn vrienden en naar Bettie Serveert –was ook ooit heel hip. Maar dan spreek je over het vorige millennium. Volgens mij had ik ze nooit eerder zien spelen en constateerde dat Carol van Dyke geen spat was veranderd, qua stem en uiterlijk. Dezelfde coupe ook, met die dikke lokken voor haar gezicht. Ook verbaasde ik mij over de beweeglijke gitarist Peter Visser die het welhaast drukker had met het indrukken van pedalen dan met zijn snaren. De muziek klonk ouderwets lekker. Leuk ook om die veteranen met zoveel plezier op het podium bezig te zien.
Daarna dachten we naar het Belgische Mintzkov te gaan, maar kwamen we terecht in De Machinefabriek waar het Britse 65daysofstatic nogal veel noise maakte. Sommige aanwezigen werden erdoor bedwelmd, ik vond het nogal aanstellerig. Soms dreigde het even meeslepend te worden, zoals bij (And you know us by) Trail of Dead, maar deze jongens houden blijkbaar niet van uitgewerkte songs. Ik wel, net als veel van mijn vrienden, dus wandelden wet terug naar het Boterdiep waar in het Platformtheater de MetMichiel nieuwjaarsreceptie was. Michiel is van 3FM, meen ik. Ik geloof dat Intwine speelde. De appelflap was in ieder geval lekker, maar wel machtig.
Daarna alsnog naar Mintzkov, die ik had aangekruist als must, met de nogal vreemde aantekening ‘dEUS is back!’ Het klonk inderdaad heel erg als de bekendste Belgische band, aangevuld met vrouwenstem, maar vond ik dat erg? Integendeel. Geweldige liedjes.
Opvallend, we hebben bijna de ganse eerste avond rond het Ebbingekwartier vertoefd. Want we gingen weer terug naar de tent waar Kaisers Orchestra voor vuurwerk zou gaan zorgen. Ik verstond geen reet van wat de Noorse zanger zong, maar begreep hem wel. Door de geweldige opzwepende muziek, vermoed ik.
Het was al vrijdag toen we dan eindelijk richting Grote Markt liepen, waar de vriendengroep werd verenigd. In de grote zaal van het Grand Theatre, waar op het enorme podium de reïncarnatie van Prince bezig was. Hij luistert naar de artiestennaam Sliimy en ik zou niet kunnen zeggen hoe zijn muziek klinkt. Ik heb ook geen zin en tijd om het nu weer te luisteren, maar de show was nogal apart en wekte walging op bij sommigen van ons – dus vertrokken we. Sliimy heeft trouwens wel een award gewonnen, zag ik net op de site van Noorderslag.
We sloten af in Huize Maas waar juist de Belgische band Customs het podium betrad. Bij het vooraf beluisteren had ik de volgende aantekening gemaakt: ‘Interpolig’.
Het klonk best lekker, maar ik was gaar en de Customs hebben zelfs de nare trekjes van hun New Yorkse voorbeeldband overgenomen. De jongens maakten op mij een nogal afstandelijke indruk, met hun keurig gestreken pakken en iets te bestudeerde bewegingen.
Het bier smaakte mij ook niet meer en ik moest nog drie kwartier fietsen, dus zei ik: tot morgen!
En nu stap ik weer op fiets voor dag 2 en ga ik met de Marzantz op stap om wat muzikanten interviewen voor mijn radioshow.
MuziekGeplaatst door Igor Wijnker ma, november 16, 2009 16:47:13Dat u niet denkt dat we alleen maar shag rookten, Belgisch bier zopen, Nederlandse smartlappen meezongen en feestjes vierden met jarige Vlaamse homo’s.
Wij doen dus ook aan Cultuur. Met een hoofdletter C, ja. De tweede avond in Antwerpen gingen we dus naar het cross-overfestival De Nachten. Het werd gehouden in het enorme complex van de Internationale Kunstcampus, aan de rand van de stad. Maar dat deerde ons niet. Met de vertrouwde Hollandse stadsfietsen achter in het busje, voelen we ons thuis in elke Europese stad.
Het programma van De Nachten was aantrekkelijk. En prettig geprijsd: voor slechts twintig euro mocht je onder andere naar een huiskamerconcert van pianist Guy van Nueten (die ik alleen kende van zijn samenwerking met Tom Barman), Fixkes, Kyteman’s Hiphop Orkest. Je kon ook tekenaars aan bureaus en allerlei schrijvers op de bühne aan het werk zien.
Alleen het thema vond ik nogal vergezocht: Die Wende. Zal wel iets met subsidies te maken hebben. Want afgezien van wat studenten die in Oost-Duitse soldatenuniformen rondliepen, het deels Duitstalige programmaboekje en op wanden geprojecteerde filmbeelden van Berlijn werd ik niet lastiggevallen met het thema. Gelukkig maar.
We ploften neer in gerieflijk pluche in de enorme theaterzaal, waar 883 van de 900 stoelen nog leeg waren. De komiek en dit jaar als schrijver gedebuteerde Tim Foncke betrad het enorme podium. Alsof we terug in de tijd gingen naar het jaar 1989 en we naar de jonge Herman Brusselmans keken en luisterden. De gortdroge spreker was al aardig op dreef, toen hij een vraag stelde aan de al iets minder lege zaal. Want het zat Tim toch wel dwars, dat hij zo vaak werd vergeleken met Herman Brusselmans. ‘Lijk ik inderdaad zo op hem?’
‘Ja,’ antwoordde 93% van de aanwezigen. De overige 7 procent had de vraag niet verstaan of kende Herman Brusselmans niet.
Dat vond Tim licht teleurstellend. Maar ik zeg: Brusselmans kan met een gerust hart een sabbatical nemen; Tim Foncke komt eraan.
Daarna verscheen op hetzelfde podium de Vlaamstalige band Fixkes, die in Nederland nog vrijwel onbekend is. Afgaande op de publieke toestroom zijn De Fixkes in België zeer populair. En wat mij betreft mogen ze hier ook doorbreken.
Het was ondertussen druk geworden in de wandelgangen waar ook allerlei kunstenaars actief waren, maar het wilde maar niet hinderlijk worden. Wat waren al die mensen beschaafd. Het zou goed zijn om die dikke Hollandse nekken eens naar hun zuiderburen te sturen voor een lesje nederigheid.
Rest mij derhalve niets anders dan een bekentenis. Lieve Belgische concertbezoekers: ik houd van jullie.
We lieten Tom Lanoye links liggen en liepen naar de kleinschaliger artiesten in de Dunkel Kammern. We namen plaats op de driezitsbank in de tijdelijke woon- en werkkamer van illustratrice Sabien Clement en schrijver Stijn Vranken. Ze zaten er al een hele week vrijwillig opgesloten om te werken aan een graphic novel. Met zo’n twintig gasten –sommigen zittend op de matrassen van het tweetal- mochten we naar dit werk in progressie kijken.
In een naburig en door landbouwplastic volledig verduisterd lokaal stond de vleugel van Guy van Nueten. Hij speelde vanaf 21.30 tot 1.30 uur elk halve uur een pianorecital. En dat deed de beste man nu al drie dagen achtereen.
Hij stond op mijn verlanglijst, maar al de gehele avond kwamen wij telkens te laat voor zijn huiskamerconcert in het pikkedonker. Dat zou ons niet meer gebeuren, dus voor het optreden van 23.30 waren wij veel te ruim op tijd. We troffen een verlaten lokaal en Van Nueten die nog moest bijkomen van het optreden van 22.30. Een bevriende muzikant kwam binnen en begroette hem met een omhelzing: ‘Beste Guy, hoe gaat het?’ ‘Man…ik ben kapot,’ verzuchtte de gevierde muzikant, die inderdaad de indruk wekte alsof hij de voorgaande twee etmalen door de ondervragers van de Stasi wakker was gehouden.
Guy hield het kort - hij wilde even wandelen. En daar verdween hij in de menigte. Ik had met hem te doen.
Twintig minuten later verscheen hij weer in de martel/muziekkamer, die intussen tot de laatste plaats was bezet.
Een aantal lampen bleef aan, dus helemaal donker werd het niet en dat vond ik jammer. De muziek was mooi en de toelichtingen waarmee hij de stukken inleidde waren boeiend, maar Guy hunkerde duidelijk naar een bed. We dankten hem en snelden naar de grote zaal waar Kyteman met zijn Hiphop Orkest de nacht zou afsluiten.
Er werd tijdens De Nachten niet voortdurend over gesproken, maar er hing de hele avond al iets in de lucht: hét optreden dat je niet mocht missen.
Dat optreden was al begonnen toen wij ons naar de grote zaal haastten. De wandelgangen waren leeg. De met papieren vellen beklede wanden hingen nog wel diagonaal vanwege de menselijke wervelwinden die ons waren voorgegaan.
Kyteman en zijn ca. 20-koppige orkest waren al begonnen met een opzwepende show in de tot de nok gevulde zaal. De Utrechters probeerden de tamme toeschouwers in beweging te krijgen, maar dat ding zeer moeizaam.
België moest nog veroverd worden: zoveel was duidelijk.
Je kon de vertwijfeling ook op de gezichten van sommige muzikanten zien. Maar de kleine charismatische leider Colin Benders zweepte zijn band op tot grote hoogten. En je moest wel een hart van beton hebben (van dat spul waar de Berlijnse muur mee was gebouwd) of gehandicapt zijn als je in het laatste deel nog in je stoel bleef zitten.
De zaal kookte over van enthousiasme en schreeuwde na afloop om meer. Méér, godnondeju!
En mijn enigszins gedeukte borstkasje zwol weer een beetje van nationale trots.
Als ik de muziek van Kyteman thuis beluister op cd doet het mij niet veel, maar die show was fe-no-me-naal.
MuziekGeplaatst door Igor Wijnker vr, juni 26, 2009 11:19:47
Dit lijkt een heel slechte grap, maar het is de bizarre waarheid: ik sta donderdagavond laat de muren van mijn nieuwe werkruimte te witten als ik op de radio hoor over de hartstilstand van Michael Jackson.
Gedachten gaan terug naar mijn allereerste cassettebandje, met Don’t stop till you get enough. Andere liedjes die ik van de Top 40 had opgenomen (wijsvingers gereed bij de knoppen REC en Play, terwijl de dj de single aankondigde): Can’t stand losing you (Police), Crazy Little Thing Called Love (Queen), What’s the matter baby (Ellen Foley – op wie ik geloof ik verliefd was), Lay your love on me (Racey), Weekend (Earth&Fire, met Jerney Kaagman op wie ik zeker verliefd was – ohhh, dat stoeipakje).
Ik denk aan het album Bad. Met Smooth Criminal (‘You’ve been hit by…you’ve been hit by…a smooth criminal…dudududdududud…owwww!’). Ik wilde eigenlijk ook wel een neger zijn; ze konden beter voetballen en breakdancen. Liepen op mooie sportschoenen (hoewel de neger in mijn klas net als ik Piedro's droeg, maar wel heel goed kon voetballen), ze droegen als eerste een baseballcap en op de juiste manier (de zonneklep ombuigen). Negers waren gewoon enorm cool, hoewel ik dat woord toen nog niet kende. Zij personificeerden de stad. En de stad was voor mij het paradijs - wat was ik toch een heerlijk naïeve dorpsknul.
Bijna ongemerkt nam ik in de jaren negentig al afscheid van de muzikant Michael Jackson. Hij was een karikatuur geworden.
Teug naar het heden, 26 juni 2009. Terwijl ik mijn omgeving almaar witter kleur, draait radio-dj Eric Corton als hommage aan de nog niet officieel overleden artiest het nummer Last Goodbye van Jeff Buckley. Ook veel te vroeg dood. Daarna moet ik denken aan Elliott Smith, Phil Spector en een vroeg overleden jeugdvriend.
Pas om 1.30 uur dringt het tot me door dat ik jarig ben.
Ik ga door met witten en op 3FM draaien ze alleen nog maar liedjes van Michael Jackson. En ik kan niet anders zeggen dat ik zijn balads voornamelijk zeiknummers vind en zijn up-tempo liedjes (tot en met Bad) stuk voor stuk geweldig.
Om 2.30 uur was ik de witte vlekken van mijn zongebruinde handen en is Michael Jackson nu ook officieel dood. Op de radio klinkt het aanstekelijke Abc. Uit de tijd dat Michael nog een vrolijk donker kereltje was.
MuziekGeplaatst door Igor Wijnker wo, juni 24, 2009 02:48:28
Vrienden
Soms heb je van die weekeinden…
dat je op een late donderdagavond met een aantal vrienden en vriendinnen terecht komt op een Duitse gelegenheidscamping. Je krijgt een plek toegewezen van een vrouw in een geel hesje en daar hobbel je dan over het veld waar enkele dagen geleden nog graan stond te bloeien en dat nu met hekken is afgezet.
W3 heet ons weiland dat de komende vier etmalen wordt bevolkt door jongelui met campers en busjes uit vijf verschillende decennia, caravans, party- , leger-, bungalow- en zelfs circustenten. Vaak voorzien van generatoren die meer geluid maken dan de bijbehorende geluidsinstallaties. Hier geen opzichters die om 23.00 uur vragen of het iets zachter mag. Hier heerst de vrijheid.
Een snelle inventarisatie leert dat ongeveer 98 procent van de campinggasten bier uit blik drinkt en in een euforische stemming verkeert.
Rond middernacht staat onze tent fier overeind (dat moet gevierd worden) en zijn de kolen heet genoeg voor een snackbarbecue (moet ook gevierd worden).
Een onbekend aantal uur later rol je in bed, waar je een te kort aantal uur later weer uit wordt gebrand door de zon – zelfs als die zich nauwelijks laat zien.
Eerst verricht je nog de rituele handelingen: koffie, brood, pannenkoek, contactlenzen in, ‘biertje?...nu al?, ja lekker. Doe de barbecue ook maar vast aan.’
De voedselkringloop op de camping is trouwens als volgt geregeld: als je een man bent mag je tegen een hek plassen. Maakt niet uit welke richting je loopt – je stuit altijd op zo’n hekwerk. Voor de andere sekse en boodschap staan op strategische plekken aan de randen van het veld dixi-units. Als je niet zo gecharmeerd bent van openbare chemische toiletten - die ook worden gebruikt door diarreelijders en kerels die amper op hun benen kunnen staan maar toch graag staande urineren en vomeren – kun je de camping verlaten en in het bos een rustig plekje zoeken.
Er is veel te zien op de camping. Een man sjouwt met een meterslang blauw zeil. Dat wordt uitgelegd op het pad en besproeid met water en zeep. Vervolgens verschijnen oude jongemannen met bierbuiken en harige ruggen in zwembroek. Ze trekken om de beurt een sprint en glijden ruggelings en schreeuwend over het zeil. Het is eigenlijk meer stuiteren, de graanstompjes zijn stevig. De groep stoere mannen dunt snel uit. De ruggen van de rauwdauwers die staan te wachten voor de tweede aanloop zijn bloedend rood.
Een Volkswagenbusje passeert stapvoets, bestuurd door een jongeman met een groot blik bier in zijn vrije rechterhand. De zijdeur wordt opengeschoven en een blond meisje kiepert lachend een emmertje pies leeg, pal voor onze tent. Die toiletmethode had ik nog niet bedacht.


Op een gegeven moment is het tijd om naar de festivalwijde te gaan, want wij komen ook voor de muziek. We gaan slechts voor enige uren, maar nemen kleding mee voor ongeveer drie jaargetijden. Want de zon kan nu wel zo fel schijnen; als we ’s nachts weer terugkeren bij de tent zal de adem als wolkjes uit onze monden komen.
Wij blijken op de verste camping te staan, dus nemen een biertje-voor-onderweg mee.
Daarna schreeuwen, zingen en swingen we mee met Johnossi, The Ting Tings, Datarock, Franz Ferdinand en Kings of Leon.
En daarna mogen we nog twee etmalen.