igorblogt

igorblogt

Hier staan veelal persoonlijke verhalen.

Ik ben ook behoorlijk actief op Twitter: kijk maar.
En heb zelfs een website: www.igorwijnker.nl

Een rare middag in de bieb

Over schrijven en schrijversGeplaatst door Igor Wijnker do, mei 26, 2016 22:54:44


Ik was in de centrale bibliotheek omdat Gerbrand Bakker zou worden geïnterviewd door Rense Sinkgraven. Naked Lunch heet die serie interviews die altijd rond het middaguur zijn, waarbij het waarschijnlijk de bedoeling is dat de geïnterviewde zich bloot geeft. Dan ben je bij Bakker aan het juiste adres. “De schrijver is in korte tijd uitgegroeid tot een fenomeen in het literaire lezingencircuit,” stond ooit in PIT Magazine (juli 2007), “door een onweerstaanbare combinatie van gezellige West-Friese nuchterheid, een gezonde dosis zelfspot en een vrije literaire geest die geen onderwerp schuwt.” Daar kan ik mij helemaal in vinden. Er zijn weinig schrijvers naar wie ik zo graag luister als Bakker. Ik lees hem ook graag hoor, maar daar kwam ik niet voor.

We troffen elkaar al daarvoor in de lees-, eet- en kijkzaal. Dat klinkt alsof we elkaar heel goed kennen. Dat valt wel mee. We komen uit praktisch dezelfde polder (hij uit de Wieringerwaard, ik uit Anna Paulowna), braken in hetzelfde jaar door (zijn Boven is het stil deed het ook niet onaardig, al kwam hij niet zoals ik met Onder Marokkanen in DWDD. Toen dat overigens nog geen enkele invloed op de verkoop had, sterker: ik wist dat boek later voor de ramsj te behoeden door een paar dozen te kopen), houden beiden van schaatsen, zijn ongeveer gelijktijdig geëmigreerd (hij naar de Eiffel, ik naar Groningen), en ik heb hem wel ‘ns geïnterviewd in de trein. Voor dagblad De Pers, dat inmiddels ter ziele is. En voor de glossy PIT - inmiddels ook wijlen. Het zou best kunnen dat je dat blad niet kent, want al na twee nummers verdween het.

Bakker lijkt dat ook, althans uit het Nederlandse literaire wereldje. Hij verbaasde zich er onlangs over dat hij tegenwoordig zo weinig wordt geboekt voor een lezing of openbaar interview in Nederland. Dat gebeurt meestal door de Stichting Schrijvers School en Samenleving (SSS). Ik vroeg of dat door zijn verhuizing kwam. “Nee. Toen ik me een keer tegenover die chef liet ontvallen dat ik niet meer schreef hebben ze me uit die lijst* geschrapt,” legde Bakker uit.

We zaten wat te keuvelen over koetjes en kalfjes “en dat het promoten van een boek in Nederland geen enkele zin heeft” (Bakker), toen de vrouw die naast mij zat te lezen zich er plots mee bemoeide. “Geen zin?!” riposteerde ze. “Voor die twintig mensen…nee!” zei Bakker gedecideerd. “Nou twintig, mijn zoon heeft wel ‘ns in een volle Der AA Kerk gestaan.”

Ze bleek de moeder van Auke Hulst te zijn. Verrek, dacht ik. Ze speelt namelijk een nogal markante rol in zijn succesboek Kinderen van het Ruige land. “Maar dat is een roman hè, dat vergeten mensen vaak,” legde ze uit. Dat begreep ik, maar ook dat zij in het echt ook een excentrieke vrouw is.

Ze reageerde verbaasd en ietwat geprikkeld toen ik haar vroeg of ze nog een goed contact heeft met haar zoon. “Ja hoor!”

Ze bezoekt ook zijn publieke optredens en vertelde dat ze wel ‘ns naar een lezing van haar zoon in Groningen was geweest, maar bewust achter een pilaar had gezeten. Zo kon ze anoniem meegenieten van alle vragen over zijn moeder die op hem werden afgevuurd. "Na afloop kwam ik wel naar hem toe hoor, met een bosje bloemen."

Een andere vrouw begon zich ook met het gesprek te bemoeien en zei dat hij het succes van dat boek dus ook aan zijn moeder heeft te danken. De moeder van Auke knikte: “Ik heb hem ook wel ‘ns voorgesteld om 10 procent van de opbrengst naar mij over te maken.”

Bakker ging nog snel even naar buiten om een sjekkie te roken.

Het interview was tussen de boekenkasten op de begane grond. Nagenoeg elke stoel was bezet. Er stond een lange rij van voornamelijk dames op leeftijd voor de thee en koffie die gratis was. Er lagen ook pistoletjes met ham en kaas. “Die kosten 1,50,” hoorde ik. Maar naarmate ik dichterbij de broodjes kwam kelderde prijs. “Een euro mag ook!” riep Rense, en voegde hij er vervolgens aan toe: “Of voor niks, als je het je niet kunt veroorloven.”

Of als je alleen een te groot bankbiljet bij je hebt, voegde ik daar stilletjes aan toe.

Aan de zijkant stond nog een zeer gerieflijke fauteuil, die ik mij toe-eigende. Een keurig opgemaakte vrouw die net na mij arriveerde vroeg: “ga jij in die lekkere stoel zitten?” Ik bekeek haar even, vergewiste me ervan dat ze niets mankeerde en zei: “ja.” Teleurgesteld nam ze plaats op een iets minder comfortabele stoel.

Heel even bekroop mij een schuldgevoel, maar dat verdween al snel toen ik wegzakte in die heerlijke stoel (zo’n lekkere hebben wij thuis niet eens). Tel daarbij de prima koffie die zo lekker warm in mijn maag lag en Bakker die op z’n Bakkers onnavolgbaar zat te ouwehoeren. Over wonen in de Eiffel (en Amsterdam), het huis van zijn oude Duitse buurvrouw dat te koop staat (“bespottelijk goedkoop. Kun je voor 48.000 euro kopen!”), zijn hond Jasper, het verschil tussen katten en honden (“honden komen liefde brengen, katten komen het halen –als ze zin hebben”), Tommy Wieringa, en zijn nieuwe boek Jasper en zijn knecht (een deel in de befaamde reeks privé-domein) dat deze week verschijnt.

Het enige smetje was een oude vrouw die later binnenkwam, pontificaal haar rollator voor mij en Jan Glas (die voor mij zat) parkeerde en op het zitje plaatsnam en boven iedereen uit torende. Maar met een kleine draaiing van de stoel was dat euvel ook snel opgelost.

Op zeker moment verliet de vrouw haar rollator-zetel, wankelde een paar stappen, herstelde zich en begon toen foto’s te nemen met haar camera-met-rolletje. En flitser. Eerst van de interviewer schrijver. Daarna van het publiek. Ze was bezig met een serieuze reportage. Ze richtte haar lens ook op Roos Custers, die zei er niet van gediend te zijn. De vrouw hoorde haar niet, of deed alsof, kwam nog iets naderbij Custers, maakte haar plaat (weer met flits) en zei lachend dat-ie was gelukt. Ik vroeg me wel af hoe ze dat zo zeker wist, aangezien ze geen digitale camera had. Maar om Roos een plezier te doen vroeg ik haar niet voor de zekerheid nog een foto te maken.

Na het interview gaf Sinkgraven het publiek nog de gelegenheid om vragen te stellen. De eerste vraag kwam van de achterste rij: “Dit is eigenlijk geen vraag, maar een waarschuwing,” zei de man met halflang vettig haar, “een waarschuwing van algemeen belang." Tientallen hoofden draaiden in zijn richting. "Je moet wel uitkijken als je in het buitenland gaat wonen. Als de ambtenaar erachter komt wordt je zo uitgeschreven.” Sinkgraven bedankte de man, Bakker stak zijn duim omhoog.

Volgende vraag.

“Waar is je hond aan overleden?” vroeg een vrouw halverwege de zaal. Bakker antwoordde uitgebreid.

Volgende vraag. Weer de man met het halflange haar. Deze keer had hij een vraag. “De Gerbrand Bakkerstraat is niet naar u vernoemd, toch? Naar wie wel?”

Dat wist Bakker wel, die vraag was hem vaker gesteld.

Sinkgraven: “U, meneer, wat wilt u vragen?”

“Van welke muziek houdt u?” Bakker verwees de aanwezigen naar Opium Radio (vrijdagavond Radio 4, vanaf 22.30 uur) waarin hij anderhalf uur muziek mag draaien en toelichten.

“Nog een laatste vraag.”

“Waar komt de liefde voor de tuin vandaan?” Weer gaf Bakker uitgebreid antwoord.

Nadat hij tientallen boeken had gesigneerd gingen we met z’n vieren (met Coen Peppelenbos en Roos Custers) nog wat drinken in Land van Kokanje. “Was wel gezellig, toch?” zei Bakker.

In het etabblissement was het ook gezellig, al was het samenzijn wat kort. Buiten, bij het afscheid nemen werden er zoenen uitgewisseld. Ik volstond aanvankelijk met een hand, die Bakker stevig vasthield, met twee handen. Wij zijn dus opgegroeid in dezelfde regio en ik weet niet hoe dat bij hem ging, maar in mijn buurt zoenden jongens of mannen elkaar niet. Nooit. Ik kan mij dan ook nog levendig herinneren dat ik voor het eerst in mijn leven twee mannen –kunstzinnige types- elkaar drie zoenen zag geven. En dat ik dat heel raar vond.

En hoewel ik homofobie een van de stompzinnigste en lachwekkendste afwijkingen vind, komt ook nu nog het initiatief zelden van mij. Het zit gewoon niet in mijn systeem.

Bakker hield mijn hand nog steeds stevig vast. “Ik wil hem altijd zoenen,” zei hij. Dat begreep ik wel, zo vaak zien wij elkaar niet. Genereus boog ik voorover en bood hem mijn ongeschoren linkerwang aan.

En het was ook gewoon fijn om te horen nu mijn dochtertje mij tegenwoordig, vanwege die prikwangen, juist niet meer wil zoenen.

*Toen ik later op de website van SSS keek stond Bakker er wel (weer) gewoon tussen.







  • Reacties(0)//deblogger.igorwijnker.nl/#post315

Een suïcidale eerste alinea

Over schrijven en schrijversGeplaatst door Igor Wijnker di, mei 24, 2016 14:47:25

Als we de Kampioen en nog wat andere 'gratis' bladen bij een lidmaatschap niet meetellen, ben ik momenteel geabonneerd op slechts twee tijdschriften. Beide kwaliteitsbladen maken gewag van een nieuwe literaire sensatie, dus dan moet het wel iets bijzonders zijn. Het gaat om het boek I Love Dick van schrijver/filmmaker Chris Kraus. "The most important book about men and women written in the last century,' zegt The Guardian - toch ook niet de eerste de beste.

Nu vind ik 'belangrijk(ste)' in principe geen aanbeveling voor een boek. Als het maar goed geschreven is. Dan maakt het me verder ook geen donder uit waar het over gaat en of het belangrijk is. Ik bedoel: voor sommige mensen zijn hun koikarpers het belangrijkste op de wereld, of het schoonhouden van hun camper (ik zag een item op tv over een man die elke dag het dak van zijn camper waste). Over die mensen kun je ook een heel mooi boek schrijven, of ik elk geval een verhaal.
Het toeval wilde evenwel dat in een van mijn bladen een voorpublicatie van I Love Dick stond.

Gretig nam ik de eerste alinea tot mij:

Chris Kraus, een negenendertigjarige experimentele filmmaker, en Sylvère Lotringer, een zesenvijftigjarige hoogleraar uit New York, gaan met Dick, een goede kennis van Sylvère, uit eten in een sushibar in Pasadena. Dick is een Engelse cultuurcriticus die zich recentelijk vanuit Melbourne opnieuw in Los Angeles heeft gevestigd. Chris en Sylvère hebben Sylvères sabbatical doorgebracht in een huisje in Crestline, een klein plaatsje in de San Bernardino Mountains op zo’n negentig minuten van Los Angeles. Omdat Sylvère in januari weer moet beginnen met lesgeven, zullen ze algauw naar New York terugkeren.

Ik moest even op adem komen. Wat had ik nu net gelezen? Was dit de letterlijke vertaling? Had de redactie of vertaler al die informatie bij elkaar geveegd en even lekker compact bij elkaar gezet?
Eerlijk gezegd hoefde ik het niet te weten. Deze literaire sensatie kon me nu al gestolen worden.





  • Reacties(0)//deblogger.igorwijnker.nl/#post314

Eerste zin (een quizvraag)

Over schrijven en schrijversGeplaatst door Igor Wijnker do, mei 28, 2015 10:04:26
Zo worden ze niet meer gemaakt, eerste zinnen.
Vraag: uit welk boek van welke Nobelprijswinnaar komt deze eerste zin?


  • Reacties(3)//deblogger.igorwijnker.nl/#post300

Nieuws: Leon de Winter leeft op het randje

Over schrijven en schrijversGeplaatst door Igor Wijnker zo, mei 24, 2015 11:41:59
Weer een alarmerend voorbeeld van een schrijver, een van onze populairste bovendien, die er maar net van kan leven. Volgens romancier Rick Nieman in een interview dat je gerust ongelezen kunt laten. "Leon de Winter*! Die zit echt op het randje."

* Je weet wel, die schrijver die in Los Angeles en in een villa in Bloemendaal woonde. Maar ik geloof dat hij tegenwoordig alleen nog in Bloemendaal woont, omdat hij het zich niet meer kon veroorloven. Misschien wordt het tijd dat we een crowdfundingsactie op poten gaan zetten.

  • Reacties(0)//deblogger.igorwijnker.nl/#post299

Biografie zoekt uitgever

Over schrijven en schrijversGeplaatst door Igor Wijnker ma, april 21, 2014 13:44:53


Nu het ijzer nog lauwwarm is na het winnen van de Groninger Persprijs wil ik toch nog wel even melden dat ik dus bezig ben met de biografie over Nanne Tepper – volgens mij een van de kleurrijkste Nederlandse schrijvers van de laatste decennia.

Ik had me na mijn stoeptegel over Ton Boot eigenlijk voorgenomen om nooit meer een biografie te schrijven. “Maar weet je wat het is?... [Gaat even rechtop de barkruk zitten, zucht diep en kijkt de gesprekspartner ernstig aan]…die Tepper laat me gewoon niet los.”

En als ik eerlijk ben: dat wist ik eigenlijk al in december 2012, toen ik informatie begon te vergaren voor het prijswinnende verhaal over zijn laatste jaren. Veel van die prachtige, aangrijpende en ..... (vul hier je superlatief naar keuze in) herinneringen en anekdotes die vrienden en bekenden van Tepper mij vertelden zouden nooit in dat stuk van 5000 woorden passen.

Toen het verhaal in Vrij Nederland verscheen in juni 2013 kreeg ik veel reacties. Het bevestigde mijn vermoeden: Tepper laat meer mensen blijkbaar niet onberoerd. En hoorde ik nog een keer dat stemmetje in mijn achterhoofd: “Hé joh, er móet een biografie van deze man komen.”

Met frisse moed begon ik wat uitgevers te benaderen, ervan overtuigd dat die net zo enthousiast zouden zijn als ik.

Viel dat even tegen.

Natuurlijk, het zijn barre tijden in uitgeversland, maar dat ik van zo’n koude kermis zou thuiskomen, verbaasde mij. En maakte mij ook wat mismoedig.

Tepper is inderdaad geen ex-profvoetballer -al dan niet met een ernstige ziekte- die zijn zondige leven opbiecht (al was hij een verdienstelijk jeugdspeler bij Veendam) en je zal de Bestseller Top 60 wellicht niet binnen denderen met dit boek, maar het lijkt me sterk dat de uitgever van deze biografie hiermee in de rode cijfers belandt. Temeer omdat ik voor de financiering toch afhankelijk zal zijn van een fonds.

Daarom deze vraag, die lijkt op een smeekbede: is er misschien nog uitgever die een biografie wil uitgeven over deze schrijver-columnist Nanne Tepper (Thomas v/d Bergh: ‘een van de meest getalenteerde van zijn generatie’)?
Geschreven door een ervaren journalist, herstel…[tromgeroffel]….
WRITTEN BY THE AWARDWINNING NON FICTION WRITER IGOR WIJNKER!!
Die zichzelf en zijn gezin af en toe tot wanhoop zal drijven omdat hij weer zal proberen een briljante biografie te schrijven. Niet dat hem dat zal lukken, maar voor minder doet-ie het niet.

Misschien is het een beetje goedkoop om er op deze manier de aandacht op te vestigen en ik doe het ook met een zekere gêne, maar ik denk dat het wel door de beugel kan in dit tijdsgewricht.
Bovendien heb ik niet de middelen of tijd om een booktrailer te maken.









  • Reacties(2)//deblogger.igorwijnker.nl/#post278

Een onsje meer verwondering a.u.b.

Over schrijven en schrijversGeplaatst door Igor Wijnker ma, maart 10, 2014 15:05:27

Ik las een prachtig boek (zie foto). Daarna begon het peinzen: herinneringen borrelden op, en weemoed naar de jaren van overvloed. Frustraties staken ook de kop op, frustraties van een lezer en een schrijver. Ik schreef het van me af. Klaar? Hmmm, wellicht was dit iets voor een krant. Maar een ijzersterk betoog was het ook niet (die van mij zijn sowieso nooit in beton gegoten), en misschien was het zelfs wel een ondermijning van mijn eigen positie. Maar ik dacht ook, bekijk het allemaal maar en stuurde onderstaande opinie naar de Volkskrant. Dat had ik beter niet kunnen doen, want de krant heeft er precies nul euro (€ 0,0) voor over, bleek nadat zij het stuk maandag had geplaatst. Hieronder staat de originele versie. Kun je ook voor nul euro lezen. Al zijn vrijwillige donaties altijd welkom, want recentelijk onderzoek heeft uitgewezen dat journalisten niet van de lucht blijken te kunnen leven.


Non-fictieauteurs worden meer gelezen en hoger gewaardeerd dan ooit, maar dat zie je nauwelijks terug in de krantenkolommen. Aan de vooravond van de Boekenweek haal ik herinneringen op aan zijn studietijd in Utrecht. Waar ook twee jongemannen rondliepen die nu tot de grootste Nederlandse schrijvers kunnen worden gerekend. Hoewel, de ene wat meer dan de andere.

Ik worstelde mij door de eerste pagina’s van de alom bejubelde bestseller van de Amerikaanse romanschrijver Jonathan Franzen toen een Nederlands non-fictie boek arriveerde. Het pleit was snel beslecht: de daaropvolgende dagen was ik volledig in de ban van Het been in de IJssel - een van de beste boeken die ik de afgelopen jaren heb gelezen.

Met stijgende verbazing vroeg ik mij af waarom dit nu al klassieke journalistieke boek in geen enkel eindejaarslijstje van onze kwaliteitskranten heeft gestaan, zelfs de longlist van de grote literaire prijzen niet heeft gehaald en nu ook weer ontbreekt op de shortlist van de M.J. Brusseprijs. En ik vroeg mij af waarom ik –gediplomeerd beoefenaar van het in potentie allermooiste schrijfgenre- ook weer zo graag nog een roman moet schrijven.

Zelfs op de School voor de Journalistiek (SvJ) werd het me al ingepeperd: een roman schrijven, dat is het echte werk. Dat kwam ook door medestudenten als Tommy Wieringa die al een roman had gepubliceerd en druk bezig was met zijn volgende. Dat maakte wel indruk, zeker in combinatie met zijn grote zelfverzekerde gestalte en artistieke pet.

Het waren de jaren negentig, verandering hing in de lucht.

De studierichting tv werd steeds populairder en het was nu zelfs mogelijk om stage te lopen bij een amusementsprogramma of een glossy. Journalistiek maakte plaats voor infotainment. Maar eigenlijk was het daarvoor al misgegaan toen de SvJ fuseerde met een opleiding voor voorlichters – onze natuurlijke vijanden.

En het Internet diende zich aan. Computer Asisted Journalism heette het nieuwe keuzevak dat nu het leven beheerst van elke journalist, maar toen nog een ver-van-mijn-bed-show leek – en nog een saaie ook.

Ik behoorde tot een slinkend groepje romantici dat zich vooral aangetrokken voelde tot het ouderwetse veldwerk: met je notitieblok het land in voor een verhalende lange reportage. Die kwam je nog wel tegen in tijdschriften en kranten-op-broadsheetformaat. Liefst met contrastrijke zwart-wit-foto’s. Verhalen die je een wereld in zogen waarvan je het bestaan soms niet eens vermoedde.

Bij Rusland, een van mijn keuzevakken, zat achterin het lokaal een ietwat eenzelvige jongen. Joris was een van de jongste studenten op school en woonde nog in Lelystad. Dat laatste wekte een vreemd soort medelijden op, wat achteraf beschouwd behoorlijk lachwekkend is. Maar hij vertelde er ook niet bijster vrolijke verhalen over, al deed hij dat wel op een opgewekte toon.

Op dat moment wist ik nog niet dat hij kort daarvoor als 17-jarige medewerker van de Zwolse Courant al een geruchtmakende serie reportages over cafés in Lelystad had gepubliceerd. ‘Daarin toonde Van Casteren zich een verslaggever met een scherpe blik en een dito pen, die niemand spaarde,’ las ik pas ruim tien jaar later in Meer dan de feiten, een interviewbundel met succesvolle auteurs van literaire non-fictie. ‘De lokale middenstand was niet zo gelukkig met de serie. Elke week als de krant verscheen was het bonje, met als hoogtepunt een woedende kroegbaas die de Lelystadse redactiechef bij de keel greep.’

Nog voordat Tommy Wieringa, de auteur van het Boekenweekgeschenk van dit jaar, bij het grote publiek doorbrak met zijn roman Joe Speedboot, maakte Joris van Casteren al naam met zijn reportages. Verhalen die vaak schuurden, waarin de Hollandse lulligheid of bureaucratie in botsing kwam met het Nieuwe Nederland. De mateloos nieuwsgierige Van Casteren beet zich er soms maandenlang in vast, schreef het gortdroog, maar met veel gevoel voor suspense op. En daaronder bruiste het van het vertelplezier. Hij creëerde welhaast een eigen genre bij De Groene Amsterdammer en daarna bij Vrij Nederland. Als ik in de inhoudsopgave zijn naam zag staan bij een grote reportage dan maakte mijn hart een vreugdesprongetje.

De laatste jaren legde Van Casteren zich zoals veel andere non-fictieauteurs toe op het schrijven van boeken. Daarmee bereik je tegenwoordig veel lezers, bewijzen onder andere Geert Mak, Judith Koelemeijer, Jan Brokken, Frank Westerman, Annetje van der Zijl en David van Reybrouck. Zij krijgen met hun boeken meer aandacht en waardering dan ooit tevoren. ‘De ironie wil dat de kranten en weekbladen daar nauwelijks aan hebben meegewerkt,’ zegt Brokken in Meer dan de feiten. ‘Ze zijn boeken gaan schrijven omdat er bij de bladen geen geld en ruimte was.’

Terwijl lezers dus duidelijk behoefte hebben aan goed geschreven waargebeurde verhalen.

Van Casteren publiceerde in 2008 al het veelgeprezen Lelystad, maar met Het been in de IJssel overtreft hij mijns inziens dat werk. Het is een journalistiek oerboek, dat alles in zich heeft wat de journalistiek zo geweldig en –sorry romanschrijvers- eigenlijk superieur maakt aan literatuur.

Er is een been gevonden in een rivier en niemand weet van wie het is. De journalist gaat op onderzoek uit, bijt zich er jarenlang in vast en rolt van de ene verbazing in de andere. Een verhaal dat te bizar zou zijn voor een roman.

Het is tevens de puurste vorm van journalistiek, meesterlijk vermengd met literaire citaten. Ik lees het ook als een krachtig pleidooi voor meer verhalende journalistiek in de kolommen van kwaliteitskranten en weekbladen. Die worden in deze onzekere tijden nog meer worden gedomineerd door rubriekjes, columns en interviews-met-bekende-Nederlanders-in-hapklare-brokken. En vooral ook door reportages waarin altijd iets lijkt te moeten worden aangetoond, waarin cijfers van een onderzoek de leidraad zijn, of bepaalde tendensen zichtbaar moeten worden gemaakt.

Zelden lees ik nog een verhaal dat de ruimte krijgt om zich rustig te ontrollen, een lange reportage waarin de verwondering de kans krijgt. Zoals in de geweldige maandelijkse rubriek van Jan Rothuizen, maar die is dan weer een tekenaar.







  • Reacties(2)//deblogger.igorwijnker.nl/#post272
Volgende »