igorblogt

igorblogt

Hier staan veelal persoonlijke verhalen.

Ik ben ook behoorlijk actief op Twitter: kijk maar.
En heb zelfs een website: www.igorwijnker.nl

Onverantwoord ijsplezier

WinterverhalenGeplaatst door Igor Wijnker do, januari 19, 2017 13:34:06


Nee, deze foto is niet genomen in de studio (met spiegelvloer) van topfotograaf Henk Veenstra (de man rechts op de foto). Dit was donderdagmorgen op het Paterswoldsemeer, op een volgens de officiële ijsmeester Nienhuis veels te dunne ijsplaat. Ik (links op de foto) stond erbij toen hij met de prikstok en gat maakte en achtereenvolgens 3 cm en 4 cm mat.

Dat neigt naar het onverantwoordelijke en het kraakte op sommige plekken inderdaad vervaarlijk. Je kon het ijs zelfs zien golven, als je stilstond en met het juiste tegenlicht naar de passerende schaatsers keek.

Kortom: als ik jullie was zou ik me er dan ook niet op wagen.

Bovendien was er geen donder aan.



  • Reacties(0)//deblogger.igorwijnker.nl/#post333

Ratten, varkens en vlosdraad

WinterverhalenGeplaatst door Igor Wijnker di, december 24, 2013 01:55:15

Foto's: Ingrid Oyevaar

Het was een mooie Winter Welvaart-avond geweest in de Anna Catharina. Ik had daar in het kader van Reitdiep Stories een schaatsverhaal voorgelezen en een bijbehorend lied gezongen. Voor een fijn publiek. Ruim een half uur was ik aan het woord geweest en had ik het idee dat de mensen aandachtig luisterden. Waren ze bereid mee te gaan in mijn grotendeels verzonnen verhaal. Dit was voor mij een nieuwe ervaring die mij licht euforisch stemde.

De mensen vertrokken. Wij bleven in de met houtkachel verwarmde knusse kajuit. Die wij, dat waren de gastvrije schipper Gerard,organisator Ingrid Oyevaar (tevens filmmaakster en bereidster van de Reitdiep soep), de dichtende dominee Paul Borggreve die een prachtig episch gedicht over het Reitdiep voordroeg, publicist Mohammed Benzakour die helemaal uit de Rijnmond of daaromtrent was gekomen en een mooie winterse passage voorlas uit zijn laatste boek Yemma, en tenslotte was ook de levenslustige zeventiger die zich eerder op de avond als toehoorder ook al een paar keer had geroerd nog steeds aanwezig.

Er kwam bier, wijn en berenburg op tafel. En kaas, olijven en worst (chorizo met een taaie schil en sappige Groninger plakjes). De onbekende toehoorder bleek Wiel te heten, 73 te zijn, maar was eigenlijk de jonge hond van het gezelschap en ontpopte zich tot causeur van de naborrel. Wiel was – zo constateerde de goedlachse Mohammed al snel- een typische atheïst. Wiel ontkende noch bevestigde, maar zocht al snel op vrolijk provocerende toon de confrontatie met de gelovige Borggreve. Die hem al even goedgeluimd van repliek diende.

Het was zo’n avond met mensen die elkaar niet kenden, maar die geen onderwerp schuwden. Al kwam dat vooral door de gangmakers Mohammed en Wiel.

Wiel en Mohammed

Mohammed vertelde o.a. over de 5 meter lange kano die hij in een opwelling had gekocht en die hij niet kwijt kon in zijn stadswoning. Hij sprak ook over zijn bijenvolk, maar dat hij ruzie had met zijn coach en dus een nieuwe plek moest zoeken voor zijn bijen. Hij zag in mij ook wel een imker nadat ik had verteld over onze moestuin. Ik was aanvankelijk enthousiast, maar had bij nader inzien toch geen interesse. En geen tijd.

Mohammed had iets tussen zijn tanden en vroeg of iemand een tandenstoker of vlosdraad had. Dominee Paul bleek nog een stukje vlosdraad te hebben, maar de schipper kwam al met een tandenstoker aanzetten.

Wiel vertelde ondertussen lachend over ziektes die hij had overwonnen en operaties die hij goed kon volgen omdat hij plaatselijk was verdoofd. Dat-ie hotel-de-botel verliefd was. Op zeker moment zei hij ‘Hoe ouder ik word, des te jonger ik me voel.’ Dat wilden wij wel geloven. Toen we het over de gedrukte media hadden meldde Wiel en passant dat hij een abonnement heeft op de Volkskrant, NRC, Vrij Nederland en De Groene Amsterdammer. Ze bestaan dus nog. Al kocht Wiel uiteindelijk geen boek van mij hoewel hij me er uitvoerig over had uitgehoord en nieuwsgierig was geworden.

Memorabel was het moment, kort voor middernacht, waarop Dominee Paul vertrok en Mohammed –die nog steeds iets tussen de tanden had- vroeg of hij toch nog gebruik kon maken van het stukje vlosdraad, waarop de dominee antwoordde dat hij dat wel mocht maar dat hij het zelf al had gebruikt. Hij had zijn donkerlederen tas al geopend en ik zag het witte draadje op de bodem liggen. Mohammed bedankte vriendelijk.

Ingrid ging de auto halen. De alcohol maakte de tongen steeds losser. Mohammed ondervroeg schipper Gerard over zijn schip, de kosten, woonsituatie. Gerard vertelde dat hij 41 was, waarop ik zei dat wij dat dan alledrie waren. Ik had namelijk op de achterflap van Mohammeds boek gelezen dat hij ook uit 1972 kwam. ‘Dan zijn we alledrie varkens,’zei Mohammed, verwijzend naar de Chinese dierenriem. Ik corrigeerde en zei dat ik een rat was. De schipper kwam met dezelfde rectificatie. ‘Wel sneu dat jij als moslim of ex-moslim een varken bent,’ zei ik en pas nu ik dit opschrijf besef ik me dat hij ook nog eens in Zwijndrecht is opgegroeid. Mohammed zei het te betreuren dat moslims zo raar over varkens denken, ‘want het zijn hele slimme beesten.’

Ik dacht ondertussen aan het gedicht “Eenenveertig, de beste leeftijd voor een man” van Meindert Talma. Keek naar Wiel die elk jaar jonger wordt, en alweer het hoogste woord had. Ik dacht aan de barrière die ik had geslecht en kreeg het vermoeden dat mijn leven nu pas echt was begonnen.









  • Reacties(1)//deblogger.igorwijnker.nl/#post257

De man in de sneeuw (fragment)

WinterverhalenGeplaatst door Igor Wijnker wo, februari 22, 2012 11:42:43

Soms denk ik nog aan hem. De man wiens leven wij redden. Ik kan niet zeggen wie wij waren of waar het is gebeurd, ook al is het waarschijnlijk verjaard. Een slecht geweten verjaart niet.

Het was aan het einde van een wintersportvakantie in de Alpen. Met veertig jongens en meiden en vier begeleiders waren we een week te gast geweest in een pension van een stroef echtpaar dat erg religieus was en –afgaande op de trofeeën die in het hele huis hingen- dol op jagen. Het pension stond op ruim 1200 meter hoogte. Zo’n wit bepleisterd chalet dat voldeed aan alle Alpenclichés en mij daarom zo beviel: een balkon over de gehele breedte, ramen met houten luiken die nooit werden gesloten en uitzicht boden over de glooiende sneeuwvelden, daaronder het dorpje en aan de overkant en rechts van het dal bergtoppen met eeuwige sneeuw. Op een heldere dag kon je kilometers ver kijken. Tenzij je een kamer aan de achterkant had. Dan had je uitzicht op een vervallen schuur, een dennenbos dat steil omhoog liep en overging in een rotswand.

In de kleine entreeruimte was het dringen bij de frisdrank- en snoepautomaat. Die munten kon je toch niet meer omwisselen. Ik had ’s middags mijn proviand al geregeld en stapte naar buiten. Zodra de zware deur achter me dicht viel was het geroezemoes weg, alsof een radio werd uitgezet.

Het was een kraakheldere januariavond. Windstil. Ik zag verse dierensporen die in het blauwe licht van de maan scherp aftekenden in de maagdelijke sneeuw en tot in het bos doorliepen. Links onder het balkon zou je nu waarschijnlijk ook kleine kratertjes kunnen zien van de opgerookte joints die Ruud elke avond met z’n wijsvinger wegschoot.

Het rook naar houtkachel. Ik wilde niet naar huis. ’s Zomers moest het hier ook geweldig zijn. In het voorjaar ook.

Bij het zien van de half afgebouwde iglohut schoot ik even in de lach.

Het lampje bij de chauffeur brandde, hij zat een krant te lezen.

Weldra stapten we in de touringcar voor de terugreis, die twee zekerheden bood: een slapeloze nacht en de weeë melange van brakke lichamen en het chemisch toilet.)

De bubs stommelde naar buiten en de natuurzuivere stilte werd gevuld met nicotine en de taal van de jeugd.

‘Tering…koud man!’

‘Nog effe roken hoor.’

‘Ik heb echt héélemáál geen zin in die bus.’

‘Shit, ik moet eigenlijk nog schijten.’

‘Heb jij nog peuken?’

Ik liep alvast naar de bus voor een goede zitplek en snoof nog een laatste keer de vrieskoude buitenlucht op. Mijn neushaartjes werden krokant.

(dit zijn de eerste 432 woorden van het gelijknamige verhaal (van 3833 woorden) dat is gepubliceerd in Koud Bloed 16 (Uitgave van Nieuw Amsterdam)

  • Reacties(1)//deblogger.igorwijnker.nl/#post189

Pervola (mezelf beter leren kennen, slot)

WinterverhalenGeplaatst door Igor Wijnker za, februari 18, 2012 16:53:34

Minder dan een week geleden was het nog winter. Dit is het vervolg op het verhaal dat ik hier vorige week plaatste.

Het werd zondagmiddag en het wilde maar niet dooien. Sneeuwvlokken dwarrelden achter het huiskamerbrede raam, de baby pruttelde tevreden, de moeder was ontspannen, de opgerolde poezen lui als altijd, op de tv was iets. En ik lag schijnbaar rustig de zaterdagkrant te lezen, maar in mij groeide de onrust die mij al de hele week had ontregeld. Het ijs riep.

Ik kwam moeizaam overeind en hees mij voor de laatste keer in mijn thermo ondergoed dat inmiddels ook smachtte naar de dooi (lees: wasmachine). De vrouw knikte dat het goed was. Ze zag ook wel dat er geen kruid tegen is gewassen: deze natuurijskoorts. Dat is het ook in mijn geval. Maandenlang kan ik leven zonder een noemenswaardige fysieke inspanning te leveren (afgezien van wat hout hakken en boodschappen doen), maar zodra de sloten bevriezen, wordt mijn lichaam wakker.

En hoewel dat lichaam stram en moe was van de vele kilometers op het ijs en vooral het aandoen van de dunne sokken mijn stijve rug op de proef stelde, voelde het aantrekken van de schaatskleding als een vertrouwd ritueel waar ik nu al heimwee naar had. Hemd, T-shirt, schaatspak (eigenlijk een wielerpak inclusief zeemleren lap), shirt met lange mouwen, winddicht jasje en tenslotte een fleecejas. Nog een paar boterhammen smeren met appelstroop, halve literfles vullen met kraanwater, sjaal om, muts op, skibril op het hoofd, kus…kus…(”nou dag, tot over een paar uur”), handschoenen aan, de noren met beschermhoezen van de deurmat rapen en daar gingen we weer.

Deze laatste keer niet op weg naar een door anderen bedachte route, maar met één simpele wens: een reis maken op het ijs, ergens in het noorden. Plekken ontdekken waar je anders nooit zult komen. Ik veegde de poedersneeuw van de voorruit. Reed het dorp uit, over het Van Starkenborghkanaal met de kapot gevaren ijsvlakte. Om mij heen in de Fransumer polder was leegte, grijs en wit. Er waren geen andere weggebruikers. Ik sloeg linksaf naar het noorden langs het Aduarderdiep: een brede vaart die helemaal was dichtgevroren, maar waarop geen schaatser was te zien. In Polder Ons Behoud was het niet anders. Een bevroren stilleven. Een molen, een molenaarswoning met een schoorsteen en een rookpluim.

Bij de T-Splitsing sloeg ik rechtsaf naar Garnwerd. In dit dorpje was geen levende ziel te bekennen. Op de brug over het Reitdiep minderde ik vaart. Ik keek naar links en zag in de verte twee schaatsende schimmen op de brede en oneindige ijsvlakte. Hier had ik naar gezocht.

Zittend op de houten walkant naast de ophaalbrug bond ik mijn schaatsen onder. Twee dertigers met een peuter op een slee schuilden onder de brug. Het sneeuwde nauwelijks. Ik legde mijn oude gymschoenen ondersteboven op de rand.

Al bij het strikken van mijn schaats deed de buitenknobbel van mijn linkerenkel pijn. Die werd alleen maar erger toen ik mijn eerste slagen maakte. Dit voelde niet goed, en toch voelde ik me gelukkig.

Al sinds 2006 wil ik het Reitdiep verkennen. Met een kano of bootje de sterk meanderende loop helemaal afzakken naar het Lauwersmeer. Zo zijn wij moderne mensen: druk met van alles, terwijl een van de oudste cultuurlandschappen al jaren ligt te wachten in mijn achtertuin.

Hoe dieper ik het Reitdiepdal in ging, des te stiller het werd. Er stonden eenzame boerderijen. In mij werd het ook steeds stiller. De breedte van de rivier was intimiderend. De zere knobbel was verdwenen. Ik moest denken aan Pervola. Als er veel sneeuw ligt moet ik bijna altijd denken aan deze film van Orlow Seunke uit 1985 die werd opgenomen in het noorden van Noorwegen. De film gaat over twee broers (Gerard Thoolen en Bram van der Vlugt) die de laatste wens van hun overleden vader vervullen: begraven worden in het noordelijk gelegen Pervola. Een barre tocht per huifslede volgt, met aan boord het stoffelijk overschot van de vader, de twee broers en een inlandse wagenvoerder.

Ik zou nog meer kunnen schrijven over mijn schaatstocht door Schouwerzijl, de rietkragen langs de Kromme Raken, de warme chocolademelk in Mensingeweer, de drukte in het schilderachtige en lawaaiige Winsum, de ambulance die een iets te enthousiaste kluner afvoerde van het Winsumerdiep, de jongen die zijn geliefde voortduwde op zwaar ijs (zij hield de benen stil) en het spannende schaatsen tussen de hoge muren van de sluis van Schaphalsterzijl. Maar hier, alleen op het Reitdiep vond ik mezelf. En kwam ik weer wat dichter bij de eenzelvige hoofdpersoon van mijn laatste boek. Ik begin hem steeds beter te begrijpen.

Weer terug op het Reitdiep kwam ik mezelf nog een keer tegen. Drie jochies schaatsten me tegemoet met haastige en ongecontroleerde slagen. Ze hielden me staande: “meneer, hoe lang is het nog naar het eerste dorp?”

  • Reacties(2)//deblogger.igorwijnker.nl/#post188

Mezelf weer beter leren kennen

WinterverhalenGeplaatst door Igor Wijnker ma, februari 13, 2012 13:37:10

Het was zondagochtend en de paar honderd schaatskilometers op natuurijs hadden diepe sporen achtergelaten op het lichaam dat de afgelopen maanden was verwaarloosd: mijn rug was stijf, m’n linkerenkel verstuikt, de benen voelden loom en stram. En vandaag zou het gaan dooien, te beginnen bij ons – in het noorden.

Eigenlijk had ik al besloten dat ik zaterdag mijn laatste tocht zou maken. Dat deed ik met de ervaren klapschaatser Henk Veenstra, die in het bezit is van twee Elfstedenkruisjes. Ik was benieuwd of ik hem zou kunnen bijhouden op mijn ouderwetse noren. We ontmoetten elkaar op een parkeerplaats aan de rand van Groningen-stad en stapten zo het Damsterdiep op.

Daar gingen we, richting Appingedam. Dat is zo’n 25 km. Het was de laatste zonnige dag en druk op het ijs, maar ook weer niet zo druk dat je vol in de remmen moest als je een lage brug naderde. Henk kan voor een bassist (en zijn leeftijd) heel laag zitten. En als hij even flink aanzette, moest ik mijn best doen om in zijn kielzog te blijven. Gelukkig had hij vanwege een optreden in Amsterdam met zijn band Partiboy slechts vier uur geslapen, dus deed hij het meestal rustig aan.

Na een nogal lang kaarsrecht stuk langs Garmerwolde, Zevenhuizen en Ten Boer, begon het Damsterdiep vanaf Ten Post wat kronkeliger te worden en passeerden we mooie plaatsjes met al even fraaie namen: Winneweer, Garrelsweer, Wirdumerdraai, Eekwerderdraai.

Ik dacht altijd dat ik heel competitief was, maar de afgelopen week heb ik mezelf weer beter leren kennen. En ik weet het nu zeker, voor mij is dit de ultieme sport, of zelfs de ultieme vorm van zijn: schaatsen in de natuur en af en toe door een karakteristiek dorp of gehucht waar je koek en zopie kunt kopen voor soms heel sympathieke prijzen (chocomelk + koek: 50 cent). En nee, ik hoef na afloop ook geen medaille of stempelkaart.

Daar doemde Appingedam al op. Er heerste een uitgelaten stemming. Juist toen we dachten de befaamde hangende keukens te kunnen zien, werd onze route versperd door stalen hekken en bijbehorende mannen in gele hesjes. De marathon van Appingedam werd verreden, de allereerste in de historie. Hadden wij weer.

We stonden er echter nog geen minuut toen de baan weer werd vrijgegeven. En zo konden wij toch nog genieten van het smalle wedstrijdparcours op de grachten en de bewoners die feestelijke barbecues in de achtertuin of op het terras hielden. En die ook massaal oude matrassen op het ijs hadden gelegd, zodat de schaatsers bij valpartijen niet op de stenen uitsteeksels of massief houten dukdalven botsten.

Henk en ik besloten nog even door te schaatsen naar Delfzijl. Verder konden we niet. Bij de aanlegsteiger van een bemiddelde Delfzijlster kregen we warme chocomelk uit een thermosfles. En hij wilde er niets voor hebben.

Links Henk, rechts de gulle gever met z'n hond

Henk hield de tijd in de gaten want hij moest over twee uur een videoclip opnemen met Meindert Talma. Op de terugweg hadden we de wind in de rug en de zon in het gezicht en ging het voorspoedig. Maar begon gaandeweg wel mijn linkerenkel te zeuren.

Toen we om 16.15 uur in Groningen weer werden herenigd met onze koud geworden gymschoenen, vermoedden Henk en ik zeker dat we daarnet onze voorlopig laatste slagen op het natuurijs hadden gemaakt. Ik had er vrede mee. Dacht ik. (Wordt vervolgd)

  • Reacties(0)//deblogger.igorwijnker.nl/#post187

Winterbericht (in foto's) dag 2

WinterverhalenGeplaatst door Igor Wijnker vr, februari 10, 2012 20:46:08

Morgen (zaterdag) kan de Westerkwartierrit worden geschaatst. Een fraaie toertocht van ca. 45 km door de streek waar ik sinds 2006 woon. Routeplaatsen zijn Enumatil, Sebaldaburen, Boerakker en het Leekstermeer. Ik kon mezelf niet bedwingen (noch concentreren op mijn werk) dus bond vanmiddag de schaatsen onder en startte in Enumatil - de plaats die op onze schilderachtige sluiproute naar de A7 ligt.

Het was heerlijk schaatsweer, op sommige momenten zelfs windstil (wat vrij bijzonder is in het open landschap van het Westerkwartier). Apart was ook om onder de snelweg door te schaaten, ter hoogte van 't Mienscheer. Oftewel bij het verkeersbord Mienscheer dat al sinds jaar en dag door grapjassen met witte tape of verf wordt veranderd in Mienscheet.

Daarna een ronde op het Leekstermeer, nog even het haventje van Leek aantikken, terug naar Enumatil en meteen door naar Sebaldaburen. Langs het gehucht Pasop waar de plaatselijke hoerentent te koop staat, bij 't Kret (volgens mij een soort natuurgebied) waar ik een vreemde aalscholver met een witte kop zag (ook dat moet ik nog uitzoeken) en waar moest ook worden gekluund. Er werd vandaag overigens massaal gier uitgereden dus de geur was ook helemaal platteland.

Tenslotte het Wolddiep waar het ijs ribbelig en brokkelig is (Fondantijs, mijheer de ijsmeester?) en je kunt uitrusten op een fietspontje (pontje Bakkerom) die je zelf moet bedienen door aan een wiel te draaien. Volgens een vrouw uit die buurt die even zat uit te rusten is dat zo'n zwaar karwei dat mensen met hartproblemen dat absoluut niet mogen doen.

Bij Café Het Haventje in Sebaldaburen (morgen de startplaats van de toertocht) was de organiserende ijsclub Volharding al druk met de voorbereidingen van de schaatstocht die morgen vanaf 10.00 kan worden geschaatst. Een aanrader.

Het is een verrijking om mien Westerkwartier vanaf het water te zien.

Hieronder wat kiekjes die ik onderweg heb gemaakt met mijn telefoon.

Een tot vandaag voor mij onbekend godshuis in Enumatil

Local op het Leekstermeer

Actiefoto met tegenlicht

Pontje Bakkerom

Rustplaats nabij 't Kret

Stilleven met klompen en tractor plus strontkar

  • Reacties(0)//deblogger.igorwijnker.nl/#post186
Volgende »